-hoofdstuk 8-

754 31 14
                                        

Daan en ik laten onze paarden los in de grote vallei die verscholen lag achter het pad.

Daan laat zich tegen een omgevallen boomstronk zakken. De boom ligt er waarschijnlijk al een tijdje want hij is volledig bedekt met mos.

Op mijn knieën ga ik naast Daan zitten. Ik bestudeer zijn gehavende gezicht terwijl hij zijn ogen dicht heeft.

'Het spijt me Daan' zeg ik zachtjes.

Langzaam opent hij zijn ogen.

'Het geeft niet, alleen mijn voorhoofd bonkt een beetje door de klap die die man me gegeven heeft.'

Ik knik, omdat ik werkelijk geen idee heb wat ik moet antwoorden.

Om mezelf nuttig te maken maak ik een vuurtje. Gelukkig weet ik precies waar mijn lucifers zijn.

Thuis in de keukenla.

Na veel gestuntel is het vuur eindelijk aan. Vanuit mijn ooghoek zit Daan me met een scheve lach aan te kijken.

'Is het zo leuk om te zien hoe ik vuur maak ?'

'Nouja ik zal niet ontkennen dat je leuk bent om naar te kijken.' zegt hij sarcastisch.

Door het licht van het vuur valt mijn oog op een Jura-Waterlelie. Mijn oma heeft me eens geleerd dat deze een sterke genezende kracht had. Voorzichtig haal ik het blad uit het water.

Zachtjes leg ik het op Daans voorhoofd.

'Wat doe ?' vraagt hij.

'Dit werkt genezend' zeg ik terwijl ik het blad op zijn voorhoofd houd.

Daan knikt en na een paar minuten valt hij weer in slaap. Mijn hand rust al die tijd op zijn voorhoofd en af en toe ververs ik het Jurablad.

Een schuldgevoel bekruipt me als ik me bedenk dat hij deze klappen opving om mij te redden.

Uiteindelijk word de vermoeidheid mij ook teviel en val ik in een diepe slaap.

De volgende ochtend word ik tegelijk met Daan wakker. De lucht is helderblauw en de warmte is nu al te voelen.

Daan haalt het blad van zijn hoofd.

'Je had gelijk, de pijn is verdwenen. Bedankt !'

'Ik zou jou moet bedanken' zeg ik met een glimlach.

'Weetje, je leek gisteravond helemaal niet bang.' zei Daan opeens.

'Je moest is weten.' zeg ik lachend.

'Vroeger hebben ze mijn zus een keer bijna meegenomen zodat ze als werkster aan de slag kon. Ze was doodsbang, maar jij stond daar zo anders. Waar zat je met je gedachten ?'

'Ik dacht na over waar ik die man het best kon pijnigen.'

'Aha,' zegt Daan kort.

Dan stopt hij met praten en kijkt met een verbijsterd gezicht langs me heen.

'Wat is er ?' vraag ik nieuwsschierig.

'Achter je' zegt hij zachtjes.

En nu snap ik het. Achter ons staat een hele hoge smalle toren. De toren is helemaal van steen gemaakt. Alleen bovenaan lijkt zich een klein huisje te bevinden.

'Nooit geweten dat dat bestond' zei ik.

Daan staat op en vraagt

'Zullen we eens kijken of we erin kunnen ?'

'Ik vind het prima' antwoord ik schouderophalend.

Ik volg Daan op de voet naar de toren.

'Dat is vreemd' zegt Daan.

Tangled/Rapunzel 2 NLWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu