Hoofdstuk 2: Baby girl

349 10 0
                                    


Vanuit mijn ooghoeken zie ik twee mensen. Ze staan te ver weg om te horen waar ze het over hebben. Het is duidelijk dat het over mij gaat. Af en toe wijzen ze naar mij. Zouden ze door hebben dat ik hier niet hoor? De twee mannen komen steeds dichterbij.
Oh..oo, ze lopen richting mij.

'Bonjour madame, à qui appartenez-vous?' Zegt één van de twee mannen. Met grote ogen kijk ik ze aan. Wat zeggen ze?
'She's with us.'
Verbaast kijk ik naar de man die nu naast de andere twee staat.
Het is Benjamin.

'Je suis désolé.' Verontschuldigen de mannen zich. Dat is wel het beetje Frans wat ik kan. Met een kleine buiging lopen ze weg.
Dankbaar kijk ik naar Benjamin. Er gaan nu zoveel gevoelens, gedachten en vragen door mij heen.
Zoals: Waarom doet hij dit? Wist hij dat ik hier zou zijn? Mist hij zijn broer net zo erg al ik? En nog veel meer vragen.

'Come with me,' zegt Benjamin dan. Hij begint al met lopen. Hij geeft mij niet eens de tijd om met hem te praten. Snel loop ik achter hem aan, naar de tafel waar iedereen zit. Zonder verder nog iets te zeggen, gaat hij op zijn plek zitten. Een beetje ongemakkelijk sta ik bij de tafel. Liv, Jules en Faith kijken naar de man die op het podium staat. De onbekende vrouw aan de tafel is de enige die naar mij kijkt.

Het eerste wat mij aan haar opvalt, zijn haar rode haren. In combinatie met haar rode lippenstift ziet ze er als een pittige tante uit.
Haar mondhoeken gaan omhoog, ze kijkt mij aan met een vriendelijke lach.
'Assieds-toi,' ze wijst uitnodigend naar de stoel die naast haar staat.
Een beetje onwennig loop ik naar de stoel toe en neem plaats.

'Layla?'
Het is de stem van Liv. Ik kijk haar aan. Ze kijkt mij aan met geshockeerde ogen. Alsof ze iemand ziet die is herrezen uit de dood. Nu kijkt Jules ook.
'Layla?' Zeg hij. Hij ziet er minder geshockeerd uit. Hij lijkt meer verbaast om mij te zien.
Ongemakkelijk kijk ik hun aan met een klein lachje op mijn gezicht.
Wat zullen ze denken? Uit hun reactie blijkt dat ze mij niet hadden verwacht. Ik kan er niet uit opmaken of ze nu blij verrast zijn, of boos.

'Êtes-vous connu d'eux?,' vraagt de vrouw met de rode haren. Verward kijk ik haar aan.
'Elle ne parle pas francais.' Zegt Jules, voordat ik antwoord kan geven.
'Oh,' haar blik veranderd. Ze lijkt het niet helemaal te snappen.
'Are you friends with them?' Ze klinkt vissend.
'Elle est des parents plus éloignes,' springt Liv snel in het gesprek. Ze laten mij beide niet aan het woord. Willen ze niet dat ik antwoord geef? Ik snap het niet, iedereen aan deze tafel weet wie ik ben. Wat is er dan zo bijzonder aan deze vrouw dat zij het niet mag weten?

Uit de zaal klinkt ineens een hard geklap. Verbaast kijk ik rond, iedereen is enthousiast aan het klappen. Maar waarom?
'Nous vous sommes tous trés reconnaissants, M. DuBois.'

Nee....
Ik kijk de tafel rond.
Jules zit er, Benjamin zit er...
...Hij is er niet
Maar dat zou ook niet mogelijk zijn, toch?....
Met zweethandjes en een drukkend gevoel in mijn maag, kijk ik nog één keer naar het podium.
Daar staat hij...
Is dat hem echt?
Hoe...
Maar hij is er niet meer?

Er rolt een traan over mijn wang.
'Layla, are you okay?' In slow motion, zo lijkt het, kijk ik naar Faith. Vol ongeloof kijk ik de rest van de familie aan. Iedereen zat hier en niemand heeft wat gezegd.
'Layla?' Hoor ik Faith weer vragen. Het klinkt ver weg. Dat komt omdat ik er niet meer helemaal bij ben. Hoe hebben ze zo tegen mij kunnen liegen?! Waarom heeft nooit iemand iets tegen mij gezegd!
Ik schuif mijn stoel naar achter en sta op. Vijf gezichten kijken mij verbaast aan. Zonder iets te zeggen loop ik bij de tafel weg.

~~~
De tranen rollen over mijn wangen. Door al het vocht dat ik mijn ogen zat, heb ik niet opgelet waar ik heen rende. Ik zit nu ergens langs de kant van een weg, op de stoep. Super hard te huilen. Waarom hebben ze mij niet gezegd dat David nog leeft. Al die tijd heb ik gedacht dat hij doos was. Hoe kan hij dan ineens op dat podium staan! Ik heb maanden lang gehuild op hem, ik heb gerouwd. Alleen maar om erachter te komen dat hij nog leeft!
Ik voel de warmte van een persoon naast mij. De persoon komt naast mij zitten op de stoep. Ik ben te verdrietig om te kijken wie het is. Ik kan gewoon niet geloven dat er al die tijd niks tegen mij is gezegd. Het doet gewoon zeer. Zeer om erachter te komen dat niemand om mij geeft. Al die tijd hebben ze een spelletje met mij gespeeld. Ik dacht dat het alleen Bennet was die mij voor de gek hield. Maar het zijn dus ook Jules, Liv, Ben en Faith. Van Faith had ik het echt niet verwacht.
Ik kan het niet geloven...

Dan voel ik een arm om mijn schouder. Zachtjes word ik naar de persoon toegetrokken. Zonder te kijken wie het is, val ik huilend in de persoon zijn armen.

'It's okay, baby girl.'

Nee..
Ik laat hem los.
Het licht van de lantaarnpaal schijnt recht boven ons. Ik kijk recht in de ogen van...David.
Een rilling gaat langs mijn rug.
Ik kan niet eens meer huilen, zo veel emoties voel ik nu.
'Je..je leeft nog..' stamel ik. Met grote ogen kijk ik hem aan. Zijn hand gaat naar mijn wang, hij veegt er een traantje weg.
Langzaam knikt hij, hij kijkt er schuldig bij.
'Hoe dan? Ik.. ik heb een knal gehoord.'
Hij kijkt mij aan en zegt niks.

Ik sla hem tegen zijn borstkas.
'Waarom heb je niet gezegd dat je nog leefde!' Boos sta ik op.
Rustig staat David op.
'Mag ik je vasthouden?' Vraagt hij.
Nee! Dat is het eerste wat ik wil roepen. Maar dan kijk ik hem in zijn ogen aan.
Hij heeft precies dezelfde blik als toen ik dacht dat ik hem voor de laatste keer zou zien. Het moment waarop ik dacht voor eeuwig afscheid van hem te nemen.
'Ja..' zeg ik dan zacht.
Stevig pakt hij mij in zijn armen. Het voelt alsof die mij nooit meer los wil laten. En ik voel hetzelfde. Deze knuffel wil ik voor eeuwig. Ik pak hem ook vast bij zijn middel.

Ik weet niet hoelang wij zo hebben gestaan, maar het word onderbroken door een vrouwen stem.
'Il est temps de partir.'
De vrouw met de rode haren komt naar ons toe gelopen. Langzaam laten we elkaar los. We blijven mekaar aankijken.
'Who is this.' Vraagt ze dan aan David.
'Her name is Layla.' Zegt hij. Nog steeds in elkaars ogen verzonken.
'I don't care,' zegt ze dan, 'We are going.'

I looked into your eyes || Part two Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu