Pulvis et umbra sumus

118 5 0
                                        

Ik stapte mijn auto weer in. Ik liet mijn hoofd op het stuur vallen. Ik was moe, zo moe. Hoe ging ik Smith vermoorden? Die vraag spookte rond in mijn gedachten. Momenten geleden had ik nog zo vastberaden geklonken. Een goede sluipmoordenaar is echter een betere actrice.

Ik kan nergens heen. Ik ben als een kat in het nauw. Ik heb geen vrienden of familie waarbij ik terecht kan. Alles is gekoppeld aan Smith. Ik kan zelfs niet rond blijven rijden in mijn auto. Smith heeft mijn auto zo opgespoord. Het was lang geleden dat ik me zo hulpeloos voelde.

Toen bedacht ik me dat ik helemaal niet alleen was. Ik had vriendinnen. Het voelde verkeerd om gebruik van ze te maken. Zeker omdat ik ze in direct gevaar bracht. Ik vroeg me af waar dat gevoel vandaan kwam. Kon ik nog wel bij ze terecht? Na wat er was gebeurd in de bar? Dat voelt al als een eeuwigheid geleden. Ik had echter niet veel keuze en ik had echt rust nodig wilde ik een goed plan bedenken.

Ik reed naar school om mijn motor op te halen. Ik kon niet in mijn auto rond blijven rijden. Ik parkeerde mijn auto bij school. Het deed pijn om mijn geliefde auto hier achter te laten, maar ik had geen keuze.

Ik knielde bij het slot aan mijn wiel neer. Die verdomde Julian. Ik trok een klein mesje uit mijn schoen en begon met het slot te prullen. Gelukkig duurde het niet lang voordat ik de klik hoorde waarop ik wachtte.

"Avalynn?"

Ik draaide me om naar de stem.

"Hey Jennifer."

"Je was niet op school, is alles goed?" Jennifer keek me bezorgd aan. Een klein glimlachje speelde om mijn mond. Het is lang geleden dat iemand oprecht bezorgd om mij was.

"Niet echt", zei ik eerlijk, "Ik heb wat problemen thuis."

"Och meisje toch!" Ik kon het medelijden in haar stem horen. Het maakte me een beetje ongemakkelijk. Toen vloog Jennifer me om de hals. Ik verstijfde. De knuffel voelde nog ongemakkelijker.

Toen ze me eindelijk los liet haalde ik weer opgelucht adem. "Zou ik misschien vannacht bij jou kunnen blijven?" Ik vreesde het antwoord, maar ze keek me weer aan met die blik vol medelijden. "Natuurlijk, blijf maar zolang je wil!"

Ik draaide me nog eens om op het matras op de vloer. Ik was nog nooit bij een vriendin blijven slapen en het voelde heel raar. De ouders van Jennifer waren heel aardig voor me geweest. Ze hadden voor me gekookt en hadden niks gevraagd over mijn thuissituatie. Jennifer leek het heel goed te kunnen vinden met haar ouders. Ze lachen samen en hebben onzinnige gesprekken. En wanneer hun dochter een vriendin mee naar huis neemt, verwelkomen ze haar zonder vragen te stellen. Ook al ziet die vriendin er eng uit en rijdt ze op een motor. Ik was super jaloers. Zelfs voordat ze stierven, had ik geen goede relatie met mijn ouders. Ze waren niet vriendelijk en waren nooit sober. Nadat ze stierven nam Smith de rol over van vaderfiguur. Hij was niet veel beter. Ik wist niet beter dan het leven dat ik leefde, maar op momenten zoals deze realiseer ik me wat ik zou willen. Een normaal liefhebbend gezin, een normale school, normale vrienden. Ik wil net zo zijn als die mensen bij gym. Ik wil geen conditie en doorzettingsvermogen hebben, zonder dat dat uitmaakt, zonder dat dat ook maar iets van mijn toekomst weg neemt. Ik wil niet constant messen bij me hebben, ik wil niet in constant gevaar leven. Ik wil net zo zijn als Jennifer, ik wil naïef vertrouwen hebben in mensen en ik wil medelijden hebben met mensen die het moeilijk hebben.

Nadat Smith dood is, kan ik verder gaan met mijn leven. Dan zit ik nergens meer aan vast. Dit is wat ik me probeer voor te houden. Er is een toekomst voor mij waarin ik gelukkig en normaal kan leven. Maar van binnen weet ik dat dat een leugen is. Ik zal nooit een normaal leven leiden. Maar geluk kan ik niet opgeven.

Of is het al te laat? Is het te laat voor geluk, liefde en hoop? Na al die jaren, hebben mijn trauma's mij al verpest?

Ik draaide me weer om om naar Jennifer te kijken die op het bed naast mij lag. Ze wilde zo graag mijn vriendin zijn. Ik wilde haar vriendin ook zijn. Maar ik wist dat ik nooit haar vriendin kon zijn. Ik kon mijn gevoelens niet opzij zetten. Ik zou nooit de liefhebbende vriendin zijn die zij voor mij zou zijn.

Ik sta met mijn motor langs de weg. Jennifer en haar ouders waren weer heel vriendelijk vanochtend en ze hadden ook nog ontbijt voor me gemaakt. Ik had me echter heel ongemakkelijk gevoeld aan de ontbijttafel tussen Jennifer en haar ouders in. Het liet weer eens zien hoe weinig ik was gewend.

Ik was op weg naar huis. Ik zou Smith vandaag vermoorden. Of ik zou vandaag sterven. Nee, dat mag niet gebeuren. Als ik vandaag sterf, zal Julian binnenkort ook sterven.

Ik schudde mijn hoofd. Wat boeide het? Laat Julian dood gaan. Het is Julian maar. Ik drong de gedachte aan Julian weg.

Nu was er alleen nog de zenuwachtigheid, de onrustigheid die me maar niet met rust wil laten. Het gevoel volgde me al sinds ik Kevin die dag tegen kwam in het huis van Julian. Het constante gezoem van dreigend gevaar.

Alles was zo uit de hand gelopen. In een paar dagen is mijn hele leven op de kop gezet. Als ik Julian nooit had ontmoet, was dit alles nooit gebeurd.

Mijn hand bewoog zich weer naar de tattoo onder mijn topje. Pulvis et umbra sumus. Wij zijn stof en schaduw. De betekenis van de tattoo liet me weer eens inzien hoe weinig het uitmaakte. Hoe weinig ik uitmaakte. Het heeft geen zin om te denken over het verleden, het is gebeurd. Ik voelde me klein maar toch stapte ik weer op mijn motor met hernieuwde vastberadenheid. Wat vandaag ook zou gebeuren, het zal mijn lot bepalen. Als dat de dood is, het zij zo.

Het leven is toch nooit bepaald vriendelijk voor me geweest.

Assassin's highschoolVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu