- 7-

94 2 0
                                        

Liv werd wakker. Ze lag in haar eigen bed. Koning Carkos zat naar haar hand te staren. Liv vroeg: 'wat doe je?'

De koning keek haar aan. 'Je bent wakker.'

'Eh ja' zei Liv 'hoe lang heb ik geslapen?'

'1,5 dag.'

Liv knikte. Ze legde haar hoofd weer op haar kussen. Er werd geklopt. 'Binnen' zei de graaf.

Agatia kwam binnen 'hoe gaat het?'

'Goed' zei Liv.

'O je bent wakker' zei Agatia.

'Ja' zei Liv.

Haar maag rommelde. 'Je zal natuurlijk honger hebben, ik haal wel wat te eten voor je.'

Agatia liep weg. De koning liep naar het raam. Hij keek even naar buiten en keek toen naar Liv. 'Mijn roos' zei hij 'John heeft laten zien dat ik hem kan vertrouwen. Lucius, Kolus en Resus waren een paar graven aan het oppakken en er moesten er nog een paar opgepakt worden. Dat deed John.'

'Dus dat betekent dat ik weer alleen bij hem mag zijn' vroeg Liv.

'Ja' zei de graaf.

Agatia kwam binnen. 'Alsjeblieft' zei ze terwijl ze een dienblad op haar nachtkastje zette.

'Dank je' zei Liv glimlachend.

Agatia wou weglopen maar Liv zei: 'wacht, heb jij ook bij mij gezeten en naar mijn hand gestaard.'

'Eh als je bedoelt dat ik die briefjes heb verwisseld dan ja' zei Agatia.

Liv knikte. Agatia glimlachte en liep weg. De koning zei: 'ik heb trouwens alle graven laten opsluiten dan had je minder visioenen. en het werkte dus de aankomende tijd heb ik je denk ik niet nodig voor visioenen. Blijf wel in de buurt.'

Liv knikte, 'dat zal ik doen.'

Hij glimlachte en liep weg. Liv at de broodjes die Agatia had gebracht en het kersenwater. Daarna ging ze naar haar kast toe en deed hem open. Ze wou eigenlijk best graag gaan zwemmen. Ze deed een topje aan een kort rokje en daaronder een kort broekje. Ze rende naar beneden naar de tuin en naar het zwembad. Ze dook erin. Ze had toen ze 5 was leren zwemmen. Liv was een geweldige zwemmer. Pas toen ze weer bovenkwam zag ze dat ook Lucius in de tuin was. Hij liep naar het zwembad toe. Liv dook onder water. Lucius ging op zijn hurken bij de rand van het zwembad. Liv kwam boven. 'Oh hoi' zei ze 'ik had je niet gezien.'

'Jaja' zei hij grinnikend.

Liv hoorde dat iemand riep: 'Heer Lucius de koning heeft u nodig.'

Liv draaide zich om en zwom naar de andere kant waar de man stond. Lucius stond op en liep naar de deur toe. De man hield de deur voor hem open. De man had een zwarte lange broek aan met zwarte schoenen. De man had ook een wit overhemd aan en een zwart colbert. Liv vroeg: 'Waarom noemde u hem heer?'

'Orders van de nieuwe koning.'

'U werkt voor hem?'

'Ja' zei de man 'mijn naam is Carlo en ik ben een butler.'

'Mag ik uw naam weten' vroeg Carlo. 'Ja' zei Liv 'maar noem me alstublieft geen u meer.'

'Dat zal ik niet meer doen' zei hij.

'Mijn naam is....'

John kwam het kasteel uitgerend en riep voordat Liv haar zin af kon maken: 'Liv!'

Terwijl Liv het zwembad uit klom zei ze: 'dat is mijn naam.'

John tilde haar op en draaide een rondje met haar. Hij zette haar weer neer. Ze staarden elkaar een hele lange tijd aan. Carlo werd geroepen door een dienstmeisje. Die fluisterde iets in zijn oor. Hij knikte even en liep toen naar Liv en John toe. 'Sorry dat ik jullie moet storen, maar weten jullie wie het meisje is met de gave van visioen?'

'Ja' zei Liv 'ik.'

'O' zei Carlo 'je moet even naar koning Marcus toe.'

'Oké' zei ze, 'dank u.'

Ze liep naar haar kamer kleedde zich om. Ze deed een witte jurk aan met lange mouwen. De mouwen stroopte ze op. Toen ze de kamer uitliep stond John voor haar. 'Wat doe je' vroeg Liv.

'Ik bescherm je' zei hij grijnzend, 'dat is mijn baan.'

Liv glimlachte. Ze liepen samen naar de kamer van koning Marcus toe. Liv wou aankloppen maar binnen hoorde ze zeggen: 'kom maar binnen hoor.'

Liv duwde de deur open en liep naar binnen.

'Goedemiddag majesteit' zei Liv.

Ze maakte een reverence. John boog. 'Wie is deze jongeman' vroeg de koning.

'Dit is John' zei Liv.

'Goedemiddag majesteit' zei John 'mag ik vragen hoe u wist dat Liv aan wou kloppen?'

'Ja dat mag' zei de koning 'mijn gave is gedachten lezen. En ik lees in jullie gedachten dat jullie hele sterke gevoelens voor elkaar hebben.'

Liv bloosde. De koning glimlachte zwakjes. 'Maar waar wou u me over spreken' vroeg Liv.

'Ik heb gehoord van het personeel dat het volk ontevreden is over de koning. Het zal niet lang duren totdat het volk in opstand komt tegen hem. Als hij zal aftreden wil ik dat jij koningin wordt.'

'Ik' vroeg Liv verbaasd.

'Ja' zei de koning 'jij. Ook moet er iemand komen die het volk leid naar de overwinning.'

'Dat kan ik wel doen' zei John 'maar ik wil dat Liv meegaat als zei hier blijft zal koning Carkos haar gebruiken om mij gevangen te nemen.'

De koning knikte 'dat is goed.'

'Maar dan moeten we ontsnappen' zei Liv.

'Ja' zei de koning 'je kan Sebastiaan vragen of hij je kan helpen. Bij hem kan je onderduiken zijn vrouw is namelijk....'

'Ziek' zei Liv.

'Hoe weet je dat' vroeg John.

'Dat vertel ik je later wel' zei Liv.

De koning glimlachte en legde zijn hoofd op zijn kussen. Liv zei: 'u moet rusten we zullen gaan.'

Ze maakte een reverence en John boog. Ze liepen de kamer uit naar buiten. Liv keek in het rond op zoek naar Sebastiaan. Hij was bij een rijtje met appelbomen bezig. Ze wou er naar toe lopen maar ze werd geroepen. Ze keek om ze zag niemand. 'Mijn roos hier!' Liv keek naar boven daar zag ze Koning Carkos staan. Hij had het raam van zijn werkkamer geopend en stond ervoor. Hij wenkte haar. Liv zuchtte en keek naar John. 'Ga jij anders alvast een plan bedenken met Sebastiaan' zei ze.

Liv liep naar de werkkamer van koning Carkos. Ze klopte aan, 'binnen' hoorde ze.

Ze liep de kamer binnen. Daar waren Lucius, Kolus, Resus en koning Carkos. 'Wat is er heer' vroeg ze 'ik mag toch alleen bij John zijn nu?'

'Dat klopt' zei de koning.

'Ik ben het er niet mee eens' zei Lucius.

'Weet ik Lucius' zei de koning 'weet ik.'

'Maar wat is er dan aan de hand' vroeg Liv.

'Een man van Lucius zag jullie samen weglopen bij koning Marcus' zei de koning.

'Wat deden jullie daar' vroeg Lucius.


VisioenWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu