Likkend aan ons ijsje, bekijken we de lijst met spullen die ik nodig heb. Het zijn echt dingen waar ik nog even aan moet wennen. Bij de laatste regel van de lijst spring ik op. "Mam!? Mag ik een huisdier!?" mama glimlacht. "Als je er zelf voor zorgt, ja hoor." "Zal ik een kat of een uil nemen?" "Nou... Uilen zijn handig. Katten zijn gezellig. Wat jij wilt." Joshua zucht. "Waarom neem je geen kat én een uil?" soms is dat kleine broertje best wel slim. "Top, Josh! Wil jij mijn uil uitkiezen?" we lopen naar de uilenboetiek. Tientallen uilen zitten in kooien, grote en kleine, witte, bruine, zwarte, zelfs een paar in roze en blauw! Of gekleurde stippen. Joshua kijkt om zich heen. "Die. Die is mooi!" Hij wijst naar een witte uil met lichte, gekleurde stippen op zijn vleugels. Ze is prachtig. "Ja... Die is perfect!" Joshua pakt de kooi alsof hij heilig is. "En, Quin, hoe heet ze?" jaahaa.... Daar ben ik beroerd slecht in. In namen bedenken. "Eehm... Zoey?" Joshua kijkt zuur. Nee dus. "Olivia? Durvine? Theresa? Mathilde? Lowelle? Zara?" Joshua lacht. "Neehee..." "Ik denk er nog wel over na, oké?" "Doe dat." Ik reken af en loop naar buiten. "Josh, breng jij haar even naar pap en mam? Ik ga een kat uitkiezen!" Joshua springt blij op en neer. "Jaaaa! Tot zo!" En heel voorzichtig loopt hij naar het terrasje. Ik loop naar Sasja's snorhaartjes en loop naar binnen. Een mollige, donkere vrouw glimlacht naar me. "Hallo! Kom je voor een leuk kattebeest? Ik ben Sasja! Kijk maar even rond! Heb je een idee waar je naar zoekt!?" ratelt ze. "Eh... Ikke... Ik kijk wel even. Danku." "Oké!" ik loop de winkel verder in. Tientallen katten miauwen vrolijk. Ik kijk om me heen. Hé! Daar in een hoekje zit een klein katje stil zich te wassen. Hij is helemaal zwart, op een wit vlekje om zijn oog na. Ik loop er naar toe en pak hem op. "Hallo katje! Wil jij met mij naar Zweinstein?" het katje miauwt zachtjes, alsof hij het heeft begrepen. "Kom maar..." ik loop naar Sasja toe. "Ik wil deze hebben." Sasja kijkt op, ziet het katje, en fronst haar wenkbrauwen. "Deze? Die is heel verlegen, erg stil, erg angstig. Wil je hem wel?" ik word boos. Probeert ze mij nou te vertellen dat het een saaie kat is? "Ja, heel zeker. Danku. Ik geef haar het geld en loop weer naar buiten, met het kleine katje nog in mijn armen. Volgens mij is het een jonkie. Ik stop hem voorzichtig in het reismandje wat ik van Sasja kreeg. ik loop naar ons tafeltje. Papa aait over mijn bol. "Heb je een lief beestje uitgekozen?" "Ja, eentje die helemaal stil in een hoekje zat. De vrouw van de winkel vond het maar raar dat ik voor deze had gekozen. Gemeen gewoon!" "Goed dan. Nu gaan we je boeken halen. Kom je? Pak je lijst." we lopen naar Klieder&vlek , de boekenwinkel.
Even later staan we weer buiten. Ik sjouw met een enorme tas met boeken, maar de winkelier heeft de tas zo behekst dat hij niks weegt. We halen ook ingrediënten voor toverdranken, een ketel, en nog veel meer andere dingen. Als laatste gaan we mijn toverstok halen. Het moment waar ik op heb gewacht! We stappen naar binnen. Een jonge vrouw staat achter de balie. "Goedemiddag. Ik ben Cinty Olivander. Ben je op zoek naar een toverstok, meisje? Je oma had beukenhout, 21 centimeter, licht flexibel. Met de veer van een Feniks. Je opa had echter een zeer lang exemplaar, 31 centimeter, tropisch hardhout. Totaal niet buigzaam, met de staarthaar van een eenhoorn. Mooie stokken, hoor. En nu is hun kleindochter aan de beurt, ja. Wat is je stokhand, jongedame?" "Eeh... Ik ben rechts...?" "Ja. Steek die hand uit, alsjeblieft..." ik steek mijn rechterhand uit. "Dankje, dankje." ze haalt een meetlint uit de zak van haar gewaad en ze meet mijn arm, hand, vingers en nagels af. "Mmh.. Jaja, interessant... Zeer interessant..." wat er nou zo interessant aan is weet ik niet, maar ik ben niet zo brutaal om dat te vragen. Cinty loopt naar de planken achter haar staan en ze trekt er één van de duizenden doosjes uit. "Jaja. Dit lijkt me wel wat. Kastanjehout. 23 centimeter. Zeer buigzaam. Drakenbloed." Ze haalt de stok uit het doosje en geeft het aan mij. Ik sta daar met die stok in mijn hand. "Kom op, zwaai ermee!" oh, zwaaien. Ik zwaai met de stok. Ik voel wat wind, maar volgens mij is alles oké. Naast me moet Joshua heel hard lachen. De tranen stromen over zijn wangen. Hikkend wijst hij naar papa. Als ik hem zie, moet ik mijn best doen om niet heel hard te gaan lachen. Zijn normale, bruine, korte stekels zijn weg en er ligt een sierlijke, blonde, lange, krullende bos haar op zijn hoofd. Mama lacht ook. Papa lacht nog wel het hardst van allemaal. Op Joshua na dan. Cinty rent paniekerig naar ons toe. "Oh nee! Meneer! Het spijt me, het spijt me!" ze haalt haar eigen stok uit haar zak. "Knippito dondo!" papa's haar is snel weer normaal. "Goed. Dat is hem duidelijk niet. Eens even kijken..." Cinty loopt weer naar achter. "Ja... Dit zou wel wat kunnen zijn..." ze komt weer naar ons toe lopen. "Hier. Notenhout. 24 centimeter. Lichtelijk buigzaam. Eenhoornhaar." ik pak de stok aan en er trekt gelijk een warm gevoel van mijn hand naar mijn arm, mijn hele lichaam door. Ik zwaai met de stok en ik voel me lichter dan ooit. Ik lijk wel licht te geven. Opeens houdt het op. Ik zie Cinty glimlachen. "Mooi. De stok heeft de juiste tovenaar gekozen. Gefeliciteerd." ik leg de gouden munten op de balie. Ik steek de stok in mijn zak. We lopen naar de Lekke ketel en door naar de auto. Al mijn spullen passen nog maar nét in de auto. We beginnen aan de lange reis naar huis. Ik ben moe. Maar, hé, ik ben een heks! En nu officieel! Met een glimlach en een blij gevoel val ik in slaap.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Zo! Even een lang hoofdstuk! Wat vinden jullie ervan? Xxx
JE LEEST
Rather be normal
FantasyHarry Potter fanfiction! Quirijne Mc. Fadell krijgt op haar elfde verjaardag een brief van Zweinstein, hogeschool voor hekserij en hocus-pocus. Haar vader en moeder vertellen haar dat ze dat niet van een vreemde heeft. Ze gaat naar Zweinstein en ont...
