Hoofdstuk 26

71 6 0
                                    

Aangekomen bij de noordergrens zie ik dat Vigo aan het vechten is met zeven demonen. Ze vliegen af en toe op hem af en proberen de aanvallen van Vigo te ontwijken. Vigo gebruikt nu de gaven die hij heeft door de bloedband. Yvar en Kian rennen meteen naar hem toe en gaan hem helpen. Ik wil ook naar ze toe rennen, maar voor ik ook maar iets kan doen wordt er een paar armen om mijn middel geslagen. Verbaasd kijk ik achter me, aangezien niemand anders dan Yvar me zo vast neemt. Ik zie het gezicht van mijn broers mate, Adara. Verbaasd kijk ik haar aan. Pas als mijn voeten de grond niet meer voelen merk ik de enorme, zwarte vleugels op haar rug op. Mijn ogen worden groot. Adara is een demoon dringt er tot me door. Daarom wist Zion dat ze ons gingen aanvallen.

'Adara?!', schreeuw ik terwijl ik me probeer los te maken.

'Ik breng je in veiligheid, naar Zion', zegt ze, ze negeert mijn protest en houdt me stevig vast. Ze vliegt heel snel en ik besluit mijn protest te stoppen en Yvar gerust te stellen. Ik voel zijn paniek door me heen gaan. Ik stuur hem geruststellende gevoelens. Ik voel dat hij langzaam ook wat kalmeert. Ik voel dat hij zich weer op iets anders concentreert, wat mij geruststelt. Hij is weer met zijn volle aandacht bij het gevecht. Na een paar minuten hoog over de bossen te vliegen voel ik dat we langzaam weer dalen. Als we met volle snelheid dicht bij de grond komen hou ik me wat steviger vast aan Adara. Ze stopt net op tijd en zet me rustig op de grond. Ik wil meteen weg rennen, maar ik word tegengehouden door een paar sterke armen die me vast nemen. Nu zie ik dat Zion me vast heeft. Hij heft me op en neemt me mee naar een houten hutje. Hij zet me op een stoel en maakt snel mijn polsen vast aan de stoel zodat ik niet weg kan. Zion kijkt naar Adara.

'Wees voorzichtig, alsjeblieft', Zion kust haar nog eens en ze vertrekt weer.

'Zion! Ik moet bij mijn mate zijn nu!', schreeuw ik naar hem.

'Jij moet vooral veilig zijn, dat is het belangrijkste'

'Waarom heb je me niets vertelt? Je bloedeigen mate gaat die van mij proberen vermoorden!', schreeuw ik woedend naar hem.

'Ze moet wel, ze wordt onder druk gezet door de rest van de groep', legt hij uit.

'En dat is geen excuus, Zion. Je weet dat we haar kunnen beschermen. Als Yvar sterft, pleeg ik zelfmoord, dat weet je toch?', Zion schudt meteen zijn hoofd.

'Dat doe je niet. Ik hou je tegen', het is stil. Ik denk na, hoe zou het bij Yvar gaan? Ik heb nog geen pijn gevoeld, dus ik denk niet dat hij al erg gewond is. Hij stuurt ook geen bewuste gevoelens meer naar mij, dus ik ga er van uit dat er niets aan de hand is. Terwijl ik nadenk zie ik dat Zion zenuwachtig met zijn been zit te wippen. Hij is alles behalve rustig.

'Zion, je moet me los maken', zeg ik hem, hij kijkt me even aan.

'Waarom zou ik dat doen?'

'Het is gestoord dat je je eigen zusje vast bindt', hij denkt even na.

'Als je me het vergeeft, hierna', zegt hij, ik knik.

'Als je me nu los maakt, zal ik het je vergeven', hij komt naar me toe en maakt mijn polsen los. Ik sta meteen op en wil het hutje uit rennen als ik hem hoor schreeuwen. Ik kijk om en zie Zion naar zijn hart grijpen. Hij duizelt wat en valt achteruit op de grond.

'Zion, wat is er aan de hand?', vraag ik bezorgd terwijl ik weer naar hem toe ren. Hij antwoord niet maar schreeuwt nog eens van de pijn. Ik probeer te communiceren met Yvar, maar ik kan niet achterhalen wat er gebeurd is. Hij heeft niets speciaal opgemerkt.

'Adara', mompelt Zion zacht, hij legt zijn hand weer op zijn hart.

'Wat is er met haar?', vraag ik hem.

'Ze is vermoord', mompelt hij. Een traan rolt over zijn wang.

'Ze is dood', mompelt hij nog eens. Ik veeg de traan van zijn wang en neem hem in een knuffel. Ondanks dit alles hou ik nog hem en ik wil me niet voorstellen hoe verschrikkelijk het is om je mate te verliezen. Ik help hem rechtop te gaan zitten. Het is een hele tijd stil.

'Zion, je moet me vertellen waar we zijn. Ik moet echt terug. Ik wil mijn mate ook niet verliezen', zeg ik hem. Hij zucht en knikt.

'Ik ga met je mee, ik wil niet dat je iets overkomt', zegt hij. Hij probeert op te staan, maar ik zie dat het hem pijn doet. Ik help hem. We gaan naar buiten terwijl hij steeds beter kan lopen. Hij wijst de weg in het bos. Het is een hele tijd stil, terwijl tranen over mijn broers wangen glijden.

'Het spijt me heel erg', begint hij een gesprek.

'Wat?', vraag ik verward.

'Het spijt me heel erg dat ik je heb laten weghalen bij je mate. Ik begrijp nu hoe dat is. Ik begrijp dat je hem wilde helpen, maar ik wil niet dat je iets overkomt. Je bent mijn zusje. Jij, mam en Adara zijn de belangrijkste vrouwen in mijn leven. Ik zou je echt niet kunnen missen', verduidelijkt hij. Hij kijkt met spijt in zijn ogen naar de grond.

'Ik begrijp het, Zion', zeg ik. Hoopvol kijkt hij op.

'Echt?', vraagt hij verbaasd. Ik knik.

'Maar dat betekent niet dat het goed was wat je deed. Je hebt nu je mate verloren, dus ik zal niet kwaad op je zijn, maar dit is nog niet helemaal vergeven', hij knikt en weer rolt er een traan over zijn wang.

'Hoe ver zijn we van mijn roedel?', vraag ik.

'Ongeveer een uurtje wandelen. We zijn al ongeveer een kwartier ver', een doodse stilte volgt. Alleen onze voetstappen verbreken de stilte van het bos. Opeens voel ik opluchting door me heen gaan. Ik heb nog nooit zo'n sterke opluchting gevoeld en hij is niet eens van mij afkomstig. Ik denk dat het gevecht gedaan is en dat ze gewonnen hebben.

'Het gevecht is eindelijk gedaan. Ik loop geen gevaar meer nu, laten we rennen', zeg ik. Zion twijfelt even maar knikt dan. Hij verandert in zijn wolf en ik volg zijn voorbeeld. Samen rennen we terug naar mijn roedel.

***

Yvar rent naar me toe en neemt me meteen in zijn armen.

'Gelukkig is je niets overkomen', fluistert hij in mijn oor. Ik laat hem wat los en controleer hem op verwondingen. Hij heeft vele schrammen en sneden, maar er is inderdaad niets dat niet geneest. Opgelucht haal ik adem en kus zijn lippen. Als Yvar me los laat begint hij te grommen en duwt hij me achter zich. Ik zie Zion staan, hij kijkt naar een lichaam dat wat verder op de grond ligt. Dat van Adara. Tranen lopen nu aan een snel tempo over zijn wangen, maar hij beweegt niet naar haar toe.

'Ga maar', zeg ik tegen hem. Aangezien ik een Luna ben luistert hij naar me. Meteen komt hij in beweging en rent naar haar toe. Yvar gromt hem nog eens vijandig na. Ik draai me naar hem toe.

'Hij is zijn mate vandaag verloren. We laten hem voor nu met rust'

Their BondWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu