Ik sprong van mijn motor af en zette hem op slot langs de stoep. Ik wist dat het me niet zou moeten schelen, maar ik was bang dat ik na vandaag niet meer op mijn motor zou kunnen rijden. Ik klom over het hek van het huis. Ik was voorzichtig om alle camera's te vermijden. Ik was deze muren vaker op en af geklommen. Meestal wanneer de poort dicht was, maar ik net terug kwam van een lange avond uit. Ik werd er bijna nostalgisch van. Op een zieke manier. Ik vroeg me af wat ik in het huis zou aantreffen. Zouden ze me op staan wachten? Hoeveel mensen zou ik vandaag van het leven moeten beroven? Het laatste stukje sprong ik naar beneden. Er was niemand. De binnenplaats was stil. Zo stil dat ik er kippenvel van kreeg. Ik dacht er even aan om me gewoon weer om te draaien, maar bedacht me al snel dat ik niet ver zou komen. Ik wist zeker dat ik werd opgewacht. Ik kon net zo goed gewoon door de voordeur gaan.
En dat is precies wat ik deed. Toen ik de deur probeerde was hij inderdaad gewoon open. Ik trok twee messen uit mijn top. Ik wensde dat ik mijn lange messen op mijn rug had, maar dan hadden de ouders van Jennifer me vast niet binnengelaten. De messen zijn immers lastig te verbergen. Iemand anders had in mijn positie waarschijnlijk angst gevoeld. Maar omdat ik van kinds af aan al verpest ben door veel te harde training, heb ik van angst geen last. Ik besluit op weg te gaan naar het kantoor van meneer Smith. Die verlaat hij toch zelden.
De gangen zijn nog stiller dan de binnenplaats. Ik krijg het er koud van. Het was niet wat ik had verwacht. Ik had me voorbereid op een moordenaar om elk hoekje. Ik zou hier echter nog een stofdeeltje kunnen horen vallen, ware het niet dat het geluid van mijn adem te luid is om zoiets te horen. Door de stilte werd ik me akelig bewust van het geluid van mijn ademhaling en mijn voetstappen. Waren ze altijd zo luid? Ik dacht altijd dat ik heel stil was, maar nu heb ik het idee dat ik net zo goed een trompet had mee kunnen nemen. Als ik daar de hele weg op zou spelen, zou ik niet veel luider zijn dan nu.
Nee, mijn hoofd keert zich tegen me. Ik ben vaak geprezen voor mijn stille stappen. En de bewijzen dat mensen mij niet horen, liggen in hun graven. Kom op Avalynn, hou je hoofd erbij, je hebt het nodig.
Ik probeerde mezelf wakker te schudden, maar dat was niet nodig aangezien een afschuwelijk beeld ervoor zorgde dat ik meteen opschrok. Ik was bijna bij het kantoor en was tot nu toe nog niemand tegen gekomen. Maar in de gang lag het lichaam van Daniël. Een kort mes stak uit zijn keel en zijn torso was bloederig van de grote wond in zijn buik. Deze dagen zijn er maar weinig mensen die het fijne van het mes over het groffe van het geweer verkiezen. En ik herkende het mes in de keel van Daniël. Meneer Smith heeft hem persoonlijk vermoord.
Het beeld maakte me verdrietig. Daniël die altijd aan mijn kant stond ook al wees ik hem nog zo vaak af. Hij is het slachtoffer geworden van mijn daden. Maar het is ook een beetje zijn eigen schuld, die sukkel had moeten weten dat je in deze wereld geen kanten moet kiezen. Je moet zo soepel zijn als een meanderende rivier. Aan de ene kant breek je af en aan de andere kant leg je neer. Bij de volgende bocht doe je echter misschien wel het omgekeerde.
Ik liep naar het lijk toe en sloot zijn ogen. Het was het minste wat ik voor hem kon doen. Ik staarde nog voor een moment naar hem voordat ik vastbesloten het kantoor van meneer Smith in liep.
Ik zag Smith alleen niet. Op het bureau stond alleen een taart. De 17 kaarsjes brandden vrolijk alsof er niets aan de hand was. Het was het laatste wat ik had verwacht te zien. De zon scheen door de ramen het kantoortje in, in de open haard flikkerde een vuurtje. Het zag er vreedzaam uit. Het was bedrieglijk. Ik liep naar de taart toe. De kaarsjes zagen eruit alsof ze net waren aangestoken. Wie ze heeft aangestoken is dus dichtbij.
Die realisatie kwam net iets te laat. Ik hoorde de duur achter me met een klik op slot vallen. Ik draaide me met een ruk om, een paar kaarsjes doofden door de snelle beweging.
"Gefeliciteerd." Hij zei het rustig en emotieloos. Op een manier waar je koude rillingen van krijgt. Zonder ook maar een spoortje van de warmte waarmee meestal een felicitatie word uitgesproken.
"Toch fijn dat je nog even thuis komt op je verjaardag."
JE LEEST
Assassin's highschool
Teen FictionAvalynn is een sluipmoordenaar en de beste in haar vak. Ze heeft zo veel doorstaan en overleefd dat je zou denken dat ze alles aan kan. Maar overleeft ze de middelbare? En wat als de aandacht trekt van badboy van school? Een op het eerste gezicht cl...
