Chapter 3

761 31 10
                                        

Ongelofelijk hoeveel schade twee streepjes aan kunnen richten. Maar twee. lullige. streepjes, en je hele toekomst wordt omgegooid. Vooral nu de vader mag vechten voor zijn leven. Over de vader gesproken.

''Je moet het tegen Neth zeggen,'' fluister ik. Delphi knikt instemmend. ''Hoe?'' vraagt Terra. Haar stem trilt. Ze is doodsbang, dat zie je zo op haar gezicht. En wie neemt het haar kwalijk? Ze is 15! 16 wanneer de baby waarschijnlijk ter wereld komt. Adoptie kan simpelweg niet in een District als die van ons. Mijn ouders zouden de enige zijn die het voor haar zouden kunnen doen. De rest moet al hard genoeg werken, en zelfs dan hebben ze al haast niks om te eten. Laat staan als ze een extra mond zullen moeten voeden.

En daarnaast, ik durf te wedden dat Terra de baby niet laat gaan. Als Neth de Spelen weet te overleven, zouden ze het zeker houden. En stel, stel dat hij het niet overleefd, dan is de baby het enige wat Terra over zal houden van Neth. Hoe zou ze de baby van Neth weg kunnen doen als dat het enige levende van hem is?

''Ik weet niet hoe, Terra. Je zult gewoon recht voor z'n raap moeten zijn en het hem in één keer vertellen. Neth heeft het recht om het te weten,'' zegt Delphi. ''Wat moet ik weten?'' horen we achter ons. Daar gaan we.

Terra krijgt niks uit haar mond. Ze stamelt verschillende klanken. Niemand die weet waar ze het over heeft. Na vijf minuten stamelen weet ze het nog steeds niet te vertellen. ''Moeten wij het doen?'' stel ik voor. Terra schudt haar hoofd. Langzaam aan wordt ze rustiger. ''N-neth?'' vraagt ze zacht. Neth reageert en loopt naar haar toe. ''Wat is er? Ik maak me zorgen, lief,'' zegt hij op dezelfde volume als Terra. ''Neth... Ik b-b-ben zw-wanger,'' stottert Terra. 

Neth slaat gelijk zijn armen om haar heen. Op zijn gezicht dezelfde uitdrukken die ik zag bij Terra. Ook hij is doodsbang. ''Het spijt me zo, zo erg,'' blijft Neth zeggen. Ik voel me opeens een soort inbreker. Ik denk dat ze allebei mij niet in deze kamer willen. Datzelfde geldt voor Delphi. 

''Wij gaan wel,'' fluister ik. Delphi loopt voor me uit de gang op. Zonder een woord te zeggen lopen we naar de hoofdwagon. Godzijdank, Archia is er niet. Papa wel. Precies zoals ik het wilde hebben. Dit is iets dat niet voor de oren van Archia bestemt is. 

Ik ga naast papa zitten. ''Rose, waarom vroeg je naar een zwangerschapstest?'' vraagt papa wantrouwig. O-oh, die denkt aan iets anders. ''Pap, ik ben maagd,'' zeg ik snel. God, wat gênant. ''Waarom vraag je er dan naar?'' vraagt hij. Een vleugje woede klinkt door zijn stem. ''Voor Terra,'' zeg ik eerlijk. Papa veert gelijk op.

''En?'' vraagt hij. Ik kijk ongemakkelijk weg. Ik wil het hem niet vertellen. ''Ja dus...'' mompelt papa. ''Dat zei ik niet,'' zeg ik snel. ''Bedoel je dan dat ze het niet is?'' vraagt papa kwaad. Weer kijk ik weg. ''Dat bedoel ik,'' zegt hij koel en hij loopt weg. Ik weet hem nog één keer aan te kijken. Nee.

Delphi kijkt me met grote ogen aan. ''Zo, die laat zich van alle kanten zien,'' zegt ze. Maar zij weet niet wat ik weet. Zijn ogen zijn pikzwart. Ik heb ze maar één keer pikzwart gezien. Dat had me bijna mijn leven gekost. Shit.

''Ik moet gaan,'' zeg ik snel en ik ren achter hem aan. Ik blijf staan wanneer ik langs mijn slaapkamerdeur kom. Ik open hem. Daar staat papa. De spiegel aan de wand ligt in scherven op de grond. De kleren die ik gister aan had, liggen verscheurd op de grond. De foto die ik mee had van Raff staat niet meer op zijn plek. 

''PAPA!'' gil ik. Hij draait zich naar me toe. Zijn ogen hebben nog steeds dezelfde kleur. Ik sla de deur met een klap dicht. Ik doe de deur op slot, op de vijf verschillende sloten die er op zitten van buiten. Voor de zekerheid zet ik een stoel tegen de klink. Daarna ren ik naar zijn kamer. 

Ik pak zijn mobiel en medicijnendoosje uit zijn zak en ren weer terug. Ondertussen bel ik mama. ''Hallo?'' hoor ik door het toestel. ''MAMA, PAPA HEEFT ZIJN MEDICIJNEN NIET INGENOMEN!'' gil ik door de speaker. ''Lieverd, rustig, geef hem zijn medicijnen en dwing hem aan de telefoon te blijven, oké?'' zegt mama rustig. Ik geef geen antwoord. Ik haal de stoel weg, haal de sloten van de deur en weet een klap van papa niet te weren. Ondanks het brandende gevoel bij mijn oog, druk ik de telefoon tegen zijn oor. ''LUISTER!'' gil ik vol paniek. Ik peuter wat pillen uit het doosje en doe het in zijn mond zodra zijn mond ook maar even open hangt. 

Ik moet hem op een stoel drukken, wat ontzettend moeilijk is. Want ja, ik ben een meisje en hij is al ontzettend sterk zonder deze fase. Ik weet hem uiteindelijk op de grond te krijgen. Vraag me niet hoe, maar het is gelukt. Langzaam voel ik hoe hij slapper wordt, hoe zijn gehijg over gaat in gehuil. ''Papa?'' vraag ik zachtjes. Ik durf nog absoluut niet naar hem te kijken. 

''Lieverd, het is oké,'' fluistert hij terug. Ik ontspan me, laat me vallen in zijn armen. Ik voel hoe hij trilt. ''Het spijt me zo, zo, zo erg. Hoe kan ik zoiets vergeten...'' blijft hij mompelen. ''Het is oké, je bent weer normaal,'' zeg ik terug. Ik kruip dieper in zijn shirt.

''Misschien moeten we de anderen halen, we mogen zo de trein af,'' zegt papa na een tijdje. Ik knik. Papa haalt Delphi, Terra en Neth, ik haal Archia. Wanneer ik haar nergens echt kan vinden, besluit ik naar haar kamer te gaan.

Ik klop er drie keer op. ''Archia?'' vraag ik. De deur gaat open. ''Ja?'' vraagt ze. Ze ziet er een stuk ouder dan haar stem laat denken. ''We komen zo aan, kom je?'' vraag ik zacht. ''Natuurlijk, mag ik mijn aandenken nog even pakken?'' vraagt ze zacht. Ik knik. 

Archia komt al snel terug met een ketting om haar nek. ''Mag ik?'' vraag ik als ik naar het bedeltje reik. ''Natuurlijk,'' zegt ze. Ze geeft me het bedeltje. Het is een blauwe waterdruppel. ''Waarom de waterdruppel?'' vraag ik. ''Mijn familie houdt nogal van water. Mijn moeder is overleden, hier zit haar as in. Zo is ze altijd een beetje bij me,'' fluistert ze. Wauw.

''Zeg, wat was dat gegil daarnet?'' vraagt ze wanneer ze haar tranen te boven is. ''Mijn vader is gekaapt een aantal jaar geleden. Hij ziet dan dingen niet meer zoals ze zijn. Hij heeft daar medicijnen voor, maar dit keer was hij ze vergeten,'' zeg ik luchtig. ''Oh... Gaat alles nu weer goed?'' vraagt ze zacht. Ik knik. ''Kom, we moeten opschieten. De trein mindert al vaart,'' zeg ik tegen haar. Ik pak haar hand en samen rennen we naar de uitgang. 

Speak The Truth, Even If Your Voice Shakes (Sequel)Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu