Slapende Sophia

87 9 0
                                    

Lieze keek door de kier van de deur naar de arena. Een paar leden van Felidi onderzochten de moord op een begeleidster die in Felidi werkte. Het enige wat Lieze over haar wist dat ze nieuwelingen begeleidde die het moeilijk vonden om te immigreren in het genootschap. Waar was ze eigenlijk toen ze zo iemand nodig had? Door de kier zag ze hoe een man de pijl eruit trok en die aandachtig bestudeerde. Toen Lieze naar binnen rende, waren alle deuren gesloten. Wanneer een dader wegrent, heeft die geen tijd om de deuren te sluiten. Maar omdat het een boogschutter was en van een afstand schoot, kon dit eigenlijk officieel wel. Maar een optie die nog kon, was dat de kleine uitwisseling student de oorzaak was van deze moord. Maar hij had geen boog vast op het moment dat het gebeurde. Wie kon in zo een korte tijd zijn boog verstoppen en op het lijk aflopen? Wanneer ze op het punt stond om te vertrekken voelde ze een hand om haar schouder krullen. Ze herkende de ruwe handen uit duizenden.

'Prinses, waarom was je niet op de vergadering van de raad van zes?', vroeg Lucas.

'Ik voel me nog steeds slecht bij wat er gebeurd is. Als ik nu vroeger had binnengewandeld, was dit misschien helemaal niet gebeurd.', zei ze terwijl ze hem omhelsde. Na deze tweede moord kreeg ze het steeds moeilijker om de trauma's te verwerken.

'Het komt wel in orde. Ze zullen de dader waarschijnlijk wel zo snel mogelijk vinden. Maar je hebt iets belangrijks gemist bij de vergadering.', zei hij terwijl hij met haar hand over haar schouder wreef om haar te troosten. Snel plantte hij een kus op haar voorhoofd.

'Wat dan?'

'De inwijding wordt uitgesteld naar morgen. Iedereen vond het beter zo na de moord van vandaag. Maar dus hebben we tijd voor iets anders. Ik had beloofd dat we samen iets met ons tweeën gingen doen niet?'

'Dat heb je inderdaad. Mag ik nu eindelijk weten wat?'

'Dat zal ik je wel laten zien.', zei hij plagend terwijl hij haar hand vastnam.

'Toch niet iets wat alleen jij leuk vind hé? Want een sessie messen werpen is niets voor mij en dat weet je.', lachte Lieze terug.

Maar Lucas antwoordde niet en bleef haar lachend aanstaren. Ze wist dat hij iets van plan was. Iets wat Lieze niet zou willen, maar het toch moest doen omdat hij het net wel 'leuk' vond. Ze kende hem dan maar ook al te goed. Maar zonder iets te zeggen plantte ze zelf een kus op zijn wang en greep zijn hand. Ze vlocht haar vingers in de zijne.

'Gaan we nu nog vertrekken?', vroeg ze glimlachend.

'Ja, het is bij mij thuis te doen.'

Hij nam haar hand harder vast om haar naar de uitgang te begeleiden. Door de gangen op weg naar buiten, liepen ze langs de ziekenhal. De deur stond op een kier en er scheen licht tegen de muur vanuit de ruimte. Vreemd, want de enige die daar nu hoorde te zijn was Sophia, na het incident met Thomas. Lieze kon nog steeds niet begrijpen dat Thomas iemand in elkaar zou slaan, laat staan zijn eigen leerlinge. Lucas wandelde op zijn hoede af op de deur. Maar het enige wat hij deed toen hij door de kier keek, was verbijsterd staan kijken...

Thijs wandelde met gebogen schouders de kamer binnen. Tot zo ver zijn oog reikte, stonden er overal ziekenbedden. Hij herinnerde zich nog dat Lieze hier had gelegen na het auto-ongeval. Zo stil, alsof ze echt dood was. Geen enkele spier in haar lichaam bewoog en ze zag zo wit, dat ze net op een spook leek. In zijn handen voelde hij de stekels van de roos prikken. Kleine rode vlekjes vormden zich op zijn had, maar hij leek het niet te voelen. Zijn gedachten zaten bij Sophia. Terwijl hij aan haar dacht, keek hij naar haar gevoelloze lichaam. Ze leek te slapen, net een engeltje. Hij slikte zachtjes zijn tranen weg, maar hij wist dat hij ze niet langer kon ophouden. Zijn pas versnelde en hij knielde op de grond naast haar bed. Hij nam haar koude handen vast en hoopte een teken van leven te vinden, maar er gebeurde niets. De gedachte dat ze nooit meer zou wakker worden, deed hem vanbinnen stilletjes aan zelf dood gaan. Hij kon niet leven zonder haar. Of hij kon het zich alleszins niet voorstellen. Hij loste haar hand en kruiste zijn armen op het bed. Zijn hoofd lag tussen zijn armen en stilletjes aan voelde hij de tranen over zijn wangen rollen. Zijn schouders schokten hevig maar het kon hem niet schelen. Zijn gesnik weergalmde door de gangen en weerkaatste terug. Alsof hij geconfronteerd werd met het feit dat hij nooit huilde. Hij moest altijd het voorbeeld zijn tegenover Thomas. Degene die stoer was en geen angsten had. Maar dit keer waren de rollen omgekeerd. Hij hief zijn hoofd terug op en fluisterde 'je houdt toch van mij, waarom wordt je dan niet wakker?' tegen Sophia. Maar zoals hij verwacht had, antwoordde ze niet. Links van hem op het nachtkastje zag hij een glas water blinken. Zijn hand greep trillend naar het ding en zijn vingers krulden er rond. Hij kneep steeds harder en harder in het ding tot hij scheurtjes zag verschijnen. Hij voelde zich steeds roder worden, tot uiteindelijk het glas brak. Straaltjes bloed druppelden van zijn handen en hij keek trillend naar het tafereel. Hij voelde zichzelf zwakker worden met de minuut. Zwart bolletjes vertroebelden zijn zicht, het enige wat hij nog hoorde was het geschreeuw van zijn eigen naam...

Felidi 3: de vijf moorden van FelidiWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu