Ik lag stil achterin de auto. Gelukkig vroeg Eric me niks weer waar ik blij om was. ik lag met mijn hoofd op zijn jas ,de jas rook vertrouwd aan wat me rustig maakte. De rit naar het hoofdkwartier duurde lang , maar dat maakte mij niet uit. Ik wilde de roedel niet onder ogen komen, wilde niet dat ze me weer zo zagen. Telkens als ik ze zag lag ik er half dood bij, ik voelde me echt een aansteller. ik weet nu al dat als ik het ga bespreken met Eric hij zal zeggen dat het niet uitmaakt. Maar het maakt voor mij wel uit, ik wil niet alle aandacht naar me toe trekken. ik voel ook nog steeds de kracht van de maan. Het voelt alsof de maan lange armen heeft gekregen die aan me trekken. het is moeilijk om me niet over te geven aan de armen en mezelf gewoon mee te laten nemen door ze. maar ik weet dat ik dat niet kan en ik wil het ook niet meer meemaken, die pijn. Opeens wijkt de auto naar links en weet ik dat we bij de oprijlaan van de roedel zijn. Gelukkig duurt de weg door het bos ook nog een tijdje dus kan ik nog even rustig blijven liggen.
Na een paar minuten zie ik de villa verschijnen. Gelukkig staat er niemand buiten dus Eric heeft niemand vertelt wat er gebeurd is. Eric parkeert de auto voor de deur en stapt uit. Ik voel niet de neiging om ook uit te stappen en verstop mijn gezicht in de jas. Ik hoor het portier aan mijn kant opengaan en voel Eric’s hand tegen mijn hoofd. ‘we zijn er’. Ik knik en kom voorzichtig overeind. Als ik uitstap geeft Eric me voorzichtig een knuffel wat me verbaasd maar ik trek me niet terug. Zijn warme lichaam tegen de mijne voelt fijn en ik klem me tegen hem aan wat hem weer lijkt te verassen. Als ik we elkaar weer los laten lopen we samen naar de deur toe. ‘is iedereen er’ vraag ik voorzichtig. ‘rustig maar er is volgens mij niemand en als er iemand is stuur ik ze wel weg’. Ik begin te lachen.
Nadat we door de grote deuren naar binnen stappen , lopen we meteen door naar de trap. Als we boven zijn wil ik de linker gang ingaan, in deze gang is de kamer waar ik de laatste paar dagen heb doorgebracht, maar Eric trekt me mee naar de rechter gang. Ik loop achter hem aan, verbaasd door de plotselinge wending. Eric zijn kamer is helemaal aan het einde van de gang. Ik ben eigenlijk nog nooit in zijn kamer geweest. Ik kijk naar alle deuren om ons heen , het zijn er een stuk of twintig en ik vraag me af of er nog andere mensen slapen dan alleen Eric. Eric heeft me vragend moeten zien kijken ‘bijna alle kamers zijn leeg alleen James slaapt in een kamer een paar deuren verderop. De rest van de roedel slaapt thuis of op de volgende verdieping’. ‘waarom op de volgende verdieping wat is er mis met deze kamers?’ vraag ik. ‘deze kamers zijn minder luxe, de kamers boven hebben we helemaal verbouwt maar deze zijn net zo als in de tijd van Isabelle. we hebben natuurlijk wel wat aangepast maar niet veel. Ik weet het niet maar ik denk dat de meeste niet zo van het verleden houden. Er zijn in die tijd veel dingen gebeurd en niemand wil daaraan herinnerd worden denk ik.’ ‘maar het maakt jou dus niks uit’. ‘nee, ik hou van deze kamer het heeft iets speciaal vind ik. Je zult me waarschijnlijk raar vinden als je hem ziet maar ik voel het gewoon’. Ik knik ‘ik snap je wel, soms kun je gewoon zo’n gevoel hebben.’ Ondertussen heeft Eric de deur van zijn kamer geopend. Ik loop achter hem naar binnen toe en ben verbaast door de inrichting. De kamer is erg groot en in het midden staat een groot hemelbed. Zo één die je zou verwachten in een paleis met prachtige rode satijnen gordijnen. De muren zijn ook allemaal bekleed met houd of met een behang wat uit een andere eeuw lijkt te komen. Tegenover zijn bed is een muur die vol staat met boekenkasten . tussen twee boekenkasten in ,boven een kleine kastje hangt een grote flat screen. Wat me ook meteen opvalt zijn de grote ramen die tot het plafond rijken, ik kan het bos zien wat me enigszins benauwt maar het is ook een prachtig uitzicht. Eric gaat op een bank zitten die in de hoek van zijn kamer staat, ik neem plaats op de stoel die er naast staat. ‘je kamer is anders dan ik had verwacht’ lach ik. ‘dat zeggen wel meer mensen als ze binnen zijn geweest, dat zijn er overigens niet veel. Meestal als ik een meisje meeneem gaan we naar een lege kamer ergens in de gang’. Ik voel me een beetje ongemakkelijk. Natuurlijk heeft Eric veel meisjes gehad maar ik dacht niet dat hij er zo openlijk over zou praten. Maar hij gaat gewoon verder. ‘ in mijn kamer voel ik mezelf en ik denk dat sommige mensen dat niet zien als ze binnen komen. Ze verwachten iets heel anders bij mij en als ik ze dan dit laat zien kijken ze me vaak raar aan en dan voel ik me ongemakkelijk. Maar bij jou heb ik dat absoluut niet net als bij de rest van de roedel.’ Ik voel een warm gevoel in me opkomen. Ik wil het niet voelen maar ik voel het toch. ‘ik snap niet wat mensen niet bevalt aan deze kamer hij is prachtig , verwachten ze niet dat je boeken hebt’ lach ik . Eric begint ook te lachen en zo zitten we een tijdje. We praten over school en dan komt ook het onderwerp voetbal ter sprake. ‘hoe kan je morgen meedoen als de volle maan komt want je vertelde me dat je er ook last van hebt’. Hij knikt ‘ dat klopt maar door sporten kan ik een groot deel van mijn agressie en energie kwijt, dat help me heel erg. Maar ik geef toe soms voel ik de krachten van de maan te erg en doe ik niet mee.’ ‘maar je hebt er dus nu niet zo veel last van’. ‘nee , deze week valt het me echt mee, ik heb alleen nachtmerries soms maar ik denk niet dat ik ga slapen tijdens de wedstrijd’. Ik moet lachen. ‘oja voordat ik het vergeet, Mila en Candice rekenen er wel op dat je ze morgen meeneemt naar de wedstrijd’ ik was het helemaal vergeten. ‘tuurlijk, maar ik zou ook nog met Britney en Nikki gaan. Naja ze vinden het vast niet erg als ik wat mensen meeneem’. ‘Ik ben best bang voor morgen, ik ben bang dat hetzelfde als vandaag gaat gebeuren’. ‘rustig maar ik zal morgen de hele tijd bij je in de buurt zijn en als er wat gebeurt kunnen we meteen weg’. ‘dank je’ antwoord ik fluisterend. ‘ heb je ook zo’n honger ?’ nu Eric het erover heeft bedenk ik me dat ik sinds het incident niks meer heb gegeten. ‘goed plan’ antwoord ik. ‘laten we naar de keuken gaan dan kan ik je laten zien hoe goed ik kan koken’.
YOU ARE READING
one bite can change it all
Werewolf. Ik durfde niet achter me te kijken maar aan de trillende grond en het gehijg dat steeds dichter bij kwam wist ik dat de wolf zijn pas ook versnelt had. Ik zag in de verte wat bomen staan misschien als ik wat sneller zou rennen zou ik in een van de...
