Met koude zelfverzekerdheid liep ik het kantoor van meneer Smith binnen. Hij zat achter wat papierwerk.
'Ben je niet wat vroeg Avalynn?'
'Je wilde me spreken?' ik had geen zin om hem iets uit te leggen.
Hij slaakte een diepe zucht, 'Ga zitten.'
Rustig ging ik zitten. Mijn hoofd was alles behalve rustig. Gedachtes vlogen door mijn hoofd en lieten me geen moment met rust. Maar dat kon ik niet laten zien. Ik moest rustig, koud, harteloos en dodelijk zijn.
'Ik ben gebeld door de school.'
Dat had ik niet verwacht. Wat kon meneer Smith mijn school nou weer schelen?
'Blijkbaar heb je van al je lessen minstens de helft gemist.'
'Dus?'
'Avalynn, als je nooit op school bent, kan ik je net zo goed helemaal van school afhalen.'
Ik verstijfde. Ik wilde het liefst een thuisscholing en school vond ik maar niks, maar ik wilde wel een opleiding. Ik wilde mijn diploma halen en ik wilde studeren.
'Nee', zei ik, 'Ik ga wel naar die lessen.'
'Mooi', zei hij, 'en hoe gaat het met je missie?'
Ik haalde mijn schouders op, 'Ik ga meneer Van der Wal snel een bezoekje brengen.'
'Wacht er niet te lang mee.'
'Heb ik ooit een missie gefaald?'
Een klein glimlachje speelde om de mond van meneer Smith.
'Nee', zei hij, 'zorg ervoor dat dat zo blijft.'
Ik liep mijn kamer binnen. Gedachtes drongen nog steeds om aandacht in mijn hoofd. Julian. School. Mijn missie.
Ik ging op mijn bed zitten en ademde diep in. Toen ik uitademende liet ik één gedachte gaan. Ik bleef diep in en uit ademen totdat mijn hoofd leeg was.
Ik deed mijn ogen pas weer open toen een stille kilheid door mijn hele lichaam was getrokken. Emoties en menselijkheid sloot ik buiten. Meneer Smith had gelijk gehad, ik wachtte al te lang met het uitvoeren van mijn missie.
Ik ruilde mijn outfit voor een strakke, comfortabele outfit. Mijn handen stak ik in mijn reeds gehavende leren handschoentjes en ik knoopte een sjaaltje over mijn neus en mond. Ik deed mijn riem om en stak er een heel aantal messen in. Ik pakte twee van mijn lange messen en gespte ze gekruist op mijn rug. Als laatste stopte ik nog een paar messen in mijn laarzen. Ik was er klaar voor.
Op een snel tempo klom ik de muur op naar het open raam. Het was een oud huis en de muren waren gehavend. Ik kon mijn handen en voeten dus makkelijk kwijt en het klimmen ging lekker snel. Bij het raam aangekomen, sprong ik er doorheen. Geruisloos kwam ik in de gang neer. Ik keek goed of ik camera's zag, maar de kust leek veilig.
Ik spitste mijn oren. Hoorde ik nou pianomuziek? Zachte tonen klonken door het huis. Het was een mooi klassiek stuk. Het was zeker pianomuziek. Wie was er zo laat nog op?
Ik liep op de muziek af. Ik hoorde het steeds luider spelen totdat ik bij de kamer aankwam waarvan ik dacht dat de muziek vandaan kwam. Ik wilde de deur opendoen maar ik twijfelde. Ik vertrouwde het niet. Iets klopte er niet.
Ik inspecteerde de deur. Hij zag er gloednieuw uit, maar ik zag dat de scharnieren roestig waren. Een piepende deur, zodat je het zou horen als iemand binnenkwam. Perfect als je een sluipmoordenaar in de val wil lokken.
Een val... Ik wist het natuurlijk niet zeker, maar ik kon maar beter voorzichtig zijn. Voorzichtig opende ik de deur op een kiertje. Hij kraakte enorm. Ik hoorde een kleine hapering in de pianomuziek. Ik was opgemerkt. Nu kon ik net zo goed naar binnen gaan.
Ik deed de deur zo ver open dat ik er doorheen kon en ik glipte naar binnen. In de kamer stond een grote vleugel waarachter een man zat die aan het spelen was. De kamer was felverlicht en zag er duur en elegant uit. Op de vleugel na stond er niets in de kamer.
Ik zag dat er nog meer deuren waren die op de kamer uitkwamen. De perfecte kamer voor een val.
De man achter de piano speelde langzaam de laatste noten van het stuk en keek me toen aan. Hij glimlachte naar me. Het was geen vriendelijke glimlach, het was een glimlach vol verborgen pijn, vol verborgen geheimen die hij zou meenemen in het graf. Ik wist dat dit meneer Van der Wal was.
'Dus jij bent degene die Dirk achter me heeft aangestuurd?'
Pijn klonk door in zijn stem. Ik was verbaasd, dit had ik nog nooit meegemaakt. Ik hield mijn gezicht uitdrukkingsloos en wachtte op wat er zou komen.
'Dat hij zo laag is gezonken. Nadat ik er achter dat mijn geliefde een affaire had met mijn concurrent, wist ik dat de goede tijden voorbij waren, maar dít', hij bleef even stil, 'Mijn dood zou ze zo goed uitkomen. Mijn vrouw zou alles van me erven en Dirk zou geen last meer hebben van mij.'
Ik wilde niet luisteren naar dit verhaal. Ik wilde hem bespringen en een mes door zijn hart drijven, zodat het voorbij zou zijn. Want het maakt niet uit wat hij nu vertelt, ik moet hem toch vermoorden. Helaas zat er een enorme vleugel tussen ons in en was het dus niet zo'n goed idee om hem te bespringen.
'Maar daar gaat het niet om', zei hij en zijn blik verharde, 'Je bent ingehuurd om mij te vermoorden, maar ik wil jou het dubbele betalen om Dirk te vermoorden.'
Hij stond op en floot kort op zijn vingers. Uit de deuren stroomden een aantal bodyguards. Hij wilde me bedreigen. Hij wilde me onder druk zetten zodat ik sneller akkoord zou gaan.
De man in de bar had me zijn naam niet gezegd, maar nu wist ik dat hij Dirk heette. Nu wist ik ook de reden dat Dirk meneer Van der Wal dood wenste. Het waren dingen die ik niet wilde weten.
'Dus?' vroeg meneer Van der Wal, 'Wat zeg je er van?'
Het zou zo makkelijk zijn om ja te zeggen. Het zou zo makkelijk zijn om gewoon in te geven. Maar dat ging ik niet doen. Meneer Smith heeft me geleerd dat ik altijd mijn klus af moest maken. Als ik op het voorstel in zou gaan zou het weer onnodige complicaties opleveren.
'Sorry', zei ik met een stem zo koud als ijs, 'maar ik maak mijn klussen altijd af.'
Verbazing trok over het gezicht van meneer Van der Wal. Dat had hij duidelijk niet verwacht. Hij trok zijn mond open om iets te zeggen. Waarschijnlijk iets als: "Maar ik heb bodyguards, dus dat gaat je toch niet lukken." Of zoiets.
Maar ik trok mijn twee lange messen van mijn rug en sloot me af van alle geluiden. Twee bodyguards kwamen op me aflopen. Ze waren gewapend met pistolen, maar ze lagen al levenloos op de grond voordat ze hadden kunnen schieten. Toen stortte ik me op de andere bodyguards en langzaam raakte ik in een soort trance. Ik was gewend aan die trance, hij zorgde ervoor dat ik me de gezichten van de onschuldige doden niet zou herinneren.
'Ik wil je gezicht zien', de woorden rukte me uit mijn trance. Ik merkte dat ik bovenop meneer Van der Wal zat die ik vast had gepind tegen de grond. Mijn mes stond op het punt zijn hart te doorboren. Om me heen lagen de bodyguards dood op de grond. Ik keek meneer Van der Wal aan. Hij was lang en hij moest vroeger best knap zijn geweest. Ik schatte hem ongeveer vijftig jaar oud. Rimpeltjes tekenden zijn gezicht en zijn haren waren donkergrijs. Als ik hem hier zo zag snapte ik niet waarom zijn vrouw hem had verraden voor de dikke zwetende man uit de bar.
'Laat me je gezicht zien', zei hij, 'ik wil het gezicht kennen van degene die mijn leven heeft beëindigd.'
Ik realiseerde dat ik het sjaaltje nog steeds over mijn neus en mond geknoopt had. Ik besloot om hem een plezier te doen en trok het sjaaltje naar beneden.
'Hoe oud ben je?' Het was niet raar dat hij verbaasd was. Dat was iedereen. Maar dat was een vraag die ik niet wilde beantwoorden en met een vloeiende beweging sneed ik zijn keel door.
Ik stond op om de schade in me op te nemen. Van de kamer was niet veel meer over en op de vleugel lag een lijk van een van de bodyguards. Het waren tien bodyguards geweest. Allemaal morsdood.
Ik liep naar één van de lijken en trok een klein mes uit zijn achterhoofd. Ik moest mijn sporen uitwissen.
Ik wierp nog één blik op het lijk van meneer Van der Wal. Hij had dit niet verdiend. Maar ik had zo veel mensenlevens beëindigd zonder dat ze het hadden verdiend. Deze kon er ook nog wel bij.
JE LEEST
Assassin's highschool
Fiksi RemajaAvalynn is een sluipmoordenaar en de beste in haar vak. Ze heeft zo veel doorstaan en overleefd dat je zou denken dat ze alles aan kan. Maar overleeft ze de middelbare? En wat als de aandacht trekt van badboy van school? Een op het eerste gezicht cl...
