Hoofdstuk 13

45 11 0
                                        

'Alsjeblieft, vertel me wie...' Ik maak mijn zin niet af. Ik kan het niet zeggen. Ik kan het niet.

Ik doe nog een poging. 'Is...' Het woord blijft in mijn keel steken. Ik doe mijn ogen dicht, tel tot tien en zet mijn nagels in de sneeën in mijn handpalm, tot mijn arm beeft van de pijn. Rechercheur Flo ademt hoorbaar in en uit, wanneer ik mijn ogen open, ziet ze er voor het eerst bezorgd uit. 'Om het onderzoek niet te vertroebelen, willen we graag jouw kant van het verhaal horen,' zegt ze uiteindelijk, maar haar gezicht staat zorgelijk. Ik weet dat ze mijn vraag niet mag beantwoorden. 'Geeft niet,' weet ik uit te brengen. Maar er knapt iets vanbinnen. 'Je hoeft het me niet t-t-te vert-t-tellen.' O god, mijn stem begeeft het. De tranen beginnen als watervallen uit mijn ogen te lopen. Hier was ik bang voor. Ik wist het. Ik wist dat ik ging breken.
'Sarah...'
Ik schud mijn hoofd en knijp mijn ogen stijf dicht. Verse tranen rollen langs mijn neus, de wonden van mijn gezicht in.
'Ik laat je even alleen,' zegt Flo, en ik hoor de deur van de kamer open- en dichtzwaaien.

Ik ben alleen.

En ik huil net zolang tot ik geen tranen meer over heb.

Het zelfmoordbosWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu