Waarom wilde het vergeet-mij-nietje net zo zijn als de rode rozen?
Waarom wilde ze zo groot zijn? Zo opvallend en beroemd?
Waarom liet ze zich van de wijs brengen?
Waarom liet ze de gedachten toe?
Ze wilde net zo zijn als de rode roos, geliefd en mooi.
Ze was jaloers op de smeerwortel, op haar helpende hand.
Ze keek op naar de zonnebloem die straalde als de zon, zo groot en fier.
Naar de blauwe viooltjes, die hun liedjes zongen. Ze vertelden verhalen, die haar nooit zouden vervelen.
Ze probeerde ze te verbloemen, al deze gedachten, maar ze kwamen steeds weer terug.
Het zorgde in eerste instantie voor motivatie. Ze wilde meer haar best gaan doen. Ze wilde laten zien waar ze zo goed in was. Ze wilde doen wat ze het liefste deed.
Later keerden de gedachten zich tegen haar. Ze voelde zich steeds kleiner worden, terwijl de andere bloemen leken te groeien. De zonnebloem torende hoog boven haar uit. Het kleine bloemetje keek vol bewondering naar haar. Ze bleef maar elke dag naar de andere bloemen kijken, hoe ze hun ene prestatie naar de andere behaalden. Ze was zo veel met de anderen bezig, dat ze zichzelf vergat.
Elke dag keek ze naar de andere bloemen. Ze keek naar de edelweiss, hoe ze kon helpen te genezen, net zoals de smeerwortel dat kon. Deze twee vertelden verhalen over hoop, maar ook over de angst die bij je los kon worden gemaakt bij het zien van hen. Niet iedereen vertrouwde op hun genezende kracht, maar ze lieten zich niet kisten. Ze inspireerden haar te helpen waar ze kon, om woorden vol liefde te verspreiden. Het was moeilijk, ze was maar klein vergeleken met de anderen. Toch bleef ze doorgaan.
Toen de lente kwam, kwamen bijen af en aan voor de nectar en stuifmeelkorrels, om een gezellig praatje te maken. Geen één bij kwam naar het vergeet-me-nietje, allemaal waren ze te vinden bij de bloemen voor wie ze zo veel ontzag had.
Ze werd er verdrietig van, dat geen enkele bij haar een bezoekje bracht. Ze was te klein, geen enkele bij had oog voor haar. Ze verdronk in zelfmedelijden.
Natuurlijk bleven de bijen bij haar uit de buurt. Ze was niet zo speciaal als de zonnebloem, die niet alleen straalde in het zonlicht, maar ook de mensen kon voorzien van pitten en olie. Ze was niet zo muzikaal als de viooltjes, die altijd verder droomden en ook nog eens zo'n heerlijke geur hadden. Ze was niet zo behulpzaam als de smeerwortel en de edelweiss, zo sociaal en uitbundig, zo aardig en dapper. Ze kon nooit zo zijn als deze prachtige bloemen, met hun bijzondere talenten. Zij was maar een nietig bloemetje dat veel te veel haar best deed om gezien te worden. Ze wilde er zo graag bij horen, maar telkens als ze een stapje gemaakt leek te hebben, stortte het kaartenhuis weer in elkaar. Het stortte in elkaar, om weer helemaal opnieuw te beginnen.
Ze was echter niet alleen, besefte ze dat dan niet?
Iedere avond, wanneer het donker werd, was er een lichtje aan de hemel. Het lichtje praatte tegen haar, ook al was ze kleiner en ook al voelde ze zich minder dan alle andere bloemen.
Ze luisterde maar met een half oor naar wat het lichtje te vertellen had. Ze luisterde immers naar het gelach en vrolijke gefluister van de zonnebloem, terwijl de viooltjes een lief melodietje zongen. De roos vertelde een verhaal over onbeantwoorde liefde, waardoor het vergeet-me-nietje treurig naar beneden keek.
Elke nacht kwam het lichtje weer terug, hij had altijd een leuk of spannend verhaaltje te vertellen. Deze onoplettendheid was het lichtje niet ontgaan, maar het schrikte hem niet af. Elke nacht vertelde het lichtje over hoe hij de wereld ervoer. Hij vertelde over de wonderen van de wereld, hoe prachtig hij alles vond. Hij vond het prachtig hoe de bloemen straalden in het zonlicht, hoe ze elke dag weer genoten van de wereld om hen heen. Hij voelde zich er goed door, hen zo blij te zien. Zo kon hij met een glimlach weer vertrekken, om de volgende nacht terug te komen.
Hij vertelde dat hij zich soms eenzaam voelde, maar dat het vergeet-met-nietje hem liet zien dat hij niet alleen was.
Terwijl het kleine blauwe bloemetje druk bezig was met opkijken naar anderen, bleef het lichtje komen. Totdat het er op een dag niet meer was. In eerste instantie merkte ze het niet, maar opeens voelde het alsof er iets miste.
Ze keek niet meer naar anderen, maar ze richtte zich op zichzelf. De liedjes van de viooltjes konden haar niet meer opvrolijken, het gelach van de zonnebloem deed haar niet meer opkijken. Het verhaal van de roos deed er niet meer toe voor haar. Ze besefte dat ze de praatjes van het lichtje miste. Hoe klein die momenten ook leken in vergelijking met de vele momenten op één dag, diep van binnen betekende deze veel voor haar.
Ze besloot om op zoek te gaan naar het lichtje.
Elke avond was het gekomen, maar ze had niet eens naar een naam gevraagd, ze had nauwelijks iets tegen hem gezegd. Heel af en toe gaf ze antwoord op de vragen die hij stelde, maar ze moest bekennen dat ze niet goed geluisterd had.
Ze begon zich schuldig te voelen. Had ze zich maar op het lichtje gefocust dat haar zag, zoals geen één bloem ooit had gedaan. Het lichtje was een vriend geweest, maar ze had hem laten zitten. Ze had het, dat wat ze wenste. Een vriend, iemand naar wie ze dolgraag keek, maar ze was te druk bezig met onbereikbare dingen. Hij was er al die tijd voor haar, terwijl zij hem niet opmerkte. Hij bleef, terwijl anderen niet eens naar haar keken. Hij bezorgde haar een goed gevoel en nu was hij verdwenen in de donkere nacht. Nu voelde ze zich pas eenzaam en nog een slechte vriend ook. Ze had op zijn minst kunnen doen alsof ze naar hem luisterde. Hij verdiende het om iemand te hebben die naar hem luisterde, zoals zij wenste dat iemand naar haar zou luisteren.
Ze hadden samen alleen kunnen zijn, maar ze had haar aandacht ergens anders op gevestigd. Ze voelde zich zo stom, zo beschaamd. Ze durfde niet meer omhoog te kijken. Toch bleef ze hoop houden dat hij terug zou komen, dat ze kon zeggen dat het haar speet. Ze wachtte en wachtte, maar hij kwam niet terug. Hij kon niet voor eeuwig wegblijven. Of toch wel? Was hij boos op haar? Had hij eindelijk gezien dat ze zijn vriendschap niet waard was?
Waarom liet ze zich afleiden door het onbereikbare?
Waarom was ze zo egoïstisch?
Waarom was het nooit genoeg?
Waarom wilde ze dan toch dat hij terug zou komen?
Ze wilde het opnieuw proberen. Ze had haar lesje geleerd en wilde het nu goed doen. Ze besefte hoeveel ze had gehad en hoeveel ze nu had verloren. Ze wenste dat hij terug zou komen. Ze wachtte en wachtte maar, de dagen vlogen voorbij. Ze bleef geduldig wachten, maar hij kwam niet terug.
Dingen wensen, naar dingen verlangen, is goed, als je ook blijft kijken naar wat je hebt. Kijk eens om je heen. Wat zie je allemaal? Kijk eens goed, kijk naar die kleine momenten die zoveel betekenis kunnen hebben. Wacht, niet zo ver! Doe eens een paar stappen terug. Zoek eens dichtbij, ga niet te ver. Blijf dichtbij en wens van daaruit verder, laat het jouw verlengpunt zijn.
_-_~_-_
JE LEEST
Diep vanbinnen
Random"It's the little things in life". Diep van Binnen is een bundel met korte verhalen en gedichten over van alles en nog wat. Inspiratie komt van onder andere de natuur, zelfs schoolvakken als aardrijkskunde, van schrijfopdrachten, series en muziek. ...
