Diep van binnen

142 27 36
                                        

Het voorwerp voelt koud aan in mijn handen.
Het voelt alsof ik een klein stuk van de winter vastheb.
Een deel van de winter dat niet zomaar mag vergaan.

Langzaam draai ik het rond in mijn handen.
Het voelt glad.
Zo glad als ijs.
Het ziet eruit als ijs.
Ik voel de koude wind die door de bomen raast en kan mezelf op het ijs zien schaatsen.
Bijna.
Want het voorwerp dat ik vast heb is geen ijs.
Maar wat dan wel?

Ik blijf voelen en kijken.
Ik blijf het voorwerp ronddraaien.
En ik luister naar mijn gedachtes en gevoelens die het voorwerp bij me losmaken.

Ik verwonder me over hetgeen dat ik in mijn handen heb.
Het ziet eruit als iets simpels, maar dat is het niet.
Het heeft vele lagen.
Het is glad, maar toch ook puntig en scherp.
Het voelt zacht, maar tegelijkertijd straalt het kracht uit.
Het is niet alleen helder, maar ik voel me ook helder.
Het is alsof ik mezelf heb gevonden terwijl ik dit voorwerp aanschouw.

Plotseling voel ik een tinteling door mijn handen gaan.
Het voorwerp dat eerst koud aanvoelde voelt nu warm.
Het zou logisch zijn geweest.
Maar dat is het niet.
Het voorwerp wordt warmer en warmer.
Totdat ik het niet meer kan vasthouden.

Het valt in tientallen stukken uit elkaar op de grond.
Ik voel mijn handen branden.
En tegelijkertijd voel ik helemaal niets.
Het prettige gevoel is verdwenen.
Maar toch is het er nog.
Ergens.

Ik ren naar de gootsteen om mijn handen te verkoelen met water en ik ga eens na wat er precies is gebeurd.
Wat is er eigenlijk gebeurd?
Hoe kan een voorwerp eerst koud maar daarna gloeiendheet aanvoelen?
Hoe kan een voorwerp zoveel bij je losmaken?
Het zou niet goed zijn afgelopen als ik het voorwerp nog langer zou hebben vastgehouden.
Maar ik weet nog steeds niet wat de naam van het voorwerp is.

Na het koelen van mijn handen loop ik terug naar de deeltjes op de grond.
Ik wil een klein puntig stukje van de grond pakken.
Het voelt koud.
Maar nog kouder dan het eerst was.
Geschrokken trek ik me terug.
Ik moet mijn nieuwsgierigheid bedwingen en de stukken opruimen.
Maar diep vanbinnen weet ik dat ik dat niet moet doen.
Ik besluit om één klein brokstuk te bewaren en de rest in mijn achtertuin te strooien.

Na een lange tijd ligt het nog steeds op mijn vensterbank.
Het glinstert in de zon.
Alsof het blij is dat de zon er is.
Het straalt en als de zon er op een bepaalde manier op schijnt kun je kleuren zien.
Zeven kleuren.
Warme en koude kleuren.

Ik weet nog steeds niet wat het is, maar dat maakt niet uit.
Ik weet wel hoe het voor me voelt.
Hoe het eruit ziet.
Wat het voor mij betekent.
En dat is genoeg.
Want soms is het niet nodig om aan alles een naam te geven.
Soms is de betekenis genoeg.

_-_~_-_

Diep vanbinnenWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu