I can hear your voice

515 54 9
                                        

Ik werd wakker doordat Nikki maar tegen mijn schouder blijft aanduwen. ‘wat is er nou , stop ik probeer te slapen’. ‘het is al bijna half acht en over een halfuur moeten we al naar school. En zoals we er nu bij liggen hebben we dat half uur hard nodig.’ Zegt Nikki. Ik knik en kom langzaam overeind. Mijn hele lichaam doet pijn ook al ben ik gister niet echt aangevallen en is de pijn alleen maar psychisch. Ik ga snel onder de douche en kleed me daarna aan. Als ik eindelijk klaar ben met mijn make-up heeft Nikki beneden het ontbijt al klaar gemaakt. Ik prop snel twee broodjes naar binnen en dan lopen we samen naar buiten. We besluiten dat we allebei met onze eigen auto naar school rijden.

                Vanaf Nikki haar huis is het ongeveer zeven minuten met de auto. Ik kom iets later dan Nikki aan maar dat komt gewoon door mijn oude auto. We lopen samen naar binnen toe. Onderweg komen we Melissa , Britney en Gaby tegen. Britney geeft me meteen een knuffel. Nadat we ze weer gedag hebben gezegd lopen Nikki en ik samen naar wiskunde. ‘en heb je zin in morgen’ vraagt Nikki me. ‘wat is er morgen’ vraag ik verbaasd. ‘het voetbaltoernooi natuurlijk. Dat was je toch niet vergeten. en je weet wat voetbal betekent, lekkere jongens en voor jou Eric.’ Ik kijk haar boos aan maar begin dan te lachen. Opeens vraag ik me wat af. Eric heeft me verteld dat hij rond volle maan niet veel naar school gaat, maar het voetbal toernooi is een dag voor de volle maan. Een angstig gevoel bekruipt me maar het verdwijnt weer snel als Eric de hoek omkomt en naar me lacht. Ik kijk snel weg en begin te blozen. Ik hoop dat niemand het heeft gezien maar Nikki kijkt de andere kant op.

                We zitten ongeveer een halfuur in de klas als een misselijk gevoel me bekruipt. Ik weet niet waar het opeens vandaan komt maar het voelt niet goed. ik krijg het opeens ook erg koud. Ik probeer het te negeren maar na een tijdje wordt het toch erger. Mijn zintuigen lijken ook wel versterkt. Ik ruik opeens alles om me heen. Het parfum van Bianca die aan de andere kant van het lokaal zit. Maar ik ruik ook het bos waar de school aan grenst. Mijn gehoor is ook een stuk sterker geworden. Ik kan de leraar van het lokaal naast ons gewoon horen praten, ik hoor de vogels in de bomen fluiten. Ik hoorde het in het begin nog niet , maar als ik me concentreer begin ik het te horen. Voetstappen in het bos en die geur, die komt me zo bekend voor. Dan begint het me te dagen, hij is terug en hij staat in het bos naast onze school. Ik weet het zeker het kan niet anders. Ik voel de rillingen over mijn lichaam lopen en ik kan aan niks anders meer denken dan hem. Ik probeer me weer op de les te concentreren maar word er weer ruw uitgeschud door de stem die zich in mijn hoofd boord. ‘CHANGE’. Het word drinkt eerst niet tot me door maar dan weet ik wat het betekent. Ik voel mijn botten al buigen en de pijn begint te komen. ‘gaat het wel goed, je kijkt alsof je bijna dood gaat’ fluistert Nikki. Ik kan geen woorden uitbrengen want ik ben bang dat als ik mijn mond opendoe ik begin te schreeuwen , en ik wil absoluut geen aandacht naar me toe trekken’. Ik schud alleen maar mijn hoofd. Ik moet hier weg , als ik echt ga veranderen kan dat niet hier gebeuren. Voordat ik het weet loop ik naar de deur toe. Iedereen kijkt me verbaasd aan, ik hoor meneer Diddriks iets naar me roepen maar ik kan hem niet verstaan. Het lijkt wel alsof hij aan de andere kant van het dikke glas van het lokaal staat. het enige wat ik zie is zijn mond die op en neer gaat en woorden probeert te vormen. Ik gooi de deur van het lokaal snel dicht en ren door de gang naar de deur die naar buiten lijd, en naar het bos. Ik voel scherpe nagels uit mijn vingers schieten en mijn tandvlees begint ook pijn te doen. ik durf niet naar mijn handen te kijken of naar het klaslokaal. Gelukkig zijn er bijna geen andere kinderen in de hal. een stuk of drie leerlingen staan bij hun kluisje maar ze lijken geen aandacht aan me te besteden waar ik blij om ben. het lijkt eeuwen te duren voordat ik eindelijk bij de deur ben. ik pak snel de hendel beet en trek de deur met een ruk open , zodra ik buiten ben sprint ik zo snel ik kan richting het bos.

                Als ik eindelijk in het bos aankom val ik meteen op de grond. Het voelt alsof al mijn ribben gebroken zijn en mijn armen verdraait zijn. Ik hou nog steeds mijn tanden op elkaar te bang dat als ik mijn mond opendoe de hele school me kan horen. Mijn benen willen niet maar ik ben vastbesloten om dieper het bos in te komen. Voorzichtig probeer ik vooruit te kruipen maar de pijn is de erg  en ik val weer neer. Mijn gezicht raakt de vochtige bladeren en mijn haar blijft steken in een struik maar het kan me niks schelen. De pijn die ik voel is het enige waar ik aan kan denken. ik sluit mijn ogen en probeer me te concentreren maar het lukt niet. Mijn gevoel van tijd ben ik helemaal kwijt, ik weet niet hoe lang ik hier al lig maar het is al te lang. Had ik niet allang al moeten veranderen of probeert hij mij zo veel mogelijk te laten lijden. Mijn gedachten gaan alle kanten op maar ik word weer naar de realiteit gehaald als ik twee armen om me heen voel. Ik schrik en probeer weg te komen bang dat hij het is maar de armen blijven me stevig vast  houden. Voor het eerst doe ik mijn mond open en wat eruit komt kan niet anders worden omschreven als een beestachtig geluid. Ik schrik er zelf ook van maar dat weerhoud me er niet van om mezelf te bevrijden. ‘rustig, ik ben het maar’. maar mijn hoofd lijkt de stem niet te herkennen. Ik probeer nog een keer om tussen de armen vandaan te komen maar het lukt me niet. de pijn is te erg en het put mijn hele lichaam uit. Ik zak uiteindelijk als een lappenpop in elkaar. Ik voel niks meer , alleen maar pijn. Ik voel tranen over mijn wangen lopen en de dierlijke kreten blijven maar ontsnappen uit mijn keel. ‘rustig maar , het komt allemaal goed ik ben bij je’ blijft de stem herhalen. De kalmte van de stem dringt zich langzaam door in mijn hoofd en ik begin iets te ontspannen. Zo blijf ik een tijdje zitten, in elkaar gedoken tegen de vreemde persoon aan. Na ongeveer een kwartier begint de pijn ietsjes af te nemen. De botten in mijn armen lijken weer normaal te zijn gedraaid en de druk op mijn ribbenkast begint ook te verdwijnen. Een hand aait over mijn hoofd en mijn rug wat me een ge rus tellend gevoel geeft. Na een tijdje durf ik ook eindelijk om te kijken. Ik draai voorzichtig mijn nek om die nog steeds veel pijn doet. Als ik me heb omgedraaid kijk ik recht in het gezicht van Eric. ‘gaat het weer’ vraagt hij bezorgt. Ik kan niks uitbrengen dus schud ik mijn hoofd. Hij knikt begrijpend en drukt me dan tegen zich aan. Ik leg mijn hoofd tegen zijn borst aan en concentreer me op zijn hartslag. Hij blijft over mijn rug aaien.

         Ik weet niet hoeveel tijd er is verstreken maar volgens mij zitten we al drie uur in het bos. ‘wat gebeurde er nou eigenlijk bij wiskunde’ vraagt Eric me na een tijdje. ‘ik weet het niet’ fluister ik ‘alles leek wel versterkt en toen hoorde ik hem’. Ik wil het er verder niet meer over hebben , de pijn lijkt weer terug te komen als ik eraan denk. Maar Eric lijkt nog niet klaar met vragen stellen. ‘je weet toch dat je me alles kan vertellen’. Ik knik weer. Het enige wat ik wil is dat alles over is. Dat ik deze pijn nooit meer zal voelen en dat alles gewoon weer zo is als vroeger. Maar ik weet dat dat niet kan en het maakt me ziek. Hij heeft mijn hele leven verpest en ergste vind ik nog dat ik bang voor hem ben. ik wil dit gewoon allemaal stoppen maar ik ben bang voor de gevolgen als ik dat probeer. Ik voel dat Eric me voorzichtig overeind probeert te hijsen maar het liefst blijf ik hier zitten. Ik wil niet terug naar school. Eric kijkt me aan en aan zijn uitdrukking is te zien dat hij niet van plan is om terug te gaan .ik probeer overeind te komen maar het lukt me maar net.  Eric besluit dat hij me niet meer laat lijden en tilt me op. ik druk me dicht tegen hem aan, hij is de enige persoon waar ik me echt veilig bij voel. Als we het bos uit komen ben ik bang dat iedereen ons ziet maar gelukkig heeft Eric zijn auto aan de rand van het bos geparkeerd. Hij legt me voorzichtig op de achterbank neer en stapt dan snel in. Ik weet eigenlijk al waar we heen gaan. De plek waar ik de afgelopen dagen doorgebracht heb. het hoofdkwartier van de roedel.

 heey het spijt me dat ik weer een tijdje niks heb geschreven maar hier is een nieuw hoofdstuk. ik hoop dat jullie mijn boek nog steeds leuk vinden en vinden jullie het niet te langdradig. laat het me please weten en wat vonden jullie van dit hoofdstuk. laat het alsjeblieft achter in de comments en please vote. oja en als ik een spelfout heb gemaakt srry mijn spelling is niet zo goed maar jullie mogen  me gerust verbeteren x  

one bite can change it allStories to obsess over. Discover now