We zitten nog steeds rustig te praten als ik een gil hoor. Het is afkomstig van buiten. Mijn moeder en broer hebben het duidelijk ook gehoord. We kijken elkaar op exact hetzelfde moment aan. We staan op en Zion gebaart ons hier te blijven hijzelf loopt de deur uit. Mam en ik blijven vol spanning wachten tot hij terug komt. De deur heeft hij zorgvuldig achter zich gesloten, dus wij kunnen niets zien. Ik wilde net beginnen met ijsberen als de deur terug open gaat en mijn broer met een bezorgde blik binnen komt. Ik voel de angst om mijn hart slaan. Achter hem is er chaos, mensen schreeuwen naar elkaar en rennen heen en weer met hun kinderen.
'Ga naar de schuilkelders. We worden aangevallen door Black Moon', vertelt hij. Zelfs nu hij twee jaar weg is uit de roedel zegt hij nog steeds "we".
'Waar is je vader?', vraagt mam bezorgd waarna Zion zijn gezicht vertrekt.
'Hij is gewond en naar de ziekenzaal gebracht. Ga er alsjeblieft niet naartoe, mam, ik wil niet het risico lopen je te verliezen. De wolven zijn net buiten het dorp, in de buurt van de ziekenboeg', zegt hij waarna hij een zenuwachtige blik achter zich werpt. Mam zegt niets en duwt hem aan de kant. Ze heeft nog nooit een vorm van geweld tegen ons gebruikt, ze heeft ons nog nooit geduwd. Mam lijkt zelf ook even verbaasd, maar rent dan langs hem heen richting de ziekenzaal. Ik wil achter haar aan rennen, maar Zion houdt me tegen.
'Ga naar de schuilkelders. Alsjeblieft, Kayla. Ik wil je niet kwijt', zegt hij. Ik kijk hem even aan.
'Maar, ...', mompel ik zacht. Zion neemt mijn schouders vast.
'Kayla, voor deze ene keer wil ik dat je naar me luistert. Ik wil dat je naar de schuilkelders gaat en daar blijft tot ik je kom halen', zegt hij.
'Wie zegt dat je me kunt komen halen?', vraag ik zacht. Hij neemt me in zijn armen.
'Ik beloof het je, ik kom terug. Als jij belooft naar de schuilkelders te gaan', zegt hij. Ik knik.
'Zal ik doen', hij draait zich terug om en loopt de straten op. Ik begin richting de schuilkelders te rennen, maar ik stop als ik een overheerlijke geur ruik. Ik ga stil staan in het midden van de weg waardoor meerdere mensen tegen me oplopen. Ze schelden naar me en rennen dan snel door. Ik draai mijn hoofd en twijfel even wat ik moet doen. Moet ik verder rennen naar de schuilkelders, zoals ik mijn broer beloofd had, of moet ik op zoek gaan naar de bron van de geur?
'Kayla! Kom mee!', hoor ik een vrouwenstem naar me schreeuwen. Ik kijk om en zie de beste vriendin van mijn moeder staan. Ze heeft haar dochtertje van drie aan de hand en kijkt me dringend aan. Ik wend mijn blik weer van haar af en kijk even rond. Nog steeds is er veel paniek en rennen mijn roedelgenoten rond. Ik richt mijn blik weer op de vrouw en schud mijn hoofd.
'Ga naar de schuilkelders!', schreeuw ik naar haar waarna ik mijn originele weg volg. Ik ga naar het gevecht toe, in de plaats van naar de schuilkelders.
'Kayla! Wacht!', schreeuwt de vrouw me nog na. Ik stop nog één keer en kijk haar aan.
'Het is Black Moon. Je kunt ze niet verslaan, niet alleen', zegt ze, ik knik. Dat weet ik wel. Ik heb vele verhalen gehoord over Black Moon. Ze zouden de sterkste roedel zijn die bestaat. De wolven én wolvinnen worden er getraind en ze zijn met een heel groot aantal. Er gaan ook vele verhalen over de Alpha, Bèta en Gamma. Ze zouden nog sterker dan gewone Alpha's, Bèta's en Gamma's zijn en heel angstaanjagend. Er is iets met hun waarvan niemand weet wat het is. Geen van hun heeft een mate, dus er is niets dat hun tegenhoudt om andere roedels zonder genade aan te vallen en er hun eigen grondgebied van te maken.
'Dat weet ik', zeg ik tegen de vrouw waarna ik begin te rennen. Velen schreeuwen naar me dat ik naar de schuilkelders moet rennen. Ik volg echter de geur waarvan mijn wolf gek wordt in mijn hoofd. Mijn mate is in de buurt en ze weet niet hoe ze zich moet gedragen. Ik loop het slagveld op en zie verschillende wolven vechten. Ik zie mijn broer vechten met een andere donkere wolf en hij wordt hard gebeten in zijn poot. Zion gromt hard en vecht terug. Even later bijt hij in de stevige nek van de andere wolf. Die begint hevig te bloeden en zakt door zijn poten op de grond.
'Kayla! Wat doe jij hier?!', schreeuwt een vriend van mijn vader die in gevecht is met een andere weerwolf. Hij ontwijkt snel een aanval.
'Let niet op mij!', schreeuw ik hem toe voor ik verder ren. Ik volg de geur die steeds sterker en sterker wordt. Ik hoor mijn broer schreeuwen.
'Kayla! Verdomme! Ga naar binnen!', schreeuwt hij me toe. Ik negeer zijn stem en concentreer me zodat mijn wolf het niet kan overnemen. Ze vecht hard om de controle, zij wilt niet treuzelen met iedereen gerust te stellen. Ze wilt zo snel mogelijk naar haar mate. Snel dwing ik haar terug naar de achtergrond, maar ik sluit haar niet af. Als ik haar afsluit, ruik ik de heerlijke geur niet meer en lukt het me dus ook niet meer om mijn mate te vinden. Ik ren nu nog sneller over het slagveld, terwijl rondom me nog steeds de chaos overheerst. Ik hoor mijn Alpha schreeuwen naar zijn mannen dat ze terug moeten trekken, maar ik reageer niet. Ik volg de geur tot ik in de verte drie jongens zie staan. Ze staan met elkaar te praten en kijken af en toe naar het gevecht.
Mate
Ik staar naar de jongens. Eén van hen kijkt op en kijkt me recht in mijn ogen aan. Een seconde later klinkt er een oorverdovende grom over het slagveld waardoor alle andere wolven stil worden en stoppen met vechten.
Mine!

JE LEEST
Their Bond
WerewolfNog nooit had ik zo'n goede band tussen vrienden gezien. Het maakte me bijna jaloers, hij is tenslotte mijn mate, tot ik hun verhaal leerde kennen. Stukje uit het boek: 'Ik ben zo blij dat we je gevonden hebben!', zegt één van de twee. Hij stapt beh...