Ik haalde diep adem. Ik wist niet wat ik hem moest vertellen. Er was geen leugen die ik kon vertellen dat dit uit kon leggen. De waarheid vertellen was ten strengste verboden. Wegrennen kon nu niet meer. Ik nam een besluit. Vastbesloten keek ik Julian aan.
'Ik ben Avalynn Smith. Mijn ouders waren drugsdealers en zijn vermoord toen ik acht was. Degene die toendertijd hun baas was nam me in huis en gaf me zijn achternaam. Hij heeft me opgeleid tot sluipmoordenaar totdat ik de beste in mijn vak was. Ik heb al meer mensen vermoord dan ik kan onthouden. Die jongen was Kevin, sluipmoordenaar, als ik er niet was geweest was je dood geweest.'
Julian stond op. Met een bezorgde blik liet hij zijn handen over mijn armen glijden. 'Slaat jouw baas je?'
Ik knikte.
'Wat doe je hier dan nog? Ga, vlucht en laat je gezicht hier nooit meer zien!'
Ik schudde mijn hoofd, 'Je kent hem niet. Hij heeft overal contacten. Hij heeft me zo opgespoord', zei ik bitter.
Hij legde zijn handen op mijn wangen en kuste me hartstochtelijk. 'We vinden er wel iets op.'
Ik deinsde achteruit 'Dacht het niet. Jij houd je hier buiten.'
Julian liet zijn handen zakken en zuchtte. 'Je kan niet alles alleen doen. Je kan wel wat hulp gebruiken.'
'Je onderschat me! Ik kan het tegen een dozijn gewapende mannen opnemen. Het lukt me heus wel om mijn eigen leven weer op de rails te krijgen!'
Hij sloeg zijn armen over elkaar, 'Daar twijfel ik ook niet aan. Het probleem is dat jouw leven nooit op de rails is geweest.'
Daar kon ik niets op zeggen. Het was waar. Koppig als ik was bedacht ik iets waarmee ik toch nog het laatste woord zou hebben maar, ik kon niets verzinnen. Dus in plaats van nog iets te zeggen drukte ik mijn lippen teder op de zijne.
Julian was verrast door het gebaar, maar kuste me al snel hartstochtelijk terug.
Plotseling maakte hij zich van me los. 'Nee Avalynn, stop daarmee. Je kan niet altijd iemand gaan kussen als je niets weet om te zeggen.'
'Ik snap het niet', mompelde ik.
'Wat niet?'
'Waarom probeer je me te helpen? Ik ben niet meer te redden. Dat moet jij toch ook zien? En wat is er gebeurd met die jongen die me alleen maar in zijn bed wilde zien? Waarom doe je dit?'
Hij bleef stil.
En toen snapte ik het. Hij wilde me niet helpen. De jongen die me alleen maar in zijn bed wilde zien was nooit verdwenen. Best. Als dat is wat hij wil.
Weer drukte ik mijn lippen op de zijne. Hij trok zich terug maar ik hield hem stevig vast. 'Avalynn...' 'Sssst, praten komt later.'
Hij tilde me op en droeg me de trap op naar zijn kamer. Voorzichtig legde hij me op zijn bed en pauzeerde eventjes. Ik rolde mijn ogen en greep zijn schouders vast. Dwingend kuste ik hem weer. Hij kuste me gretig terug.
Ik werd wakker van een geluid beneden. Voorzichtig maakte ik me los uit Julians armen zonder hem wakker te maken. Ik keek op zijn wekker. Het was bijna 4 uur s'ochtends. Ik raapte al mijn kleding bij elkaar en verliet de kamer.
Ik liep naar de badkamer en kleedde me daar om. Toen liep ik naar beneden en ging ik op verkenning uit. Ik zag niemand, maar doen ik in de woonkamer kwam schrok ik. Het lichaam van Kevin was weg. Er was iemand binnen geweest en ik durfde er heel wat om te verwedden dat het een van meneer Smiths mannen was geweest.
Ik belde een taxi en liet me naar Johns bar brengen. Daar stapte ik de bar in en negeerde boze blikken die mijn kant op werden geworpen. Achter de bar stond John wat glazen af te wassen. Met een zucht ging ik op de barkruk voor hem zitten.
'Wat is er, Avalynn?'
'Hoe bedoel je "wat is er"?'
'Het is half vijf s'ochtends en er is hier geen contactpersoon vandaag. Wat is er mis?'
Ik zuchtte, 'Niet veel bijzonders. Gewoon weer een jongen die me alleen maar in zijn bed wilde zien.'
Hij keek me schuin aan, 'Daar kan je tegenwoordig wel tegen. Wat zit er nog meer achter? Had je gevoelens voor hem?'
'Getver, nee.'
Zodra die woorden uit mijn mond kwamen, vroeg ik me af of ze wel waar waren.
John haalde zijn schouders op, 'Als jij het zegt...'
Rond 7 uur s'ochtends liep ik eindelijk het huis binnen. Het liefst wilde ik naar mijn kamer om nog wat te slapen maar, al snel had ik door dat dat er niet inzat.
Het kantoor van meneer Smith stond op een kiertje en het licht was aan. Hij was op me aan het wachten.
Ik twijfelde of ik naar binnen zou gaan. Eigenlijk wilde ik niemand meer zien de rest van de dag. Maar ik wist dat als ik nu niet ging, mijn problemen alleen maar groter zouden worden. Ik zette mijn koude, gevoelloze masker op.
Ik liep het kantoor binnen. Meneer Smith zat rustig aan zijn bereau. Hij keek niet boos, maar ik wist dat hij van binnen razend was.
'Waar was je?'
Ik haalde mijn schouders op, 'Gewoon. Een minnaar.'
Hij leek geïrriteerd, 'Ik dacht dat je over die fase heen was.'
Een fase. Zo noemt hij alle dingen die ik doe om de pijn in mijn binnenste te stillen. Alcohol, minnaars. Soms vraag ik me af of hij het echt niet snapt of dat het hem gewoon niet kan schelen.
'Kevin is dood.'
Ik keek hem ongeïnteresseerd aan, 'Oké.'
'Hij is dood gevonden in het huis van zijn slachtoffer. Iemand die hem helemaal niet aan zou moeten kunnen.'
'Oké.'
'Weet jij hier iets van?'
'Nee.'
Plots stond hij op. Hij zette zijn handen op het bureau en boog dreigend naar voren.
'Ik geloof je niet.'
JE LEEST
Assassin's highschool
Teen FictionAvalynn is een sluipmoordenaar en de beste in haar vak. Ze heeft zo veel doorstaan en overleefd dat je zou denken dat ze alles aan kan. Maar overleeft ze de middelbare? En wat als de aandacht trekt van badboy van school? Een op het eerste gezicht cl...
