Een ronkend roosje

83 7 0
                                    

Lieze kroop ongemakkelijk in de zetel van het studentenhuis. Er was zoveel gebeurd gisteren. Thijs die vreselijke nachtmerrie's had en door de hel moest gaan. Ze wilde niet weten hoe hij zich nu voelde. Na het inwijdingsfeest van deze avond zou Sophia voor eeuwig verdwijnen. Ze vond het vreselijk voor hem. Hij had net de liefde van zijn leven gevonden en nu moest hij het weer afgeven. Alsof zijn droom aan stukken werd geslagen. Maar haar eigen problemen moesten niet onderdoen (toch waren ze niet zo erg als die van Thijs). Ze kon de inwijding overslaan, maar dan moest ze de troon opvolgen. Ze had nu al zo weinig tijd met Lucas, laat staan wanneer ze koningin werd. Een moeilijke keuze die ze niemand toewenste. In haar ooghoeken zag ze Lucas slapen op de bank. Net een ronkend roosje. Ze voelde een lachje opborrelen en probeerde het tegen te houden. Maar Lucas begon al te knipperen met zijn ogen.

'Waarom die lach op je gezicht?', vroeg Lucas met zijn haar in de war. Weer moest ze haar lach in te houden.

'Je zag er zo schattig uit, toen je sliep.'

'Dat geloof ik maar al te graag. Ik heb je gisterenavond en deze morgen wel zien piekeren. Toen ik wakker werd, was het eerste wat ik zag je verbitterde gezicht. Vind je het niet leuk? Als je liever thuis slaapt... Of is het de inwijding van deze avond die je dwarszit?'

'Nee, dat is het niet. Geloof mij, het is echt fijn om bij jou te zijn. Elke seconde van de dag. Maar mijn moeder verlangt iets belangrijk van mij...'

'Wat dan? Je weet toch dat je me alles kan vertellen?'

'Ze wil dat ik de troon op volg...'

'Maar dat is toch goed nieuws!', zei Lucas enthousiast terwijl hij recht sprong uit de zetel, 'samen elke dag genieten als koning en koningin van Felidi! Wat wil je nog meer? Dan hoeven we ons tenminste geen zorgen meer te maken over het uitverkorenen gedoe en hebben we eindelijk wat meer tijd voor elkaar.'

'Dat hoop je, maar heb je al gedacht aan al het papierwerk? En de vergaderingen! We zullen elkaar haast nooit zien!'

Hij zei niets meer en keek haar met bedroefde ogen aan. Ze wist dat hij lachte met haar en misschien overdreef ze ook wel. Maar ze was er nu eenmaal nog niet klaar voor. Ze was al amper aanwezig op de vergaderingen, laat staan wanneer ze koningin werd. De naam van prinses was ze waardig, maar die van koningin was iets te hoog gegrepen. Ze boog zich voorover naar Lucas en ze voelde hoe hun neuzen elkaar zachtjes raakten. Een tinteling schoot door haar lichaam als een bliksem. Telkens als ze bij hem was, voelde ze zich thuis. Een thuis was voor haar niet per se een plek, waar je hoorde. Het was eerder een persoon waar je de rest van je leven mee wilde spenderen, tot de dood en verder. Zijn zachte lippen raakten de hare en ze trok hem zachtjes terug in de zetel. Haar handen gleden zachtjes over zijn borstkas. In zijn ogen herkende ze een glinstering en ze voelde een glimlach op haar gezicht verschijnen. Ze legde haar hoofd op zijn buik en ze voelde hoe zijn hart klopte. Op het ritme van de hare. Ze sloot zachtjes haar ogen en dreef stilletjes weg tot ze in slaap viel.

Thijs zocht naar het eerste beste bankje in het park. De bomen hadden hun bladeren verloren en leken net op skeletten met akelige handen. Hij slikte en keek rond. Het enige wat hij zag was een schim aan het meer. Het leek op een menselijke vorm. Zijn nieuwsgierigheid trok hem recht van het bankje en zijn voeten leken automatisch te lopen. Hij kon ze niet beheersen. Hoe dichter hij kwam, hoe meer hij te zien kreeg wie de schim was. Maar hij herkende de persoon niet. Het was een klein jongetje, met blonde krulletjes. Zijn gezicht zat vol sproeten en hij speelde met een bootje op het meer. Thijs vroeg zich af welke ouders hun zoon zo laat lieten spelen in een donker park. Hij liep op het jongetje af. Hij legde zijn hand op de schouder van het kind, maar wanneer hij de jongen aanraakte, was hij verdwenen. Hij boog zich voorover om naar het water te kunnen kijken en in het water herkende hij het gezicht van het jongetje. Hij leek om hulp te schreeuwen. Maar een windvlaag maakte golven in het water en de jongen verdween. Toen hij zich omdraaide, herkende hij het gezicht van Thomas. Zijn ogen waren nog roder dan hiervoor en zijn kwade blik verried dat hij geen goede dag had.

'Heb je nu eindelijk een keuze gemaakt? Ik heb geen eeuwen de tijd.', zei hij geïrriteerd.

'Ik weet het niet...ik denk niet dat ik het ga doen. Ik kan haar niet vermoorden, ze is mijn beste vriendin.'

'Weet je het zeker?', zei hij met een geniepig lachje.

'Ja, ik ben honderd procent zeker. De deal gaat niet door Thomas. Als je terug normaal wordt, bel me dan. Ik zou je helpen als ik kon, maar ik heb de toestemming van de koningin niet om naar Venus te gaan. Vaarwel mijn beste vriend.', zei hij terwijl hij zich omdraaide. Maar hij had nog geen stap gezet of hij voelde een hand op zijn schouder. Hij werd stilletjes de grond geduwd. Met hevige pijn probeerde hij terug te vechten, maar Thomas was te sterk. Sinds wanneer had hij zo een spieren gekweekt?

'Wat wil je van me?', zei hij terwijl hij het uitschreeuwde. Uiteindelijk liet Thomas hem los en viel hij met een klap op de grond. Het gras was verander in beton. Deze droom werd een nachtmerrie en erg beangstigend.

'Het is tijd om je mee te nemen naar Venus.', zei hij al lachend. De grond onder Thijs begon hevig te trillen. De gevoelige plek op zijn schouder die Thomas ingeduwd had, bleef hevig pijn doen. Snel probeerde hij zijn mes te nemen, maar hij besefte dat hij ongewapend was. Wanneer hij zich op zijn rug draaide, zag hij hoe Thomas gehuld werd in een rode mist. Ook hijzelf was aangetast door de rook. Het kroop stilletjes aan van zijn handen naar zijn armen tot uiteindelijk zijn hoofd aan de beurt was. Hij probeerde haastig naar lucht te happen. De mist kroop in zijn mond en hij voelde hoe hij de controle over zijn lichaam verloor. Maar in plaats van aan zichzelf te denken, dacht hij aan Sophia. Aan het laatste moment dat hij haar gezien had. Hij zou haar waarschijnlijk nooit meer zien. Maar nu hoefde hij zich geen zorgen te maken. Hij moest niet lijden omdat hij haar miste. Hij zou haar wel tegenkomen bij Robijn en Smaragd. De ontmoeting waar hij naar verlangde. Waar hij de rest van zijn leven samen met Sophia zou kunnen doorbrengen. Dan was deze nachtmerrie dan toch geen nachtmerrie, maar een droom die uitkwam.

Felidi 3: de vijf moorden van FelidiWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu