Ik werd wakker met een oorverdovend geschreeuw. Buiten was de hemel nog inktzwart en de volle maan werd vergezeld door een dozijn twinkelende sterren. Het kon beslist niet later geweest zijn dan drie uur.
Het geschreeuw stopte niet, werd zelfs alleen maar luider. Het was een schel geluid, dat door merg en been ging. Af en toe zwakte het een beetje af, waarna het terug kwam in hoge pieken die weliswaar in de stilte van de nacht nog snijdender waren dan anders. Even dacht ik dat het van buiten kwam, maar de bron van het geluid bevond zich veel dichterbij; het kwam uit onze kamer.
Ik stak mijn hoofd uit boven het muurtje naast mijn bed. Ik zag dat Francesca in het bed naast mij hetzelfde deed. We wisselden enkele blikken, hoewel we elkaars gezicht niet goed konden ontwaren door de duisternis. Dat hoefde eigenlijk niet. We dachten namelijk allebei hetzelfde.
De vloer voelde koud aan onder mijn voeten toen ik langzaam uit mijn bed stapte. Mijn hoofd klopte en mijn keel voelde zanderig droog aan, maar het helse gekrijs had me het gevoel gegeven klaarwakker te zijn. Voor een keer was ik wel als een blok in slaap gevallen. Ik kon me zelfs nauwelijks herinneren dat ik die avond mijn bed was ingestapt, laat staan of ik mijn tanden wel gepoetst had en of ik mijn pyjama wel had aangedaan – dat laatste bleek trouwens gelukkig wel het geval te zijn.
'Wat doe je?' fluisterde Francesca.
Ik legde mijn vinger op mijn mond en trippelde op kousenvoeten verder door de ruimte. Ik kon echter niet verhinderen dat mijn knie onderweg een krakkend geluid maakte. 'Ik wil kijken wat er aan de hand is.'
Terwijl het gekerm bleef doorgaan en steeds meer de allures van een horrorverhaal kreeg, zag ik dat ook de jongens reeds opgestaan waren. Hun bedden waren leeg. Ook Francesca was me intussen op haar blote voeten door de kamer gevolgd, even nieuwsgierig naar de schepper van het geluid dat ieder van ons had doen opschrikken in het holst van de nacht.
De jongens stonden er al: Elias, Masani en Huan stonden aan het bed van Rachel.
Het meisje lag daar, woelend tussen de lakens en met slierten haar die over haar zweterige voorhoofd walsten. Ze bleef ijzingwekkende kreten slaken, brabbelde hier en daar een woord, gilde in haar slaap. Het was een beangstigend en tegelijkertijd fascinerend zicht. De vorige nachten had ik Rachel al wel eens wat horen fluisterschreeuwen tijdens deze uren van de nacht, maar dat was niets vergeleken met het akelige kabaal dat nu uit haar keelgat kwam.
'Moeten we haar niet wakker maken?' vroeg Masani op fluistertoon.
Elias schudde zijn hoofd. 'Nee, niet doen. Dan maak je haar alleen maar nog meer van streek.'
Ik bekeek het meisje, dat daar nu als een ellendig hoopje kwetsbaarheid lag te schreeuwen voor iets dat ze meemaakte in de mysterieuze toestand van de slaap. Ineens bleef er van dat ruige karakter van haar nog maar weinig over. Als je gewekt wordt uit een nachtmerrie, ben je dan dankbaar omdat je verlost wordt uit de demonen van je slaap? Of ben je dan kwaad, omdat je zonet uit je meest persoonlijke belevenissen werd onttrokken?
'Wil je soms dat ze hier de hele nacht door blijft schreeuwen?' bitste Francesca, die in de nacht nog minder in haar element bleek te zijn dan anders. 'Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik wil graag nog een paar uurtjes slapen voor er alweer een nieuwe dag aanbreekt. Het is al zwaar genoeg zo.'
Daar kon niemand echt iets tegenin brengen. Francesca had wel gelijk. We hadden onze slaap meer dan nodig, want het zag ernaar uit dat we hier nog voor minstens vier dagen vastzaten. Vier lange dagen. De moed zonk alweer in mijn schoenen bij die gedachte. De nacht was het enige moment van de dag waarop je kon ontsnappen aan de hele kermis van het leven. Dan was je alleen met je gedachten, was er niemand die iets van je verwachtte en was je even vrij van alle zorgen die iedere ochtend opnieuw voor de deur stonden.

JE LEEST
Maanvlucht
Science FictionIn het jaar 2090 is de mensheid de wanhoop nabij; ontelbare aardbevingen, verwoestende stormen en ondraaglijke hittegolven hadden al het leven van ettelijke miljarden levende wezens genomen en de menselijke populatie blijft slinken samen met de hoop...