Raouls POV:
Nee. Nee, nee alsjeblieft. Ik ren langs de dokter de kamer weer in. De kamer waar we een half uur eerder naar Matts afscheid hebben geluisterd. De drie overgebleven artsen staan in een kringetje om hem heen. Ik wurm me er tussen en kijk naar het lichaam. Spierwit. Ik pak zijn hand en wrijf over zijn knokkels, terwijl de nieuwe tranen in mijn ogen zich alweer aan het vormen zijn. Het mag niet.
En diep vanbinnen weet ik dat Matt dit wil. Dat hij veilig is, en na twee en een halve maand echt echt gelukkig is, maar toch voelt het niet zo. Het voelt te vroeg, en oneerlijk. Het voelt dom, en kut. Het voelt godverdomme als onze fout, dat we hem niet hebben kunnen stoppen. De gevormde tranen lopen inmiddels vredig over mijn wangen, terwijl Koen en Milo naast me komen staan.
Matthy's POV:
Ik zie een witte flits, voor alles zwart wordt. Ik weet nu al dat dit de goede beslissing is. Na een minuut of vijf trekt de zwarte waas weg, en begin ik weer kleur te zien. Een grote poort, met bloemen. Er zit een man, en ik loop naar hem toe. 'Hallo, welkom! Ik ben Hemel.' Ik glimlach. 'Is Robbie hier?' Vraag ik meteen. 'Maar natuurlijk, al uw dierbaren! Van de Graaf bevindt zich daar achter die bosjes. Hij vraagt veel naar u, dus hij zal u als een aangename verrassing beschouwen.' Hemel glimlacht. Ik glimlach ook. Het is geen normale glimlach. Het is de eerste glimlach in tijden dat ik écht gelukkig ben. 'M-mag ik er naartoe?' Vraag ik zenuwachtig. 'Zeker! Als u vragen hebt kunt u altijd bij mij terecht, maar Robbie weet ook al veel.' Opnieuw glimlacht hij.
Ik ren door het landschap, richting de bosjes waar de bruinharige zich achter bevindt. Overal dansen mensen. Overal maken mensen plezier. Er is geen greintje onzekerheid, duister, pijn, of iets in die richting. Het is vrede. Ik ren door de bosjes, voor mijn ogen volstromen met tranen. Daar zit hij. Bij een koffietentje, met Jamie te kletsen. Zou hij enig idee hebben dat ik hier ben? Mijn zwarte, afgebrokkelde hart wordt meteen felrood als ik zijn achterhoofd zie. Godsamme wat heb ik deze man gemist. Voorzichtig sluip ik naar hem toe, Jamie heeft me al gezien maar houdt gelukkig haar mond. Ik zak door mijn hurken, en zit nu op mijn knien achter Robbie's stoel. Ik adem diep in en uit, waardoor ik mijn geliefde ruik. Verdomme dat ruikt goed. Dan sla ik mijn handen om zijn nek.
Hij schrikt, en draait zich om. Hij staart me aan. Meteen vullen zijn prachtige kastanjebruine ogen zich met tranen, die een fractie van een seconde later over zijn wangen stromen. 'MATT?!' Ik knik terwijl ik hem om zijn hals vlieg. Hij staat op en slaat zijn voeten om mijn middel. Dit is dé knuffel. Dé knuffel waar ik mijn leven voor heb gegeven, maar het is het allemaal waard. Deze knuffel maakt het allemaal goed. Ik zie Robje, ik ruik Robje, ik voel Robje en ik hoor Robje. Dat is genoeg. Genoeg om me tering tantoe geweldig te voelen. Genoeg om me te voelen hoe ik me nog nooit heb gevoeld.
Voorzichtig laat ik hem weer op de grond zakken. 'Lieve lieve Robje, wil jij mijn vriend zijn?' Ik denk niet eens na terwijl ik dit vraag, maar we hebben allebei onze levens gegeven voor elkaar, dus eigenlijk weet ik het antwoord al. Hij antwoordt niet, maar plant zijn zachte lippen op die van mij. Dit heb ik gemist, holy shit. Mijn ene hand ligt op zijn wang, en mijn andere in zijn nek. Gewoon, even hij en ik. Alleen even hij en ik. Dat is meer dan genoeg. 'Ja. Ja dat wil ik.' Fluistert hij tegen mijn lippen. Ik glimlach terwijl ik verdrink in zijn aanraking.
Robbie's POV:
Ik verdrink. Niet in mezelf, zoals de titel van het boek dat je nu aan het lezen bent, maar in mijn Mattje. Ik verdrink in zijn oceaanblauwe ogen, in zijn handen, en stiekem ook in zijn truien, die drie maten te groot zijn. Ik druk mijn gezicht weer in zijn borstkas als Hemel aan komt lopen. Als Matt Hemel ziet laat hij mij meteen los. 'Euhh..' Zegt hij zenuwachtig.
'Matthyas neem hem alsjeblieft terug in je armen. Hier boven zijn alle geaardheden oké. Je mag zijn wie je wilt zijn. In tegenstelling tot beneden zal niemand hier kritiek op je hebben. Mensen die kritiek hebben zitten bij mijn collega Hel, echt een zuurpruim trouwens. Hier zijn jij en Robbie helemaal veilig. Robbie heeft lang op jou en je knuffels gewacht, dus ga alsjeblieft knuffelend door het leven. Jullie zijn voor elkaar gemaakt maatje.'
Ik glimlach. Hemel is geweldig, en nu mijn Mattje er ook deel van uitmaakt is het nog geweldiger. Ik zou kunnen zeggen dat het dom is dat hij zijn leven heeft gegeven voor deze knuffel, maar ik zou liegen. Want het is het beste ooit. Als de woorden van Hemel tot Matt zijn doorgedrongen word ik weer in zijn armen getrokken. Er worden tientallen kleine kusjes in mijn haar gedrukt en er worden lieve woordjes in mijn oor gefluisterd. Dit is mijn ideaal. Tegen Matt aan.
Jamie komt aanlopen. Jamie zie ik inmiddels als mijn beste vriendin. Die zoen met Frank, op het voetbalveld heb ik haar allang vergeven, vooral nadat ze me duidelijk heeft gemaakt dat ze onder druk stond. Het was of die zoen voor mijn neus, of Frank zou haar verkrachten. Mijn gevoelens voor Jaim zijn wel totaal verdwenen, maar dat maakt haar helemaal niet uit. Matthy laat mij los en geeft ook Jamie een knuffel. 'Hoe is ie?' Vraagt hij. 'Prima, met jou?' Matt glimlacht. 'Geweldig.' Straalt hij. Dan bedenk ik me iets. Is hij hier door de ontvoering?? 'M-matt?' Vraag ik voorzichtig. Hij draait zijn hoofd naar mij. 'H-hoe ben je hier eigenlijk?' Hij glimlacht. 'Zelfmoord.' Ik glimlach ook. 'Jesus domme aap, heb je serieus je leven gegeven voor mij?' Hij knikt lachend zijn hoofd en trekt me weer in zijn armen.
Dan laat ik los en ren weg. 'PAK ME DANNNN.' Schreeuw ik over mijn schouder. Ik zie hem achter me aan rennen. Schaterlachend ren ik richting het grasveld, waar allerlei prachtige bloemen in bloei staan. Ik struikel over een losliggende tegel en val voorover in het vochtige grasveld. Matthy komt naast me liggen. 'U okay?' Vraagt hij lief. Ik draai me om en begin weer te lachen. 'Meer dan oké.' Hij grinnikt.
Daar liggen we dan. Naast elkaar, in het gras naar de lucht te kijken. De lucht die langzaam roze kleurt door de ondergaande zon. Ik hoor vrolijke muziek en fluitende vogels. Ik zie de zon heel langzaam verdwijnen, en de lucht steeds rozer kleuren. Net zo roze als mijn hart, en ziel. Ik draai mijn hoofd richting Matt. Ook hij kijkt me aan. Onze neuzen zijn niet meer dan twee centimeter van elkaar verwijdert.
Ik sluit mijn ogen als ik zijn lippen op de mijne voel, en leg mijn hand op zijn wang. Hij ademt uit tegen mijn lippen en mijn hele lichaam wordt overspoeld door vlinders. Ik sla mijn benen over zijn heup en geniet.
Ik hoor het volgende liedje door de box galmen. 'This Town, van Niall Horan.'
"If the whole world was watching I'd still dance with you."
Ik haal mijn lippen voorzichtig van die van hem.
'Mattje?'
'Robje?'
'Ik hou van je.'
'Ik hou ook van jou.'
JE LEEST
Ik verdrink in mezelf
General FictionMatthy en Robbie hebben het allebei zwaar, mentaal zwaar. Toch slagen ze erin elkaar gelukkig te maken, doormiddel van liefde. Maar wat als er één van de twee opeens verdwijnt? Wat doe je dan?
