Het leek wel alsof mijn hersenen ieder moment uit mijn hoofd konden floepen toen ik alleen in deze donkere ruimte stond. Ik zag geen steek voor ogen en hoewel de donkerte in het verleden vaak een geruststellend effect op me had – dan had ik voor even het gevoel dat ik niet bestond en dat ik door niemand bekeken kon worden – hoopte ik nu dat het zo snel mogelijk terug licht werd.
Dat duurde langer dan ik gehoopt had. Ondertussen voelde ik mijn hart bonzen in mijn keel, die overigens kurkdroog was en net dichtgeknepen leek. Vooraf had ik gedacht ik er na twee testen inmiddels wel wat geruster op geworden zou zijn, maar eerder het omgekeerde bleek waar: hoe meer testen ik deed, des te nerveuzer ik werd. Ik wist intussen namelijk tot welke wreedheden de leiders van dit kamp in staat waren.
Toen werd het zwart in de ruimte minder zwart en kon ik stilaan enkele vage contouren waarnemen. Plots scheen er een fel witte spot op mij, zo fel dat ik onwillekeurig mijn ogen dichtkneep om me tegen het licht te beschermen. Ineens was ik me weer erg bewust van mijn aanwezigheid; gedaan met verstoppertje spelen in het donker.
Daarna scheen ook een andere spot, al even fel, recht op een plek voor mij. Vage vormen maakten zich kenbaar. Het duurde een tijdje voor ik begreep was het was: grijze, metershoge blokken stonden naast elkaar opgesteld en vormden iets wat op het eerste gezicht leek op een beschermd fort. Aangezien de schijnwerpers zo nadrukkelijk op de ingang schenen, ging ik ervan uit dat men wilde dat ik er doorliep.
Net op dat moment begon een stem te spreken.
Goedenavond, beste Tribunus Lunae. Weldra zal je aan je intelligentietest beginnen. Voor jou bevindt zich een reusachtig gangenstelsel; aan jou om je weg naar buiten terug te vinden. Hiervoor zal je beroep moeten doen op je verstand. Laat die grijze hersencelletjes maar werken en toon de sterkte van de menselijke intelligentie. Nog een laatste tip: wees steeds alert en kijk om je heen, want soms staat het antwoord vlak voor je neus. Veel succes.
De nasale vrouwenstem stierf langzaam uit – godzijdank – en liet me wederom alleen achter. Er was geen ontkomen meer aan. Er was een labyrint en ik moest eruit zien te geraken. Als kind vond ik dat altijd een pretje. Dan sleurde ik mijn ouders achter me aan en deed ik alsof ik een ingenieus plan had om eruit te geraken, hoewel ik meestal maar wat doorliep en op goed geluk een uitgang vond na meer dan twee uur.
Ik betwijfelde of het nu ook een pretje zou worden.
Nadat ik een diepe zucht had geslaakt – sinds mijn aankomst waren mijn zuchten niet meer op twee handen te tellen – zette ik enkele stappen vooruit richting de ingang van het doolhof. Toen pas bemerkte ik dat de grijze blokken niet allemaal even groot waren; ze vormden een asymmetrisch geheel van muren. Even raakte ik met mijn hand de stenen aan, gewoon uit nieuwsgierigheid naar het materiaal. Het was glad en ruw tegelijk; ik gokte op arduin, al was ik totaal geen expert in gesteentes. Ach, wat konden stenen me ook interesseren?
Ik moest me focussen.
Ik blies mijn adem langzaam uit en hoopte dat er wat zuurstof richting mijn hersenen ging. Ik was nog steeds doodop. Hoe kon ik me hier nu in hemelsnaam concentreren? Ik was al niet bepaald een bijzonder genie, maar als het een goede dag was, kon ik me misschien wel overtreffen. Je hersenen zijn tot veel in staat als het echt moet.
Uiteindelijk stapte ik maar door. Misschien moest ik gewoon vergeten dat dit een levensbepalende test was en doen alsof ik weer kleine, zesjarige Femke was met haar beide ouders achter haar aan sjokkend. Dit was gewoon een spelletje. Niet meer dan dat.
Deze keer hadden ze me niet in een pak vol sensoren gehesen. Het was weliswaar een nauwaansluitend pak in een grijze, synthetische stof en op de een of andere manier voelde ik me er naakt in. Bovendien jeukte het vreselijk. Comfort bleek hier toch niet echt een van de prioriteiten te zijn.
JE LEEST
Maanvlucht
Fiksi IlmiahIn het jaar 2090 is de mensheid de wanhoop nabij; ontelbare aardbevingen, verwoestende stormen en ondraaglijke hittegolven hadden al het leven van ettelijke miljarden levende wezens genomen en de menselijke populatie blijft slinken samen met de hoop...
