Doe het dan voor mij

719 27 13
                                        

Matthy's POV:

Laat me gaan, alsjeblieft. Ik heb niet de kracht om uberhaubt te bewegen, maar laat me los. Als ze me niet snel laten gaan geef ik het op. Dan ben ik klaar hier. Ik weet dat Rob dan nooit meer hetzelfde zal zijn, maar het lukt niet meer. Ik wil naar Rob, mijn Robje. Ik was eindelijk gelukkig met mijn Robje. Hij maakte mij blij. Hij was de enige die mij echt blij kon maken. Als ik mijn ogen sluit, en me goed concentreer, voel ik zijn warme zachte lippen opnieuw op die van mij. Dan voel ik opnieuw zijn hand op mijn heup, en dan voel opnieuw zijn warme adem zacht tegen mijn wang. Als ik mijn ogen sluit en me goed concentreer, voel ik me voor even gelukkig. Maar echt maar voor heel even, een fractie van een seconde denk ik. Eigenlijk heb ik niet eens de kracht om te denken. Het lukt me niet eens mijn vingertopje te bewegen, en het lukt me niet eens om mijn neus op te halen. Ik zie een waas op me af komen. 'We gaan verhuizen meneer het Lam.' Hoor ik een zware mannenstem in de verte. Ik kan niet reageren, maar het boeit me allemaal ook niet meer. Misschien brengt dit me dichter bij Robje, misschien is Robje daar wel. Misschien kan ik hem daar wel in mijn armen sluiten.

"I believe in something, I believe in us."

Robbie's POV:

Ik schrik trillend wakker, badend in het zweet. Waar ben ik? Matts kamer. Langzaam word ik iets rustiger, en laat me weer op zijn kussen zakken. 'Het is goed maatje.' Hoor ik een stem naast me. Ik schrik me een ongeluk en val bijna uit bed. 'Rustig ik ben het maar.' Ik kijk naast me, Milo. 'W-wat doe je h-hier?' Vraag ik langzaam. 'Zorgen dat er niks met jou gebeurt.' Zegt hij rustig. Ik glimlach. Hij geeft dus echt om me. 'Ga maar weer slapen maatje, ik blijf hier. Het is goed oké?' Ik knik en ontspan. Heel langzaam val ik weer in slaap.

Ik rek me uit, en wrijf door mijn ogen. Langzaam ga ik rechtop zitten. Ik kijk naast me, Milo ligt er vredig bij. Ik stap uit bed en loop naar de kledingkast. Het is de kledingkast van Mattje, maar dat is precies de bedoeling. Ik pak de wit-grijze trui en een zwarte spijkerbroek. Ik moet de mouwen iets oprollen, maar verder gaat het prima. Het ruikt naar Matt, en dat is precies de reden waarom ik het aan wil. Op mijn tenen loop ik de kamer uit, naar de woonkamer.

De kamer is leeg, ik ben de eerste. Dat is niet gek, aangezien het pas half 8 is. Ik loop de keuken in om eten te maken, en schrik me voor de tweede keer die dag het apezuur. Koen, met zijn benen opgetrokken, met zijn gezicht tegen zijn knien, te huilen. 'Maatje!' Zonder twijfel laat ik me naast hem op de grond ploffen en trek hem tegen me aan. 'I-ik m-m-mis hem z-zo.' Huilt hij in mijn armen. Ik aai over zijn rug. 'Het komt goed, echt waar.' Normaal ben ik degene waartegen dit gezegd moet worden, maar nu zijn de rollen eens omgedraaid. 'Huil het er maar uit Koen, dat is gezond.' Een kwartiertje later voel ik dat hij stopt met snikken, en zich los maakt uit mijn armen. 'S-sorry..' Zegt hij zacht. 'Waarom sorry??' Vraag ik verbaasd. 'J-jij hebt het moeilijker dan wij, en dan ga ik lopen janken..' Zegt hij schuldig. 'Koen! Al huil jij 24/7, hoef je nog steeds geen sorry te zeggen! Huil maar lekker maatje, dat is goed.' Hij glimlacht. 'Dankje, ik ga ff douchen denk ik.' 'Is goed maatje, ik maak wel een ontbijtje voor je.' Zeg ik terwijl ik over zijn rug aai.

Koen is douchen, dus nu ben ik echt alleen beneden. Volgens mij heb ik een goede dag vandaag. Buiten vannacht heb ik niet meer zo veel aan Matt gedacht, en zelfs toen Koen huilde, huilde ik niet. Ik maak een tosti voor mezelf, en ga net aan tafel zitten als de telefoon gaat. Ik kijk op het scherm en zie "politie" staan. Meteen staat mijn hart weer stil, en klopt daarna verder in mijn keel. Langzaam pak ik de telefoon op, druk op de groene knop en breng hem naar mijn oor. 'Met Robbie?' Zeg ik langzaam. 'Hey, met Charlotte.' Ik ontspan een beetje als ik haar stem hoor, omdat ik haar inmiddels ken. 'Ik heb nieuws, is er iemand bij je?' Ik kijk om me heen, terwijl ik al weet dat hier niemand is. Ze maakt me een beetje bang, waarom moet er in godsnaam iemand bij me zijn?! 'N-nee' zeg ik langzaam. 'Kan je even zorgen dat er iemand bij je is? Milo misschien?' Die 2 vinden elkaar echt leuk, ik weet het zeker. 'Ik zal Milo even roepen.' Ik hoor een instemmend geluidje aan de andere kant van de telefoon en loop naar de kamer van Matthy. 'Miel? Ben je wakker?' Ik zie hem vermoeid in zijn ogen wrijven. 'Hmhhhh wat is er?' 'Ik heb Charlotte aan de lijn..' Bij de naam "Charlotte" springt hij uit bed. 'Ze wil me iets vertellen maar er moet iemand bij zijn.' Ik zie Milo ook meteen trillen. Wat kan er zijn dat we niet in ons eentje mogen horen?? 'Ben je bij hem?' Vraagt Charlotte. 'Hmh', antwoord ik bezorgd. 'Het bloed..' begint ze mystrieus. Ik hou mijn adem in. 'Is van Matthyas.'

De telefoon valt uit mijn handen en ik zak op de grond. De telefoon stond op luidspreker, dus Milo heeft ook alles gehoord. Meteen ploft hij naast me neer, en daar zitten we dan, samen te huilen. Het bloed is van Mattje, maar het was zo'n grote hoeveelheid dat de kans dat hij heeft overleefd heel erg klein is.

Mattje. Mattje alsjeblieft, alsjeblieft. Je bent sterk Mattje. Dit kan jij. Ik heb vertrouwen in je. Doe het dan voor mij..

Ik lig met mijn hoofd tegen Milo's borstkas, terwijl de tranen maar blijven komen. Voorzichtig pakt Milo de telefoon op, die nog steeds aan de lijn is met de politie. 'M-m-met M-milo.' Zegt hij snikkend. 'Het spijt me. Het spijt me echt.' Klinkt Charlotte nog aan de andere kant van de lijn. Dan verbreekt ze de verbinding.

Ik verdrink in mezelfVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu