Ik schrik op, weer een hobbel. De gammele bus rijdt over de wegen richting het museum. Ik kijk in het rond, iedereen praat rustig over van alles.
"Wat vind jij Yoko?" Vraagt Lora.
"Heuh? Over wat moet ik wat vinden?" Vraag ik.
"Die tentoonstelling over Griekse Goden, welke God is cooler, Poseidon of Zeus?" Zucht Marissa.
"Euhm, ik vind ze allebei wel cool, jullie niet?" Zeg ik twijfelend.
"Ik vind Zeus de coolste." Zegt Amber zelfverzekerd. We beginnen te lachen, zelf lacht ze vrolijk mee. Dan stopt de bus bruusk. We stappen allemaal uit. Voor ons ligt het grote museum. Langzaam lopen we naar binnen. De gids staat al te wachten.
"Welkom allemaal in het Gallo-Romeins museum. Ik heet Sonja en ik ben jullie gids vandaag. Ik hoop dat jullie het interessant gaan vinden want er loopt nu een exclusieve tentoonstelling over de Griekse legendes en mythes. Zijn jullie er klaar voor? Hier zijn foldertjes met wat info." Zegt ze super enthousiast terwijl ze kleine papiertjes uitdeelt. Ik krijg er ook één in mijn handen maar doe geen moeite om het te bekijken.
"Dan gaan we nu starten!" Zegt ze vrolijk. "Zoals jullie weten geloofden de Grieken in meerdere goden. Maar de goden waren niet de eerste heersers. Lang daarvoor heersten de Titanen. Dat waren grote monsters die mensen vreten." Terwijl ze de uitleg geeft leidt ze ons door de gangen en laat ze ons vanalles zien. "De leider van de Titanen was Kronos, Kronos was de gevaarlijkste van ze allemaal. Hij at zijn eigen kinderen op, zijn kinderen waren de goden. Hij at cyclopen, Saters, Nimfen en centauren. Maar zijn drie oudste zonen konden ontsnappen. Dat waren Zeus, Poseidon en Hades. Zeus, de god van de bliksem was de oudste en de sterkste. Poseidon, god van de zeeën en oceanen was de jongste en de slimste. En Hades, god van de onderwereld was de sluwste. Samen versloegen zij hun vader en verbanden ze hem. Alle opgegeten Goden en wezens werden vrijgelaten. De drie broers werden de belangrijkste Goden en ze kozen Zeus tot hun leider. Zo ontstonden de goden." Vertelt Sonja. "Maar in de loop der jaren kregen de goden kinderen met mensen, half goden. Kennen jullie er een paar?" Vraagt ze terwijl ze ons aankijkt. Sanne, een meisje uit de andere klas die meeging steekt haar hand op. "Hercules en Perseus." Zegt ze.
"Heel goed." Antwoord de Gids. We bekijken de voorwerpen in de vitrines. Je ziet de bliksemstaaf van Zeus en de staf van Poseidon. Maar mijn aandacht werd getrokken naar een oud perkament. Ik bekijk het papier. De griekse letters beginnen te bewegen tot ze Engelse woorden vormen. Ik schrik en schud mijn hoofd. Ik kijk weer naar het papier maar zie de Griekse woorden weer gewoon. Stomme dislectie. Denk ik bij mezelf. Plots hoor ik een geluid. Ik loop naar het raam en kijk naar buiten. Een donkere wolk komt op ons af gedreven. De wolk heeft een donker zwarte kleur met een groene schijn. Amber komt naast mij staan, ze legt een hand op mijn schouder.
"Horen wolken er zo uit te zien?" Vraagt ze. Ik haal mijn schouders op. In de verte klinkt er een krijs. Een hoge, schelle krijs. Ik krijg een rilling en loop daarna met Amber verder achter de klas aan die al verder was.
"Zo dat was de rondleiding, jullie krijgen nu even tijd om rond te lopen en de tuin te gaan bezoeken." Zegt Sonja. Met de meisjes uit onze klas lopen Amber en ik naar de tuinen. Zodra we buiten staan, ademen we een fris briesje in. Samen lopen we naar de vijver. In het midden van de vijver is een klein eilandje met een paar bankjes. Daar gaan we op zitten. Rustig praten we over koetjes en kalfjes. Plots horen we die krijs weer, alleen veel dichter en... boven ons? We kijken naar boven en zien een grote vogel boven ons cirkelen. Ik verstar en zeg: "Dat is geen vogel."
"Neen, dat lijkt op een Harpij." Stamelt Lara. Zoé knikt. Dan vliegt de zogezegde vogel weg. Ineens horen de een lichte knal. Jessica begint te lachen en zegt: "Sorry, dat was mijn kauwgum." We moeten allemaal lachen. Dan hebben we ineens geen zonlicht meer. We kijken omhoog. Mijn ogen worden groot, het zijn meer van die rare vogels die door de lucht vliegen. Ik verstar, ik heb zoiets nog nooit gezien. Dan krijsen ze tezamen en duiken ze naar beneden. Ze vliegen rakelings over ons heen.
"Bukken!" Roept Amber. De wezens vliegen weer omhoog en maken zich klaar om te duiken. Wij hebben nu wel door wat ze van plan zijn en haasten ons naar binnen. We kunnen net optijd aan hun ontkomen. We slaan de glazen deur dicht. Één van die vogels blijft voor de deur vliegen. We schrikken. En dat is ook niet zo moeilijk want de vogel heeft een vrouwen hoofd en een vogel lijf. Snel lopen we terug naar de rest van de klas.
JE LEEST
DragonBlood
Aventură"Waar ben ik? Hallo??" Ik begin te rennen overal rond mij is het zwart, zwart als de nacht. "Hallo? Is daar iemand?!?" Nog sneller begin ik te rennen, de tranen in mijn ogen negerend, dan struikel ik en val. Ik blijf maar vallen... de diepte in. Een...
