Matthy's POV:
"Ik ren naar binnen, en zie hem staan. Hij staat me op te wachten, hij wist dit al. Mijn Robje. Ik ren naar hem toe en sluit hem in mijn armen. Hier heb ik 3 maanden op gewacht. Ik had liever gehad dat dit moment beneden plaatsvond, thuis. Maar het is oké. Samen uit is samen thuis. Robje is mijn thuis. Ik ben thuis. In de hemel, maar thuis."
Ik schrik huilend wakker, badend in mijn eigen zweet. Dit was de druppel. Ik klik op mijn telefoon.
~ 2:28, 30 juli 2023
Het is een mooie, heldere nacht. De sterren zijn duidelijk zichtbaar. Ik ga even voor het raam zitten, om mezelf rustig te maken, en te staren naar de plek waar ik me over een paar uur ook zal bevinden. Als ik mijn ademhaling weer onder controle heb wandel ik rustig naar beneden. Ik besluit alles rustig aan te gaan doen, aangezien ik nu toch alle tijd heb. Mijn plan staat vast, en daar kan helemaal niemand meer verandering in brengen.
Dit wordt de nacht.
Ik glimlach. Het klinkt raar, maar ik heb er vrede bij. Dit is de juiste beslissing. Ik wandel een klein rondje door het huis voor ik weer naar boven loop. Het mesje ligt al klaar, ik hoef het alleen maar diep genoeg in mijn pols te duwen. Dat is op dit moment de enige weg naar mijn Robje. Ik laat mezelf op de grond zakken, tegen mijn bed aan, en kijk even naar het mesje. Nu? Ja, dit is het goede moment. Ik verstevig mijn grip op het mesje, haal voor hopelijk de laatste keer diep adem, en zet het zo diep als ik kan in mijn pols.
Dit was het.
Ik voel een pijnscheut door mijn arm schieten, voor mijn zicht wazig wordt. Ik voel mezelf nog op de grond vallen, voor alles zwart wordt.
Raouls POV:
Ik schrik wakker, en ik heb geen idee waarom. Ik draai me om, om weer in slaap te vallen, maar iets zit me niet lekker. Het voelt niet als normaal, als ik midden in de nacht wakker word. Ik voel het, er is iets. Ik klik op mijn telefoon. 2:34, geeft het ding aan. Ik besluit op te staan, en even te checken of alles oké is. Het voelt gewoon niet goed.
Op mijn tenen sluip ik door het huis, om de jongens niet wakker te maken. Niks te zien, toch vertrouw ik het nog steeds niet. Moet ik echt bij ze naar binnen gaan? Weetje, ik ga alleen bij Matt kijken. Om die jongen maak ik me de meeste zorgen. Ik loop naar zijn kamerdeur en pak de klink vast. Terwijl ik die laatste handeling doe bekruipt me een gevoel van angst, en stress. Roel doe normaal, ga gewoon kijken. Zeg ik tegen mezelf. Maar het lukt me niet. Na vijf minuten de klink hebben vastgehouden, heb ik mezelf toch overgehaald. Voorzichtig doe ik de klink naar onder en stap de kamer binnen.
Mijn hart staat stil. Nee. Nee. Niet ook Matt. Nee, alsjeblieft laat het een droom zijn. Zonder nog een enkele traan te hebben laten gelopen, wat ik knap vind van mezelf, laat ik me sneller dan het licht naast hem zakken. 'Matt!' Fluister ik, alsof hij een bergje zand is, dat weg waait als je te hard blaast. 'Matt!' Geen reactie. Ik pak zijn pols.
Hij leeft nog. Hij leeft nog.
Ik schiet naar zijn telefoon, op het nachtkastje, en bel 112. Ik leg alles zo snel mogelijk uit, terwijl de tranen inmiddels toch beginnen te lopen. Ik knijp nog steeds in zijn hand, als ik de telefoon ophang. Ik ben vergeten te zeggen dat er haast bij is, aangezien zijn hartslag steeds zwakker wordt, maar ik denk dat ze dat wel gehoord hebben aan mijn stem. 'KOEN MILO ALSJEBLIEFT!' Schreeuw ik door mijn tranen heen. Meteen komen Koen, Milo en Charlotte de kamer in rennen. Oh ja, Charlotte, die was ik helemaal vergeten. Nou ja, hoe meer man hoe meer kansen denk ik. 'Leeft nog. Ambu onderweg. Hartslag achteruit. Pols open.' Zeg ik als geprogameerde robot. 'Die wond moet dicht.' Zegt Charlotte, terwijl ze een hoodie uit de kast trekt, en hem zo strak mogelijk om Matts arm knoopt.
Milo en Koen staan versteend. Ook zij weten dat het plan van de blondharige jongen eigenlijk was dat zijn hart nu niet meer klopte. Ook zij weten dat hij nu liever dood wil bloeden. Maar dat kunnen we toch niet laten gebeuren? We kunnen hem toch niet maar laten doodgaan? Ook al is dat het geen dat hij nu het liefst wil. Dat kan niet.
Koens POV:
Dan kom ik uit mijn trans. Ik loop naar het blonde lichaam en pak zijn pols. Meteen laat ik hem los. 'Roel?' Vraag ik gestrest. Meteen schiet zijn blik naar Matts pols. 'I-ik voel geen h-hartslag.' Meteen schiet Roel naast me en pakt de pols over. 'Kut kut kut kut.' Perst hij door zijn tranen heen. Milo en Charlotte staren ons aan, terwijl bij ons alle 4 de tranen beginnen te rollen. Waar blijft die verdomde ambu?!
Dan pakt, tot mijn grote verbazing, Milo zijn telefoon uit zijn zak en typt iets in. Dit is niet het goede moment om op een appje te antwoorden. Dan begint hij te praten.
'O-om de hartslag terug te krijgen, druk hart met beide handen midden op zijn borstkas. Hou dit twee seconden vast en laat twee seconden los. Hou dit vol tot de ambulance arriveert.'
Milo zakt naast mij en zet zijn handen op Matts borst. 'Sorry maatje. Sorry dat we je niet gewoon laten gaan.' Fluistert hij nog, voor hij kracht zet. Twee volle seconden laat hij zijn handen op zijn borst, dan laat hij twee seconden los. Dit vijf minuten lang. Vijf minuten lang zegt niemand een woord. En staren we alleen maar naar Milo's handelingen, die zich helemaal kapot werkt. Dan worden we gewekt door een sirene, en Roel trekt een sprintje naar de voordeur.
Milo's POV:
We zitten in de wachtkamer. Matt ligt op de spoedeisende hulp, en wij moeten hier wachten. Hier, in deze stinkruimte. Totaal machteloos, niet wetende of Matt dood is, of dat hij rustig op zijn telefoon zit. Ik wil naar hem toe, nu.
Naast mij zit Roel met zijn voet op de grond te tikken, tegen de stress. Koen is even een rondje lopen, hij kon het niet meer aan. En ik zit hier, naar mijn benen te staren, terwijl mijn tranen geen ophouden lijken te kennen. Charlotte is thuisgebleven, dat was makkelijker. Ik zie Koen weer aan komen lopen. Hij ploft naast me in de stoel, voor hij zijn gezicht weer in zijn handen begraaft, om daar verder te huilen. Alle drie hebben we geen woord gezegd. In het half uur dat we hier zitten geen woord. Dan komt er een dokter aanlopen. 'Het Lam is wakker, niet stabiel, aan de beademing, maar wakker. Jullie kunnen naar hem toe.'
Ik wil opspringen, en het uitschreeuwen van opluchting. Ik wil juichen, en dansen. Ik wil zingen en springen. Maar het enige dat er uit mijn mond komt is, 'Oké, bedankt.' Omdat ik weet dat hij het over een week weer probeert, en daarna weer, en daarna. Keer op keer, tot hij echt bij Rob is. Toch ben ik nu zo verschrikkelijk tering blij. Blij dat ik nog iets kan zeggen, en blij dat het nog niet over is.
We lopen achter de dokter aan naar Matt. Hij opent de deur voor ons, en loopt dan weg. Gewoon, alleen wij en hij. Koen, Roel en ik. En Matt. 'Hey maatje. Wij zijn het. Doe maar rustig aan. Het komt wel goed.' Zegt Koen, die naast hem gaat zitten. Matt glimlacht, en pakt zijn hand. Ook ik ga naast hem zitten. 'Sorry. Sorry dat ik jullie dit aandoe.' Zegt hij zacht. Ook Roel komt erbij. 'Het is niet erg. Ik snap het.' Zegt hij rustig. Dan zegt Matt iets dat hij beter niet had kunnen zeggen.
'Ik zal over jullie waken. Voor altijd. Ik zal de mooiste ster zijn, samen met mijn Robje. We zullen lol maken, de hele dag. Jullie gaan dat ook doen, maar niet meer met Rob, of mij. Jullie kunnen dit alle drie. Het spijt me. Het spijt me echt, maar ik kan niet meer. Voor mij houdt het leven hier op, maar jullie gaan er sterker uitkomen, ik beloof het. Zullen jullie soms naar de sterrenhemel kijken? Ik zal zwaaien. Ik hou van jullie.'
Ik knijp in zijn hand. 'Matt stop. Het is nog 60 jaar lang niet jouw tijd om te gaan. Niet hier, niet nu! Doe het dan godverdomme voor ons!' Schreeuw ik door mijn tranen heen. Matt aait even met zijn duim over de rug van mijn hand, voor hij zijn ogen sluit. Meteen gaan er allemaal alarmen af. Het is te laat. Hij heeft zich aan zijn woord gehouden. Ik kijk angstig naar Roel en Koen, die allebei de tranen uit hun kop huilen, terwijl ze vertikken Matt los te laten.
Er komen allemaal dokters binnen rennen, die als eerst ons uit de kamer werken. 'NEE.' Schreeuwt Koen. 'WE WILLEN BIJ HEM BLIJVEN, ALSJEBLIEFT.' Toch worden we de kamer uitgebonjourd. Binnen horen we gepiep, van apparaten die zich overuren werken, we horen gestreste stemmen, we horen zelfs geschreeuw. Daar staan we dan. Voor de deur. Weer totaal machteloos. We kunnen niet te laat zijn. Dat mag niet. Dan komt er een dokter naar buiten lopen. Aan zijn gezicht lees ik al af dat het wel eens beter met Matt is gegaan.
"Heren, ik moet jullie mededelen dat Matthyas Maarten het Lam, op 28 jarige leeftijd is overleden. Op 30 juli 2023, 3:19."
JE LEEST
Ik verdrink in mezelf
General FictionMatthy en Robbie hebben het allebei zwaar, mentaal zwaar. Toch slagen ze erin elkaar gelukkig te maken, doormiddel van liefde. Maar wat als er één van de twee opeens verdwijnt? Wat doe je dan?
