Hoofdstuk 13

114 9 3
                                        


(Voor deze enkele keer uit Vidors pov)

Het is vlak na de middag wanneer mijn vader naar mij toe komt en vertelt over de verdwijning van Yori. Hij weet dat ik de prins ken maar hij weet niets over mijn gevoelens voor hem. Hij weet eigenlijk niks over zijn zoon en is dus verrast wanneer ik hem vraag of ik op zoek mag gaan naar de prins. Mijn vader stemt in zonder iets te vragen. Het kan hem denk ik niet schelen waarom ik wil gaan zoeken naar een prins van een ander koninkrijk. Waarschijnlijk gaat hij er gewoon vanuit dat ik naar Yori zal zoeken vanwege onze vriendschap. Hij moest eens weten wat voor liefde en bezorgdheid er achter verborgen zit.

Hij bekommert zich niet om mij, mijn vader. Ik was namelijk geboren als ongelukje, uit de affaire die hij had met één van zijn dienstmeiden. Het kan hem totaal niets schelen of ik nu besta of niet. Hij heeft mij enkel in de familie opgenomen omdat het bekend is geraakt dat ik zijn zoon ben. Zelf zou het mij niet hebben uitgemaakt wie mijn vader was. Ik groeide al van kleins af op in een weeshuis. Mijn moeder stierf tijdens de bevalling. Ik heb dus niets anders geweten dan de eenzaamheid. Plots een vader krijgen zou toch alleen maar zorgen voor aanpassingen. Toch moet ik toegeven dat in een kasteel leven veel beter is dan in een arm weeshuis. Hier heb ik tenminste goed en veel te eten en een zekerheid op een bed.

Ik roep tegen één van de knechten dat hij mijn paard uit de stal moet halen en zelf maak ik mij klaar om er op uit te trekken. Met een zwaard en een zak geld rond mijn middel ben ik klaar om te vertrekken. Vanuit mijn ooghoeken zie ik hoe mijn vader toe kijkt hoe ik er vandoor ga. Soms vraag ik mij af hoe hij zich voelt over mij en mijn moeder. Hij doet wel alsof ik lucht ben en geeft mij onderdak omdat het moet, maar toch heb ik soms de gedachtes dat hij zich niet volledig gelukkig voelt. Je merkt het vooral tussen hem en zijn vrouw, de koningin. Hoe hij ooit met haar heeft kunnen trouwen, weet ik niet, maar het is in ieder geval een slechte keuze. Ze glimlachen nooit naar elkaar. Zelfs geen enkel teken van liefde, buiten dan wanneer het hele rijk naar hun kijkt.

Te paard verlaat ik het terrein en rijd ik doorheen de verschillende dorpjes van mijn vaders koninkrijk. Het paleis van Yori is ten zuidoosten van de mijne en dus rij ik ook logischerwijs diezelfde richting uit. Misschien is het best dat ik eerst naar zijn vader ga om te zien waarom hij verdwenen is? Alhoewel ik dan wel tijd verlies met het zoeken naar hem... Ik besluit dan maar om eerst te zoeken naar Yori en dan tegen de avond, mocht ik hem niet gevonden hebben, de koning een brief te sturen. Ik hoop dat ik mijn geliefde vind voor dat de nacht valt. Het zou 's nachts veel te gevaarlijk zijn voor hem, vooral omdat hij amper iets af weet van de buitenwereld.

Tijdens het rijden roep ik verschillende keren Yori's naam maar ik krijg jammer genoeg geen antwoord. Wat ik wel merk, is dat er verschillende andere ridder rond rijden. Ik vermoed dan ook dat deze van Yori's koninkrijk zijn. Ze roepen ook Yori's naam dus zullen ze vast ook op zoek zijn naar hem, waarschijnlijk op bevel van de koning. Het stelt mij deels gerust. De koning is bekommert over het verdwijnen van zijn zoon. Waarom zou Yori eigenlijk zijn weggelopen? Zou zijn vader weer te ver zijn gegaan?

Uren gaan voorbij. Het begint langzamerhand donker te worden en de angst dat Yori nog steeds rond dwaalt wordt groter. Ik spreek dan ook de eerste ridder die ik tegenkom aan en hij zegt dat ze waarschijnlijk niet lang meer zullen zoeken. Ze zullen moeten terug keren en morgen verder zoeken, en dat alleen omdat het zogezegd te donker wordt en men niks meer zou kunnen zien. Ik vertel de ridder dat ik zal blijven zoeken, zolang mijn paard het toelaat, en laat hem even wachten terwijl ik een korte brief schrijf naar de koning. "Geef dit aan de vader van prins Yori, zeg dat het van prins Vidor komt", beveel ik hem en de ridder knikt. Hij rijdt daarna met volle vaart weg, waarschijnlijk terug naar zijn koninkrijk. Hij heeft tenminste een fatsoenlijk bed om vannacht in te slapen. Wie weet waar Yori moet rusten... Ik maak een snel schietgebedje over de veiligheid van mijn geliefde gerust te stellen. Ik zou er kapot van zijn, mocht Yori iets overkomen. Ik zou bovenal ook woedend zijn, mocht ik er ook achter komen dat het kwam door zijn vader. Het is te begrijpen dat hij wilt dat zijn zoon met een vrouw trouwt, maar de hart kiest nu eenmaal zijn zielsverwant.

Ik rij nog een stukje door, tot ik merk dat mijn paard te vermoeid is om nog verder te gaan, en keer dan terug naar het bos van mijn koninkrijk. Aan de rand van dat bos staat een klein hutje, speciaal gemaakt voor als mijn vader wilt gaan jagen in de zomer. Op het eerste zicht ziet het er lelijk en verlaten uit, wat de mensen dus afschrikt, maar vanbinnen ziet het er goed uit. Achter aan het hutje bevindt er zich een kleine stal, waar ik mijn prachtig ros laat rusten. Pas daarna merk ik dat er iemand binnen is. Door de kleine hoge raampjes zie ik licht branden, met andere woorden moet er dus iemand binnen zijn die de haardvuur heeft aangemaakt. De persoon moet wel echt lef hebben gehad aangezien hij zich niet heeft laten afschrikken aan het abominabele uitzicht van het hutje.

Ik wandel richting de deur en begin er op te kloppen. Ik zal de persoon die hier zomaar binnen is gewandeld een lesje leren. Hoe durft hij of zij zomaar iemands huis binnen te wandelen, ook al ziet die er zo verlaten uit. Dit huisje is eigendom van mijn vader, en dus onrechtstreeks ook van mij. De deur gaat langzaam open en voor ik het mij besef, voel ik twee handen om mijn middel. Het is Yori.

A/N: Ohh, eens door de ogen van Vidor.... Maar alleen dit hoofdstukje

Emotieloos [BoyxBoy]Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu