Hoofdstuk 15

78 7 2
                                        

Ik geef de jongens allemaal een knuffel en stap dan uit de auto. Verschillende mensen uit de buurt staan te kijken naar de auto die in de straat staat. Er komt niet vaak een auto in deze buurt, en dan al zeker niet zo'n luxe.

Met rode wangen loop ik snel naar de voordeur. Ik hoor de auto optrekken en dan wegrijden. Ik steek mijn sleutel in het slot en trek de deur open.

'Ik ben er weer!' Ik hoor voetstappen en kort erna verschijnt mijn vader in de gang.

'We zijn net aan het eten. Eet je mee?' Ik schud mijn hoofd. 'De jongens hebben me mee uit eten genomen. Jullie mogen mijn deel wel opeten, aangezien ik zag dat er nogal weinig was.' Een opgeluchte uitdrukking verschijnt op mijn vaders gezicht en ik hang mijn jas op, waarna ik de keuken in loop.

Voor de gezelligheid schuif ik wel aan tafel aan. Iedereen is thuis en eet in rust. Ook al is het doodstil aan tafel en praat er niemand, merk ik toch dat iedereen het fijn vindt om met zijn allen aan tafel te kunnen zitten.

We hebben weinig geld, waardoor alles wat we nog wel hebben de familie is. De zorg om geld verblind mijn ouders jammer genoeg vaak, waardoor ze de familie wel is vergeten, maar ik neem het ze niet kwalijk. Ze doen hun best om geld te verdienen, juist om ons een zo goed mogelijk leven te geven.

'Je gaat de laatste dagen veel om met die jongens.' Ik kijk op naar mijn moeder en knik. 'Het zijn hele aardige jongens.' Alleen bij de gedachte wat ze allemaal voor me hebben gedaan begin ik al te glimlachen.

'Die krullenbol leek me ook wel aardig. Ik ben blij dat je tenminste niet meer met die Michael omgaat.' Meteen valt mijn glimlach weer van mijn gezicht. 'Ik zie hem niet meer, nee.' Mijn moeder lijkt hier tevreden mee.

De rest van het avondeten is het rustig. Er wordt niet veel gezegd en als iedereen klaar is met eten, storm ik de trap op naar mijn zoldertje. Ik zak tegen de muur aan en pak mijn schetsboek van de grond. Ik open hem op een lege pagina en begin met een potlood te schetsen.

Langzaam verschijnt er een hand op het papier, waarna een tweede hand volgt. De beide handen kunnen elkaar net niet bereiken en als de tekening af is kijk ik verdrietig naar de tekening voor me. Twee handen die elkaar net niet kunnen bereiken, net als ik niks kan bereiken.

Zo voelt mijn leven tenminste. Alsof ik nooit iets kan bereiken. Als ik eindelijk iets heb, verdwijnt het toch wel weer. Wie weet hoe snel de jongens me in de steek gaan laten? Ze kunnen niet voor eeuwig Michael uit huis houden. Als Michael en ik het niet oplossen, zullen ze een kant moeten kiezen. Die kant wordt sowieso Michael, hij is hun beste vriend, ook al hebben ze nu ruzie. En waar ben ik dan? Alleen thuis, met niemand om me heen. Alleen mijn familie, die ook langzaam afbrokkelt.

Ik moet het goedmaken met Michael.

~

De volgende ochtend wordt ik wakker door mijn zus die iets op de grond laat vallen. Ik zit meteen rechtop en kijk slaperig om me heen. Natalie kijkt me verontschuldigend aan.

'Sorry, de hanger viel uit de kast.'

'Maakt niet uit, kan gebeuren.' Meteen na dat gezegd te hebben gaap ik en laat me achterover op bed vallen. Ik kreun en sla de warme deken van me af.

'Ik kan net zo goed met je ontbijten als ik toch al wakker ben.'

Ik klim uit bed en doe een paar sokken aan, waarna ik de trap afloop, zodat mijn zus zich rustig kan omkleden.

Gapend ga ik aan tafel zitten, waar 3 broodjes en een pot jam staan. Met een zucht sta ik op als ik me herinner dat ik mijn broertje ook wakker moet maken.

Ik loop weer terug de trap op en naar mijn broertjes kamer, waar ik op de deur klop. Zonder een reactie af te wachten open ik de deur en stap naar binnen.

'Opstaaaaan.' Ik loop naar het gordijn en trek hem in een beweging open.

'Ik wil niet opstaan.' Mijn broertje begraaft zijn gezicht in zijn kussen en trekt de deken over zich heen.

'Pech, ik verwacht je over 10 minuten beneden. Ik smeer je broodje voor je.'

Ik verlaat de kamer weer zodat mijn broertje rustig kan wakker worden en loop naar beneden waar mijn zus nu ook zit.

'Tyler komt er zo aan.' Deel ik mee, waarna ik tegenover mijn zus plaats neem aan de tafel. Natasha knikt alleen en gaat verder met haar brood smeren.

Ik pak het mes van haar over als ze klaar is en pak het eerste broodje waar ik een kleine hoeveelheid jam zo goed mogelijk over verspreidt. Ik leg het broodje aan de kant en pak een tweede broodje waar ik ook jam op doe.

Ik sta weer op van de tafel en ga onderaan de trap staan.

'Tyler!' Roep ik naar boven.

'Bijna!' Klinkt mijn broertje's geïrriteerde stem. Ik grinnik en ga weer aan tafel zitten, waar ik aan mijn sneetje brood begin. Natasha staat aan het aanrecht en vult 3 glazen met water.

Ze zet ze op tafel en neemt weer plaats tegenover me. In stilte eten we, tot mijn broertje beneden komt.

'Goeiemorgen!' Zegt die vrolijk. Mijn zus kijkt op en reageert met niks anders dan een knikje.

'Slecht geslapen?' Plaag ik haar. Ze rolt haar ogen en drinkt het laatste beetje water uit haar glas. Terwijl mijn broertje gaat zitten, staat Natasha op en zet haar bord en glas op het aanrecht neer.

'Ik ga naar het werk.' Ze verlaat de kamer en ik hoor wat gerommel, tot de voordeur open en dicht gaat en de stilte weer in huis is teruggekeert.

'Dus.... Lekker geslapen?' Mijn broertje kauwt op zijn brood en knikt ondertussen.

'Tot jij me wakker maakte,' spreekt hij, als hij zijn mond leeg heeft.

Verder verloopt het ontbijt in stilte. Als ik klaar ben met eten begin ik aan de afwas, waar mijn broertje al snel zijn bord bij zet.

'Ik ga naar school.' Ik draai me naar hem toe.

'Veel plezier.' Mijn broertje pakt zijn rugzak op en bedankt me kort, waarna hij de keuken verlaat en ook dit keer snel de deur dicht valt en ik weer alleen thuis ben.

Tbh, dit hoofdstuk is nog best lang!

Ik zit bij een voetbalclub te wachten tot we vertrekken en heb t hoofdstuk net afgeschreven tijdens de wedstrijd xD

Hoef ik zelf niet te voetballen, breng ik nog de hele middag bij en voetbalclub door...

Ik heb zo lang niet aan dit boek geschreven dat ik wel een langer hoofdstuk MOEST schrijven dus ja... Hood luck with it

TOEDELSSSS

The Night We Met - Michael CliffordVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu