Hoofdstuk 29

111 5 0
                                        


***Heya people wat lang geleden. om eerlijk te zijn gaat het heel kut met mij waardoor ik niet echt heb gedacht aan schrijven. sorry daarvoor hhaha. hier hebben jullie eindelijk weer een hoofdstuk. geniet ervan. 

Naomi***





POV Y/N

Die vuile klootzak hoe durft hij. Ik werd woedend. Ik sprong van de stam af. Het was best hoog en ik kwam met knikkende knieën op de grond. ''Hij is dood. Hij gaat dood.'' Zei ik boos. Ik ademde steeds gehaaster en mijn hart ging als een gek tekeer. Remus landde naast mij. Ik begon naar de rest te lopen. Ze zaten allemaal nog steeds te staren naar de plek waar Mattheo stond. ''Y/N wacht even.'' Zei Remus. ''IK MAAK HEM AF. HIJ WAS MIJN VRIEND.'' Schreeuwde ik dit keer. De rest draaide zich naar mij om. ''IK WAS ER VOOR HEM WANNEER HIJ ME NODIG HAD. EN NU. NU KRIJG IK GEWOON STANK VOOR DANK. TO HELL WITH YOU MATTHEO. HOOR JE ME. GO TO FUCKING HELL.'' Schreeuwde ik. Remus legde zijn hand op mijn schouder, maar ik schudde hem eraf. ''IK BEN ER KLAAR MEE. LAAT ME GEWOON MET RUST.'' Schreeuwde ik. Regulus deed een stap naar mij toe, maar ik stak mijn hand op als teken dat hij niet dichterbij moest komen. ''Ik ben er klaar mee.'' Fluisterde ik. ''Y/N. Rustig aan.'' Zei Sirius. Meent hij dit. Hij wil dat ik rustig doe, nadat Mattheo zei dat ik een week krijg om het met hem uit te maken. ''NEE!'' schreeuwde ik en ik stopte mijn handen op mijn oren. De wind begon heviger te waaien en het werd donkerder. Donkere wortels met doornen kwamen uit de grond omhoog en begonnen om mij heen te kronkelen. Ze groeiden en begonnen over de grond te kruipen. Ik keek op en zag de angstige gezichten van mijn vrienden. ''Y/N wat doe je?'' vroeg Remus. Wat doe ik? Wat ben ik aan het doen? De wortels gingen richting mijn vrienden en Regulus begon al achteruit te lopen. ''Y/N! Wat doe je!'' riep Remus. ''Ik weet het niet.'' Zei ik bang. De wortels hadden mijn vrienden bereikt en begonnen om hun heen te wikkelen. ''Y/N stop dit.'' Zei Regulus. Sirius begon de wortels in brand te steken. Ik gilde het uit van de pijn. ''Stop!'' riep ik terwijl ik begon te huilen. Sirius had niks door en ging verder. De wortels begonnen sneller uit de grond te komen en strakker om mijn vrienden te wikkelen. ''Sirius stop.'' Hij hoorde me niet. ''SIRIUS STOP! KIJK NAAR HAAR.'' Schreeuwde James. James lag op de grond en zijn handen bloedden, omdat hij de wortels had vast gegrepen. Sirius keek naar mij en er zaten brand wonden op mijn armen. Door de wind kraakten de bomen en het begon te donderen. ''Stop dit Y/N.'' zei Nathan. ''Hoe!'' riep ik. Mijn armen deden pijn. Laat het stoppen. Stop. Ik zakte neer op mijn knieën en sloeg met mijn handen op de grond. Er verschenen vrolijke bloemetjes om mijn handen heen en de wortels stopten met bewegen. Ik ging rechtop zitten en keek naar Remus die de wortels voorzichtig van zich afduwde. Sirius kwam al aangerend. ''Het spijt me. Het spijt me.'' Herhaalde hij steeds. Hij pakte mijn handen vast en ik trok ze snel terug. ''Dat doet pijn.'' Zei ik. Laat ze verdwijnen. De wortels losten op in as en zwierden weg met de wind. De donderende wolken verdwenen weer en de wind begon te liggen. ''Het spijt mij.'' Zei ik tegen hun allemaal. Ze waren allemaal stil en keken me niet aan behalve Sirius en James. Zelfs Nathan durft me niet aan te kijken. Ze zijn sowieso boos. Ik stond op en er begonnen al tranen op te komen. ''Zoek me niet.'' Zei ik en ik begon gelijk weg te rennen. Ik hoorde James, Sirius en Remus mijn naam roepen, maar ik bleef rennen. Ik rende richting het verboden bos. Niemand zou me daar vinden. Ik keek niet achterom en de tranen liepen al over mijn wangen. Ik sloeg taken uit mijn gezicht en bleef rennen. Ik rende voorbij mijn eigen huis. Door naar mijn geheime plekje met de vijver. Ik struikelde en viel op de grond. Ik draaide me op mijn rug en staarde naar de boven terwijl er tranen over mijn wangen stroomden. ''Waarom ik?'' fluisterde ik. ''Omdat jij de uitverkorene bent.'' Zei een zware mannenstem. Ik ging snel rechtop zitten en keek om mij heen. Ik zag een donkerbruine centaur staan. Hij was zo groot. Ik staarde hem met grote ogen aan en hij zei: ''Ik ben Claudius. Je bent niet veilig hier Y/N. Je vrienden James en Sirius zijn bijna bij je. Ga naar ze toe en blijf bij hun. Je bent niet meer veilig. Niet alleen hier in het bos.'' Ik stond op en klopte mijn broek af. ''Waarom ben ik niet veilig uhm meneer Claudius?'' Claudius ging zitten. Het is maar wat je zitten noemt met vier paarden poten. ''Voldemort zoekt jou. Hij mag je hoe dan ook niet in handen krijgen. En het is gewoon Claudius. Niks meer.'' Zei hij glimlachend. ''Je kan grootse dingen doen. Dat heb je vast en zeker net meegemaakt. Laat ik je zeggen. Het zal erger dan dat worden. Als je wil kan ik aan je opa vragen of ik je privé lessen kan geven. Voor bescherming en beheersing.'' Kan ik hem vertrouwen? ''Ik uhm dat moet je echt aan mijn opa vragen.'' Zei ik. Ik veegde mijn tranen weg net op dat moment kwam er een hert tevoorschijn. Ik keek recht in zijn ogen en hij veranderde. James. ''Ren nooit meer weg.'' Zei hij opgelucht. ''Je hoorde me niet te volgen.'' Zei ik. Claudius stond op. ''Wie is dat?'' vroeg James. ''Ik ben Claudius. Ik zal maar gaan. Vergeet niet wat ik zei Y/N.'' Ik knikte naar hem en zei: ''Ik zal het onthouden. Ik hoop dat mijn opa akkoord gaat.'' Claudius galoppeerde weg en nu kwam een zwarte hond ook al tevoorschijn. Sirius. Hij veranderde ook terug. Ik durfde ze niet aan te kijken en staarde maar wat naar mijn voeten. Ik hoorde voetstappen mijn kant op komen en daarna lag ik op de grond met twee jongens op mij. ''Niet meer doen.'' Zei Sirius. ''Geen adem. En au mijn armen.'' Zei ik moeizaam. ''Sorry.'' Zeiden James en Sirius tegelijkertijd. James stond op, maar Sirius leunde op zijn armen en lag nog steeds over mij heen. Zijn gewicht was wel van me af. ''Ga je nog weg of blijf je boven mij hangen.'' Zei ik. Sirius grijnsde en zei: ''Ik denk dat ik nog even blijf hangen.'' Zei hij. Ik rolde met mijn ogen en begon tegen zijn borst aan te duwen. Hij verroerde zich niet. ''James help.'' Zei ik. James grinnikte en duwde Sirius daarna van mij af. Ik stond snel op, zodat hij niet weer over mij heen kon liggen. Ik klopte voor de tweede keer mijn broek schoon en zei: ''Waarom volgden jullie mij?'' Sirius stond ook op en leunde tegen een boom. ''Ik kan mijn nieuwe zusje toch niet laten gaan wanneer ze verdrietig is.'' Zei James glimlachend. Ik weet niet wat het was, maar hij maakte me aan het huilen. Ik vloog hem huilend om de hals en hij begon over mijn rug te wrijven. Ik ben zijn zusje. Hij is mijn broer. ''Dankje broer.'' Fluisterde ik in zijn oor. Ik hoorde hem snotteren en trok terug. Hij was ook aan het huilen. ''Je noemde me broer.'' Zei hij snikkend. We begonnen allebei weer te huilen en omhelsden elkaar weer. ''En ik word een dramaqueen genoemd.'' Zei Sirius. Ik draaide me naar hem om. ''Ja want jij bent echt super dramatisch.'' Zei ik lachend/snikkend. ''Ja maar daarom vind je mij leuk.'' Zei hij. Ik rolde met mijn ogen en hij stak zijn armen uit als uitnodiging voor een knuffel. Ik liep naar hem toe en knuffelde hem. Mijn armen zaten om zijn nek en ik liet voor een lange tijd niet los. ''Laten we naar mijn huis gaan.'' Zei ik. Ze stemden beide toe en we liepen naar mijn huis. ''Is de rest boos?'' vroeg ik starend naar de grond. ''Natuurlijk niet. Hoe kom je daar nou weer bij?'' vroeg James. Ik haalde mijn schouders op. ''Jij kon er niks aan doen.'' Zei Sirius. Het is allemaal mijn fout. Je hoort hem zelf. Je kon er niks aandoen. Delia omg dat is lang geleden. Ik hoorde mijn wolf lachen. Ik voelde me nu al wat blijer. Sirius deed de deur open en we liepen met zijn alle naar binnen. Ik ga even andere kleren aandoen.'' Zei ik. Ik liep naar de inloopkast in mijn kamer en zag dat die nu helemaal bij gevuld was. Ik wilde gewoon iets comfy aandoen. Ik pakte een joggingbroek met een oversized trui erbij. Ik liep de inloopkast uit met mijn handen in mijn zaken en mijn capuchon op. Ik sloot de deur en draaide me om. Ik schrok me kapot. Mattheo stond tegen de muur geleund. ''Ga weg.'' Zei ik boos. Ik haalde mijn handen uit mijn zaken. ''Y/N ik kom om je te waarschuwen.'' Zei hij. ''Waarom? Omdat ik het zogenaamd moet uitmaken met mijn vriendjes. News flash. Dat gaat nooit gebeuren.'' Hij schudde zijn hoofd en zei: ''Dat bedoelde ik niet. Mijn vader wil dat ik je ontvoer. Ik ga je niet ontvoeren. Ik wil je beschermen en ik wil je vriendjes om hulp vragen.'' Ik lachte sarcastisch en zei: ''Laat met niet lachen. Jij hebt mij letterlijk ontvoerd en daarna bijna Regulus vermoord. Ik heb hem gered en weet je ik was bijna zelf dood gegaan daardoor. Ik wil liever dood zijn dan dat ik ooit met jou meega.'' Ik liet twee vuurbollen verschijnen op mijn handen. Mattheo ging rechtop staan en er begonnen allemaal schaduwen om hem heen te dansen. ''Y/N dat zou ik niet doen.'' Zei hij waarschuwend. ''Ik doe wat ik wil!'' riep ik. De deur ging open en Sirius verscheen in de deuropening. ''Waarom schreeuw je?'' vroeg hij. Hij zag toen Mattheo staan en sprong op hem af. Hij gaf hem een stomp tegen zijn kaak en ze begonnen op de grond te worstelen. Ik wilde niet een vuurbal op ze af schieten, omdat ik te bang ben dat ik dan straks Sirius raak. ''James!'' Ik riep James, zodat hij kon helpen. ''Wat ist?'' vroeg hij in de verte. ''Kom snel!'' Ik hoorde rennende voetstappen en daarna verscheen hij ook in de deuropening. ''Shit.'' Zei hij. Hij sprong op de jongens af. Letterlijk. Met gespreide armen en benen. Ik hoorde wat gekreun van drie kanten. Ze rolden van elkaar af en kwamen even op adem. ''Jullie moeten even luisteren. Dit is voor Y/N's veiligheid.'' Zei Mattheo hijgend. ''Alsof wij jou moeten geloven.'' Zei Sirius boos. Het klopt dat voldemort mij wil ontvoeren. ''Praat.'' Zei ik op een dreigende toon. ''Zoals ik al zei. Mijn vader wil dat ik je ontvoer. Geen idee waarom, maar ik heb een vermoeden dat hij weet van je krachten. Ik ben hier om je te beschermen, omdat ik nog steeds van je hou. Ik zou je ook wat zelfbeheersing kunnen leren, want ik weet dat je je krachten niet onder controle hebt.'' Hoe weet hij dat? Hij was er niet bij. ''Ik heb al bescherming genoeg en ik kan prima voor mezelf zorgen.'' Zei ik bazig. ''Y/N misschien moeten we toch extra bescherming erbij nemen.'' Zei James. ''Waarom? Ik wil niet dat hij me beschermt.'' Zei ik boos. ''Ik weet dat wat ik deed verkeerd was, maar ik wil je nu echt gewoon alleen beschermen en ik heb de hulp van je vrienden nodig om jou te beschermen.'' Zei Mattheo. Ik zuchtte. ''Als dat de veiligste manier is voor Y/N dan sta ik daar open voor.'' Zei Sirius. ''Sirius.'' Riep ik gekwetst. ''Mijn vader is sterk Y/N. Ik ben ook sterk. Ik heb je drie vriendjes aangepakt in mijn eentje, dus je hebt me wel nodig.'' Zei Mattheo. Ik liep gekwetst de kamer uit. Ik ga niet terug. Ik deed mijn schoenen aan en opende de deur. Er stond een brede lange man voor de deur. Hij had lang vies haar en bloed rond zijn mondhoeken. ''W-wie ben j-jij?'' vroeg ik stotterend. Waarom moet ik nou nu precies bang klinken. Hij grijnsde en greep me super snel vast. ''Laat. Me . Los!'' zei ik waarschuwend. ''Jij gaat met mij mee.'' Zijn stem klonk echt griezelig. Hij gooide me over zijn schouder en begon weg te lopen van het huis. ''LAAT ME LOS! HELP! SIRIUS! JAMES!'' ik sloeg op de rug van de man, maar hij bewoog voor geen ene meter. Ik kreeg weer flashbacks van Luca. Ik sloeg met alle kracht op zijn rug. Hij zakte in doordat ik recht op zijn ruggenmerg sloeg. Ik kroop van hem weg. ''Jij bitch.'' Zei hij boos. Ik maakte een hoge kring van vuur om mij heen. Hij stapte naar achteren door de warmte. Oké Y/N concentreer. Je kan dit. Ik concentreerde me zo goed mogelijk en zoog al het vuur in me op. Mijn lichaam was nu één en al vlam. Het vuur voelde gewoon als een zacht dekentje. De man stond op en begon te grommen. Ik stond al klaar in vechtpositie. De man begon opeens te veranderen. Hij werd een weerwolf. James, Sirius en Mattheo kwamen aangerend. De weerwolf ging ook in vechtpositie staan. Ik maakte een grote vuurbal klaar om op hem te gooien. ''Y/N.'' zei Mattheo waarschuwend. ''Y/N als je dat doet krijg je alle weerwolven op je af die aan zijn zijde staat.'' Ik luisterde niet naar Mattheo. Ik weet niet eens wie die man is. ''Y/N!'' riep Mattheo nu waarschuwend. Ughh. Ik liet de vuurbal verdwijnen en concentreerde me. Ik liet de vlammen op mijn lichaam ook verdwijnen. Ik had nog een paar brandwonden, maar die waren tijdens mijn uitbarsting. De vlammen hebben mij en mijn kleren gewoon heel gelaten. De weerwolf stond nog steeds in vechtpositite. Hij deed een stap naar voren en ik deed er één geschrokken naar achteren. Ik struikelde over een boomstam. De wolf huilde uit vreugde en sprong op me af. Ik draaide me van hem weg en veranderde in Delia. Mijn witte wolf. De weerwolf schudde wild met zijn hoofd na zijn val en kwam weer op mij af. Ik stond nu ook klaar en we sprongen tegelijkertijd op elkaar af. Ik beet hem in zijn nek waardoor hij huilde en daarna in mijn been beet. Ik jammerde. Ik beet harder, zodat hij los zou laten. Ik stapte gelijk van hem weg toen hij me had losgelaten. Ik hinkte van hem weg en ging op de grond liggen, want ik was uitgeput. De weerwolf stond al op om me nog een keer aan te vallen, maar hij werd achteruitgeschoten door een rode lichtstraal. Ik keek naar de drie jongens die aan het toekijken waren. Mattheo had zijn toverstok in zijn hand. Ik veranderde terug en hield mijn hand op de bijtwond op mijn arm om het bloed te stoppen. Ik stond op en liep naar ze toen en vroeg: ''Wie was dat?'' Mattheo stopte zijn toverstok terug in zijn zak en zei: ''Dat was Fenrir Greyback.'' James en Sirius begon afkeurend te mompelen. ''Je bent niet veilig hier.'' Zei Mattheo. ''Waar moet ik anders heen gaan?'' vroeg ik met gespreide armen. ''Naar mijn huis. Niemand kan naar binnen behalve de mensen die ik goedkeur.'' Zei hij. ''Waarom zou ik naar jou huis gaan? Jij hebt me daar naartoe ontvoerd.'' Mijn stem brak. Ik wilde dit niet. ''Ze gaat met ons naar Zweinstein daar is ze veilig.'' Zei Sirius. ''Je begrijpt het niet. Ze komen daar zo binnen. Je kan haar daar niet lang beschermen. Van mij part gaan jullie met haar mee naar mijn huis, maar niet naar Zweinstein. Ze is daar niet veilig.'' Zei Mattheo knarsetandend. ''Maar mijn opa.'' Zei ik. ''Je moet afscheid nemen totdat we mijn vader hebben verslagen.'' Zei hij. Ik had hier geen zin meer in. Ik liep gewoon van ze weg naar binnen. Ik pakte de verbanddoos in de keuken en ging opzoek naar wat watjes en verband. De bijtwond zag er niet echt goed uit. Ik deed er wat ontsmettingsmiddel op. Het prikte niet normaal erg en ik beet hard op mijn lip, waardoor die begon te bloeden. Ik veegde wat bloed weg en begon op het wondje met een doekje te deppen. Ik legde er een gaasje op en wilde het verband eromheen wikkelen, maar het lukte niet echt. ''Hier laat mij helpen.'' Zei Mattheo. Hij pakte het verband over en begon voorzichtig het verband om mijn wond te wikkelen. ''Ik wil dat je begrijpt dat het niet mijn idee was. Mijn vader kwam zelf op het idee. Ik wilde je alleen beschermen. Nu nog steeds.'' Zei hij. Ik wil niet luisteren. Ik ga niet luisteren. Hij is en zal altijd een zwakte blijven voor mij. ''Ik ben er gewoon klaar mee.'' Ik keek hem niet aan toen ik dat zei. Hij stopte even met het verband om mijn arm te wikkelen. Hij zuchtte even en ging toen verder. ''Het spijt me. Ik wil je alleen beschermen. Kom naar mijn huis met al je vrienden dan kan ik je beschermen. Begrijp alsjeblieft dat je niet veilig bent op zweinstein.'' Hij had het verband helemaal om mijn arm gewikkeld, maar hij hield nog steeds mijn hand vast. Ik keek naar hem en hij keek me smekend aan. Ik trok mijn arm terug en zei: ''Ik weet het niet.'' Hij overwoog om mijn hand weer te pakken, maar liet zijn arm toch zakken. ''Denk er over na. Bespreek het met ze. Er zijn genoeg kamers. Je zal niet met mij om hoeven te gaan. Laat me je gewoon alleen beschermen. Ik zal aardig doen. Ik zal veranderen.'' Zei hij smekend. Ik zuchtte en zei: ''Vooruit. Ik wil het nog wel met de anderen bespreken.'' Ik liep van hem weg terug naar buiten. James en Sirius zaten op de veranda. ''En?'' vroeg James. ''En wat?'' vroeg ik. ''Heb je ja gezegd?'' vroeg hij. ''Ja gezegd? Wilden jullie dat hij mij overhaalde?'' vroeg ik. ''Misschien.'' Zei James grijnzend. ''Niet te geloven.'' Zei ik boos. ''Hey het is alleen maar voor je veiligheid.'' Zei James. Ik rolde met mijn ogen en begon naar het kasteel te lopen. Mattheo kwam ook naar buiten en deed de deur van het huisje dicht. ''Ja sta dan op stelletje luilakken. We gaan terug.'' Zei ik boos. ''Calm down cheez.'' Zei James. Sirius lachte en ik schoot een boze blik naar hem toe. Hij stak lachend zijn handen in de lucht als teken van genade. Ik genees mezelf wel als we bij de slaapzalen zijn.

De Marauders en Y/N(Dutch)Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu