{Secrets with secrets}

136 8 0
                                        

"Dat was raar." Zegt Lara uiteindelijk. We wandelen door de gangen opzoek naar de rest van de klas.
"Zeg dat wel, je ziet niet elke dag zo een... wat was het eigenlijk?" Vraagt Marissa.
"Een Harpij denk ik, daar leek het in ieder geval toch op." Zegt Lora stilletjes.
"Als dat zo is, zouden die andere wezens dan ook bestaan?" Vraag ik terwijl ik hun nieuwsgierig aankijk.
"Laten we hopen van niet!" Zegt Alice enthousiast. Al snel beging iedereen gewoon terug te lachen. Ik lach vrolijk mee, tot ik Amber met een bezorgde frons zie lopen. Ik vraag me af wat haar dwars zit. Ik wil net naar haar toelopen om het te vragen als Marissa ineens zegt ze de rest van de klas gezien heeft. In een snel tempo lopen we verder. Ik kijk nog even vluchtig naar Amber maar die staat al met Lora te praten. Even denk ik dat ik die bezorgde frons mij maar verbeeld heb. We lopen langzaam naar de uitgang van het Museum. Iedereen praat met iedereen. Zo rap als we buiten zijn ruiken we een aparte geur. Het zou je bedwemelen als je er niet op lette. Ik zie opeens iets in de struik bewegen. Amber komt naast mij lopen.
"Loop rustig door naar voren en doe alsof je het niet gezien hebt. Volg de ritseling wel met je ooghoeken." Fluistert ze op haar hoede.
"Wat is dat?" Vraag ik stilletjes.
"Een vreter, het is een mens die een soort van samengesmolten is met een beer. Het wezen verspreidt een aromatische geur die mensen kunnen bedwelmen en dan kunnen de vreters hun prooi makkelijk op eten." Antwoordt ze.
"Samengesmolten?" Schreeuw-fluister ik nog net niet. "Sst!" Sist Amber. Nu vraag ik het ook nog eens wat rustiger. "Samengesmolten?"
"Ja, het is een beer met een paar mensen ledematen dat is alles." Zegt Amber terwijl ze haar schouders ophaalt en doet alsof dat doodnormaal is. Uiteindelijk zitten we weer in de bus en rijden we naar de school. Verder die dag gebeurde er niet zoveel meer. 's Avonds laat lag ik in mijn bed te liggen, denkend aan wat Amber gezegd had. "Ze weet er eigenlijk wel super veel van, verdacht veel." Denk ik bij mezelf. "Ach, wat maakt het uit, het is nu eindelijk Herfstvakantie!" En met die gedachte val ik in slaap.

Ik ben weer in de witte stad. Wolken drijven vrolijk voorbij. Het is opzich rustig voor dit uur. Stilte voor de storm, dat zeggen ze. Ik vind de stilte maar niks. Ik wandel naar de hoogste toren en kijk uit over het landschap. Een vleugelgeklapper klinkt boven mij. Ik kijk omhoog, in de gouden ogen van een draak. De draak is een grote met een bloed rode kleur. Hij zegt iets. Ik versta hem niet. Ik kijk hem verbaasd aan. Hij zegt het de hele tijd opnieuw. Opeens versta ik het wel.

" Met de dood komt ook het leven,
door oeroude krachten gegeven.
Verbonden met de kracht van het vuur, maar de prijs die betaald wordt is duur.
Met het licht en haar zwaard in de hand, redt ze haar volk en haar land. "

Ik krijg hoofdpijn, verschrikkelijk hoofdpijn. Bewusteloos val ik neer.

Ik schrik wakker. Mijn ogen doorzoeken mijn kamer. Er is niks veranderd. Ik sta op en wrijf de slaap uit mijn ogen. Ik kijk in de spiegel, zucht en neem snel een douche. Fris kom ik er weer uit. Ik kleed mij aan en wandel rustig naar beneden. In de keuken aangekomen blijf ik verstomd staan. Mijn moeder zit al te ontbijten terwijl het pas 7 uur is, ze slaapt meestal tot 11 uur. Ik kijk haar onderzoekend aan. Er is iets wat ik niet aan deze situatie vertrouw.
"Mam, wat is er?" Vraag ik nieuwsgierig. Ze kijkt op en ik kijk recht in rode ogen, ze heeft gehuild. Ze wilt haar mond open doen als er ineens iemand komt binnengewandeld. Het is mijn stiefvader. "Goeiemorgen schat." Zegt hij luchtig. "Morgen." Mompelt mijn moeder rustig.
"Yoko, kan je het vuilnis gaan buiten zetten?" Vraagt hij terwijl hij een tas koffie zet. Met een woedend gezicht loop ik de kamer uit en wandel ik naar buiten. Een fris windje waait mij tegemoet. Ik kruip iets verder weg in mijn pull met 'Living in Dreamland' erop. Ik neem de zwarte container en trek hem mee naar voren. Ik kijk even rond op straat. De meeste huizen zijn nog in een diepe slaap gehuld. Ik loop terug naar binnen. Waar ik alleen mijn moeder tref.
"Wat is er nu?" Vraag ik aan haar.
"Er was niks. Kom ik heb voor jou en mij een leuke dag gepland. Alleen ons tweetjes." Zegt ze vrolijk. Ik kijk haar vol ongeloof aan. En inderdaad even later zitten we in de auto richting, weet ik veel waar we naartoe gaan. Onderweg zijn we stil. Ik kijk naar de zonsopgang. Ik vind het prachtig.
"Je lijkt op je vader." Zegt mijn moeder ineens. Ik kijk haar voorzichtig aan.
"Je hebt zijn ogen en sproetjes terwijl je mijn haren hebt. En je hebt zijn interesses." Ik kijk haar verwonderd aan.
"Hoe was hij?" Vraag ik zachtjes.
"Hij was avontuurlijk en hij volgde zijn dromen. Hij... In die tijd gingen we vaak op vakantie. Maar die ene keer niet. Hij was er. Elk meisje hing aan zijn lippen, elk meisje behalve ik dan. Dat trok hem blijkbaar aan want hij stalkte mij. Zoals jullie dat zouden zeggen. Het hielp want het jaar daarna werden wij een koppel. We deelden interesses en geheimen. En dan werd ik zwanger, van jouw. Die negen maanden waren de gelukkigste van mijn leven. Toen je geboren werd waren ik en je vader er altijd. Maar toen, plots, zomaar ineens, verdween hij. Hij was gewoon weg. Ik heb gehuild maar moest mezelf sterk houden, voor jou." Ik zwijg, ik heb mijn moeder nooit over mijn vader horen praten. Ik glimlach. Plots klinkt er een luide krijs.
"Niet zij opnieuw." Mompel ik zachtjes. Mijn moeder heeft het nu ook gehoord.
"Lieve hemel, hopelijk zijn we nog niet te laat." Zegt ze in paniek.
"Te laat voor wat?" Vraag ik aan haar. Maar ze negeert mijn vraag. Ik ga zuchtend zitten.
"Waar moet ik naartoe... Lucy weet het!" Zegt ze ineens enthousiast. Ze begint harder te rijden. Ze breekt precies alle snelheidsrecords, zo snel gaat ze. Daardoor berijkten we al snel een grote villa. Daar stopt ze bruusk. We stappen uit en lopen naar de deur. Daar klopt mijn moeder op de deur in een bepaalde volgorde. Een meisje rond de twintig jaar komt de deur open doen. Snel laat ze ons binnen. Het huis is reusachtig. Ik kijk mijn ogen uit. Het meisje leidt ons naar de living waar mij een aangename verassing wacht.
"Amber?" Vraag ik verwondert
"Heya Yoko!" Antwoordt ze.
Mijn moeder en het meisje komen zich bij ons voegen.
"Hallo Yoko, ik ben Lucy." Zegt het meisje. Ik schud haar vriendelijk de hand.
"Lucy, we zagen harpijen..." stamelt mijn moeder.
"Dan is het zover, Amber en Yoko kom met mij mee. Euh, je bent veiliger als je terug naar huis gaat." Zegt Lucy.
"Ik begrijp het." Zegt mijn moeder. Ik kijk met grote ogen naar mijn moeder.
"Je mag niet weggaan!" Roep ik luid.
"Ik moet, ik kom terug, dat beloof ik." Zegt ze tegen mij. Ik hou mijn tranen binnen en geef haar een dikke knuffel.
"Ik zal wachten." Fluister ik stilletjes. Daarna loop ik achter Amber en Lucy aan. We stappen in Lucy haar auto.
"Waar gaan we naartoe?" Vraag ik.
"Dat zal je wel zien." Antwoordt Amber mysterieus. Mokkend ga ik goed zitten en begin ik uit het raam te kijken. We rijden ver, ik ken niks van deze omgeving. Dan stoppen we plots. "Uitstappen!" Zegt Lucy luid. Ik stap uit en krijg het meteen frisjes. Ik kijk rond mij en zie alleen maar bos.
"Waar zijn we?" Vraag ik. Er komt geen antwoord dus ik blijf met die vraag in mijn hoofd zitten. Lucy wenkt ons, ze loopt het bos in. Snel volgen ik en Amber haar. Plots vliegt er een boom over mij heen. Ik krijg grote ogen en draai mij om. In de verte zie ik iets af komen rennen.
"Lucy, wat is dat?" Vraag ik terwijl ik naar het wezen wijs. Lucy schrikt.
"Rennen!" Roept ze. Ze spurt vooruit in het bos. Ik en Amber snellen achter haar aan. We springen over takken en ontwijken vallende bomen. Ik hoor ineens een luide brul. Ik word door de opgewekte windstoot vooruit gedreven. Ik kijk even achterom en zie een groot harig wezen. Dan weet ik ineens wat het is, het is een vreter. Ik begin nog harder te rennen. Ineens verschijnt er iets in ons vizier. Het is een grote oude poort. Er staat iets op maar ik heb geen tijd om het te lezen. Ik zie Lucy er doorlopen, ze verdwijnt. Ik sta abrupt stil.
"Kom nou Yoko!" Roept Amber en ook zij loopt door de poort. Mijn ogen worden groot. Ik kijk nog even achterom en zie dat hij me bijna heeft ingehaald. Te bang om over de gevolgen na te denken, stort ik mezelf op de poort en loop ik er doorheen waar een fel licht mij onthaald. Moeizaam open ik mijn ogen, ze worden meteen groot. Dit ziet eruit als een middeleeuws stadje. Overal dragen mensen een soort harnassen en vechten ze met zwaarden of schieten ze pijlen.
"Wat is dit?" Vraag ik aan niemand in het bijzonder.
"Welkom in kamp half-blood." Zegt ineens iemand. Ik draai mij bruusk om maar zucht opgelucht als ik zie dat het Lucy is.
"Waarom vecht iedereen?" Vraag ik aan haar
"Niemand hier is gewoon Yoko, het zijn half-blooden of ze zijn nimfen of andere mythische wezens." Zegt Lucy, ik kijk haar niet begrijpend aan.
"Half-blooden zijn kinderen van Goden en van mensen. Ze hebben de goddelijke krachten geërfd. Zo heb je Hercules bijvoorbeeld." Zegt ze.
"En wat ben jij dan?" Vraag ik aan haar.
"Ik ben een Alka, ik kan in een leeuw veranderen." Zegt ze trots. Ik begin te lachen. "Is dit een soort mop ofzo want als je denkt dat ik dit ga geloven ben je gek!" Lach ik.
"Yoko, dit is geen mop, dit is echt." Zegt Lucy serieus.
"Jaja, als jij een alka bent dan is Amber zeker een half god." Lach ik.
"Dat klopt!" Zegt ineens een andere stem. Amber komt naar ons toegelopen.
"Amber, geloof je deze onzin ook?" Vraag ik.
"Het is geen onzin, het zijn harde feiten." Zegt ze. Ik kijk haar ongelovig aan. Dan draai ik mij om en wandel ik weg.
"Waar ga je naartoe?" Vraagt Amber.
"Naar huis, jullie zijn gek!" Roep ik als antwoord. Ineens lig ik op de grond. Ik draai mij om en kijk recht in het gezicht van een leeuw. De leeuw verandert terug in Lucy.
"Dit is geen spel Yoko." Zegt ze in haar serieuse toon.
"Ik ben compleet mijn verstand verloren. Maar ik zal je geloven." Zeg ik zuchtend. Amber tilt mij op en geeft me een knuffel.
"Yeey." Wilt ze roepen, maar ze zegt het gewoon... dat probeert ze toch.
"Oké, dus jullie zijn speciaal. Maar ik ben geen half god hoor." Zeg ik.
"Daar valt over te twijfelen, je heet in het echt Alys... en meer..." "mag je niet vertellen." kapt iemand anders Lucy af. Een mens met een paarden lijf loopt op ons af.
"Dat is Hin, de baas. Hij is een centaur." Fluistert Amber.
"Alys, Lucy en Amber, ga naar het trainingsveld, de bekendmaking zal binnen 10 minuten beginnen." Zegt hij. Daarna loopt hij weg.
"De wat?" Vraag ik verbaasd. Samen lopen we ergens heen.

Heey, lang geleden!
Grote dank aan @hezore voor het maken van de voorspelling. Ik ga snel verder!

DragonBloodWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu