HS16:Special room

49 10 0
                                        

Ik wordt wakker van Puck, die een enorme ruft laat. Ik kijk op mijn horloge. Ugh, het is net half vijf 's ochtends geweest. Ik probeer weer te slapen, maar het lukt niet, dus rond vijf uur trek ik mijn gewaad alweer aan. Ik kijk naar Abigail, die op het bed naast het mijne ligt. Haar lange, lichtkrullende zwarte haren liggen mooi om haar hoofd gedrapeerd. Ze is wat donkerder van huidskleur, maar niet echt donker. Hoewel ze nu slaapt, weet ik dat ze groene ogen heeft. Ze is best klein voor haar leeftijd, te bobbeltjes die haar voeten moeten voorstellen, komen lange na niet bij het einde van het bed. Ik strik mijn veters, pak op m'n stilst mijn tas in en loop voorzichtig de slaapzaal uit, de leerlingenkamer in. Er is niemand, hoewel het haardvuur vrolijk knettert. Ik zucht en laat me in één van de sofa's vallen. Het is kwart over vijf. Ik pak mijn leesboek en lees een kwartiertje, maar merk dat ik er echt geen zin in heb. Ik til mijn tas op en klim het portretgat uit. De dikke dame rekt zich uit. "Zohee, jij bent vroeg.." ik grinnik zachtjes en sla random een gang in. Loop wat trappen op, sla gangen in. Ik vind het wel leuk, ik zie dingen die ik nog nooit eerder heb gezien. Op een gegeven moment kom ik langs een soort muurkleed. Er staan trollen op afgebeeld die een tutu dragen. Ik loop verder, mijn maag knort. Mmh, wat zou ik graag wat te eten hebben. Terwijl ik loop, zie ik vanuit mijn ooghoek iets verschijnen, snel trek ik mijn toverstok. M'n hart klopt in mijn keel, maar ik zie alleen maar een deur. Die zat er net nog niet, dat weet ik zeker. Zal ik gaan kijken? Misschien is het een valstrik. Of niet. Ik loop naar de deur en duw. Hij geeft mee, er zit geen slot op. Als ik binnen ben, moet ik keihard lachen. Nee echt, tranen stromen over mijn wangen terwijl ik het uitschater. Om me heen lijkt het wel een enorm landschap, met huisjes en bomen, schapen, bloemen, paadjes... Vanalles. Het enige: alles is van eten. De bomen zijn van suikerspin, de paadjes hebben pepernoten als kiezelsteentjes. Het is enorm, ik kan geen einde zien. Ik kijk achter me, de deur waar ik net doorheenliep staat nutteloos in een snoeppapieren bloemenperkje, alsof je, als je er doorheenloopt, aan de andere kant er weer uit zou komen.  How the unicorn is dit allemaal mogelijk?? Ik loop naar een chocoladefontein die zo groot is dat ik er zelfs in zou kunnen zwemmen. Ik pak en aardbei en doop hem in de chocola, en prop hem in mijn mond. Mmmh... Ik ren vrolijk naar een boom en ruk een bosje suikerspin eruit. Ik kijk op mijn horloge. Kwart over zes. Ik loop verder en zie vanalles. Beekjes met chocolademelk, grasvelden vol zuurstokken. Ik eet af en toe wat, maar kijk vooral. Ik grijns. Vette kamer. Ik prop ook wat eten in mijn tas, voor mijn vrienden. Ik loop kilometers, maar op de een of andere manier word ik niet moe. Als ik zie dat het half acht is, raak ik in paniek. Moet ik nou helemaal teruglopen naar die deur? Daar kom ik nooit optijd! Opeens verschijnt de deur, vlak voor mijn neus. Ik haal opgelucht adem en loop door de deur. Gelijk ben ik weer in de gewone gang, met het muurkleed van de dansende trollen. Ik loop naar de grote zaal, waar mijn vrienden al zitten. Safi kijkt me een beetje boos aan. "Waar de hack was jij!! Je was niet in je bed, en ook niet hier! We maakten ons hartstikke zorgen!" Shizzle, daar had ik niet aan gedacht. "Sorry.." "Geeft niet. Waar was je?" ik vertel over de kamer, mijn vrienden kijken me met open mond aan. "Ik denk dat we er dit weekend wel naartoe kunnen, als ik het weer kan vinden." Puck springt op en gooit daarbij de melk van Austin om. "Veeeet!!" ik grijns. Hypere kip. Ik geef ze allemaal een zuurstok en daarna gaan we naar de les. De rest van de dag is normaal.

Rather be normalWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu