Toen Daan de volgende dag nar school fietste, was hij de hele tijd aan het twijfelen. Als hij Sarah tegenkwam (waarschijnlijk weer bij het fietsenrek), zou hij dan lachen naar haar, alsof hij niet boos meer was? Of moest hij haar negeren en langs haar lopen, alsof hij wel nog steeds boos was? Was hij eigenlijk nog steeds boos? Hij wilde weten hoe het zat, maar hij was niet echt meer boos. Toch? Glimlachen dan maar? Of moest hij Sarah laten zien dat ze echt niet zo met hem om mocht gaan? Dat hij geen speelgoed was dat je voor je verjaardag kreeg, waar je een paar dagen mee speelde en daarna in een hoek liet liggen en nooit meer naar omkeek? Negeren?
Glimlachen?
Negeren?
Glimlachen?
Dilemma, dilemma. Hij wist het echt niet meer.
Waarschijnlijk zou Sarah erg verrast zijn als hij haar zou negeren. Hij probeerde zich in haar te verplaatsen. Daan, dat zachte, stille jongetje dat wordt gepest en nooit van zich afbijt. Ja, er is natuurlijk een mogelijkheid dat hij nog boos is, maar Daantje? Nee, die vindt het gewoon weer goed, alles oké, zand erover.
Nee, als Sarah echt zo zou denken, zou ze het niet verwachten. Maar Daan hoopte eigenlijk dat ze niet zo kleinerend over hem dacht. Hij hoopte dat ze over hem dacht als een vriend, en dat ze het verschrikkelijk vond dat ze nu ruzie hebben.
Dat hoopte hij, maar hij schatte de kans niet erg groot in.
Maar oké, hij zou er vandaag achterkomen.
Dus, als negeren haar zou verrassen, kon hij dat beter doen. Dan zag ze ook weer een andere kant van hem. Een kant die niemand kende. Die hij eigenlijk ook niet kende, maar die nu opeens tevoorschijn is gekomen.
Oké.
Negeren dus.
Je kunt het, Daan.
Het gaat je lukken, gewoon straal langs Sarah lopen alsof ze er niet is. Alsof ze lucht is. Alsof ze niets is. Daans zachte kant kwam weer naar boven en hij begon te twijfelen of hij het wel kon, Sarah zo negeren. Maar hij sprak zichzelf weer moed in. Hij kon het wel! Toen zag hij opeens dat hij al bij school was. Doordat hij zo in gedachten verzonken was had hij dat helemaal niet gemerkt!
Hij zette zijn fiets in de stalling, op slot, en draaide zich om. Daar zag hij Sarah staan. Oké, negeren schoot er door zijn hoofd, maar erg snel, want toen zag hij hoe Sarah keek. Sarah zag er verschrikkelijk uit. Haar ogen waren rood; ze had duidelijk gehuild. Grote wallen onder haar ogen, smekende, bange blik in haar ogen. Zo had Daan haar nog nooit gezien. Zo kwetsbaar, zo breekbaar, zo bang. Daan dacht dat ze elk moment weer in huilen kon uitbarsten.
Het ging gewoon vanzelf, Daan lachte naar haar. Alsof hij wilde zeggen: 'het komt wel goed, Sarah, ik ben niet boos meer.'
'En waar is nu het negeren.' schoot het door zijn hoofd.
'Hoe kan je dit nou negeren?' dacht hij toen, als antwoord, 'hoe kan je dit nou weerstaan? Dit is echt. Sarah is echt oprecht verdrietig, dat kun je zien. Dus laat dat negeren maar.'
Daan liep naar Sarah toe en zei: 'het is oké, het is goed. Ik ben niet zo boos meer. Rustig maar. We spreken er in de pauze wel over, oké?'
Sarah knikte alleen, maar ze keek heel opgelucht.
De eerste twee uur tot de pauze waren gespannen. Sarah wist dat Daan niet boos meer was, maar ze was toch bang voor een nieuwe uitbarsting. Ze durfde niks meer te zeggen. De hele klas merkte dat ze abnormaal stil was, maar niemand zei iets.
Daan wist ook niet wat hij moest zeggen. Normaal begon Sarah altijd. Sarah was de gangmaker van de klas, en nu ze zo stil was, was de hele klas dat ook. Wiedema vroeg nog of het wel helemaal goed met haar ging, en Sarah zei alleen maar: 'ja. Ja hoor, het gaat wel.'

JE LEEST
Je kent me niet
FantasyEr komt een nieuw meisje bij Daan in de klas; Sarah. Ze zijn meteen beste vrienden, maar Daan merkt iets raars aan Sarah. Ze is geheimzinnig en heeft rare reacties op bepaalde gebeurtenissen. Er blijkt iets te zijn met Sarah wat niemand had verwacht...