Hoofdstuk 17: De uitslag

17 2 0
                                        

Ik open met trillende handen de deur en stap de kleine kamer binnen. Als ik eenmaal binnen ben sluit ik de deur en kijk de kamer eens rond. Het lijkt een beetje op een ziekenhuiskamer omdat alle muren wit zijn en er een tandartsstoel in het midden staat. Een vrouw met een strak knotje en een leesbril zit op een comfortabelrolkrukje. "Ga maar zitten Finnian" zeg ze en glimlacht er even kort bij. Ik knik en loop naar de tandartsstoel die is bekleed met wit leer. Het ziet er zo schoon en nieuw uit alsof het net uit de beschermhoes is gehaald. Ik ga voorzichtig liggen en staar naar het witte plafond. De vrouw pakt een spuit. "Mag ik?" vraagt ze. En ik knik. Ze maakt met een doekje mijn hals schoon en drukt dan voorzichtig de spuit naarbinnen. Ik vertrek even van de pijn maar al snel is de spuit weer uit mijn lichaam en wrijf ik met een pijnlijk gezicht over de plek. Ze duwt voorzichtig mijn hoofd naar achteren zodat ik tussen twee grote blokken met draadjes zit. Dan word alles langzaam donkerder. Alsof je in slaap valt.

Ik ben in het bos. Op dezelfde plek als een paar dagen geleden. Als ik gegrom hoor weet ik dat ze nu mijn geheugen aan het achterhalen zijn. Ik moet het anders laten verlopen en zorgen dat ik geen weerwolf word waar hun bij zijn. Ik krimp dus in elkaar zoals ieder ander mens zou doen en kijk (gespeeld) bang om me heen. Ik heb het gevoel alsof ik nu een belangrijk stuk aan het spelen ben en er niks fout mag gaan. Langzaam komt het grommende gevaarte mijn kant op. Als het in het licht komt zie ik dat het niet de verschrikkelijke sneeuwman is maar een grizzlybeer. Gelukkig, niet alles komt op de tape. Denk ik opgelucht. Ik loop in een langzaam tempo achteruit en probeer zo min mogelijk angstaanjagende bewegingen te maken. Uiteindelijk gaat de beer weer op vier poten staan en verdwijnt het weer in het duister. Als ik me om wil draaien zie ik daar mijn moeder. "Vertel het." zegt ze. Ik kijk haar vragend aan. "Wat moet ik vertellen?" "Vertel het." ik zucht. "Ik snap u niet hoor moeder." zeg ik zacht. "dan niet." zegt ze kort en verdwijnt. Als ik weer weg wil lopen en me dus omdraai sta ik weer oog in oog met de grizzlybeer. De beer lijkt geïrriteerd en boos. Ik besluit dat dit allemaal zo slim niet is. Maar ik moet mezelf beheersen en als een echt mens overkomen. Ik laat mezelf vallen en rol me op tot een balletje. De beer bromt nog een keer en dan voel ik zijn voetstappen weg gaan. Ik sta voorzichtig weer op val dan weer. In een diep zwart gat.

Geschrokken vliegen mijn ogen open. Ik druk mijn hand op mijn brost en probeer mijn ademhaling weer normaal te krijgen. Ik ben benauwd voor vallen. Zeker in iets dieps. Ik ben weer in de testkamer. De vrouw is druk aan het typen op een computertje in de hoek. Ik staar haar haar en ga langzaam rechtop zitten. Ik wrijf over mijn nek die erg veel pijn doet. De vrouw typt nog steeds als een bezetene. Ze vliegt over de toetsen en drukt dan op enter. "Hoe... Hoe deed ik het?" vraag ik licht nieuwsgierig en ook een beetje bang voor het antwoord. "Nou.." de vrouw draait zich om. "Niet zoals je vriendin. Die... Zij is een mythe.. Jij niet..." ik schrik. Wat?! Nica is ook een mythe?! Kon ze zich niet beheersen onder het bijzijn van de beer? "Wat?" vraag ik geschrokken en zacht. "Je hoorde me wel. Je vriendin is gedwongen hier te blijven. Je mag afscheid nemen van haar in de vertrekhal." de vrouw blijft er zo koeltjes onder dat ik haar wel in haar gezicht zou willen stompen en roepen 'IK BEN DE MYTHE DOMME SNOL!!'. Maar het enige wat ik doe is opstaan en de kamer verlaten door een deur die me eerder niet opgevallen was. Misschien omdat ik toen nog niet wist dat het zo makkelijk was om mensen te bedriegen. Als ik buiten sta zie ik een bordje. 'Vertrekhal ->' ik volg de bordjes en kom uiteindelijk aan in een hal die pittig veel op die van een vliegtuigvertrekhal. Er zijn misschien maar een paar mensen, en als ze er zijn huilen en schreeuwen ze. Bang voor wat hun medemens straks allemaal tegen het lijf zal lopen. Ik moet toegeven, de mensen die hier de mythes blijken te zijn zijn de meest niet opvallende mensen. Nerds of gewoon mensen die zich liever stil houden. Ik zie iemand uitbundig zwaaien. Nica! Ik ren naar haar toe en we knuffelen elkaar. "Oh Finni! Ik vind het zo jammer voor je!" ik knuffel nog even. "Ik ga je echt missen!" ik schrik. Ik laat haar los en kijk haar ongelovig aan. "Wacht, wat hebben ze jou verteld?" vraag ik en kijk haar opdringerig aan. "Uhm.. Dat jij een Mythe bent en dat ik hier afscheid zal moeten nemen van je? Waarom dat? Mijn uitslag was goed. Ik moet je trouwens iets vertellen... Ik ben ... Ook een mythe.. " ze zucht en kijkt me hulpeloos aan. "Ik heb me wel groot kunnen houden en niks laten merken! Goed toch?" ik knik langzaam met een mond die in een tekenfilpje misschien wel tot mijn buik hing en een tong die nog een meter over de grond door rolt. "Maar dat vertelde ze mij ook, alleen dan precies andersom?!" roep ik verontwaardigd. Dan pakken opeens twee stevige armen nica en mij vast. Allebei worden we uit elkaar getrokken. Schreeuwend en tegenstribbelend worden we mee gevoerd. "NICA!!! IK HOUD VAN JE!" Gil ik nog maar dan word ik door de poortjes heen gesleurd en een gangetje ingeduwd. Ik krijg een klap tegen mijn kaak en dan word alles zwart voor mijn ogen...

Myths are real... Right?Stories to obsess over. Discover now