De volgende ochtend werd ik wakker onder het gestommel van mijn kamergenoten. Toen ik mijn hoofd ophief om over het muurtje naast mijn bed te kijken, merkte ik dat iedereen al op was. Meer nog: iedereen was buitengewoon bedrijvig.
Vanuit mijn wazige zicht zag ik hoe Huan een kwak scheerschuim op zijn aangezicht smeerde, waarna hij een ouderwets scheermesje in zijn hand nam om de donshaartjes op zijn kin te ontwortelen. Masani had een matje op de grond gespreid en deed een paar sit-ups, samen met nog een aantal andere oefeningen waarvan ik de naam niet kende. Mijn blik viel ook kort op Elias, maar ik wendde hem meteen weer af. De tronie van Francesca, die wat poeder op haar neus aanbracht, wilde ik al helemaal niet meer zien.
Ik begroef meteen mijn lome hoofd weer in mijn kussen; desalniettemin vroeg ik me af waarom iedereen zich zo speciaal opdoste vandaag. Voor zover ik wist was het geen bijzondere dag en stond er helemaal niets op de planning. Alle testen waren reeds afgelopen, dus het enige wat we konden doen was onze resultaten afwachten. De resultaten zouden we echter de volgende dag pas krijgen, dus voor mijn gevoel was dit gewoon een lome tussendag die we zo kwaad als mogelijk moesten proberen doorkomen. Als het van mij afhing, kwam ik de hele dag mijn bed niet uit.
Omwille van een vaag plichtsbesef ergens diep in mijn onderbuik besloot ik toch op te staan. Het kostte me echter alle moeite van de wereld, want mijn hoofd tolde alsof ik de dag voordien sloten alcohol had gedronken. Mijn lichaam was tegelijkertijd zo zwaar als een ton en zo licht als een veertje.
'Hé Femke,' zei Francesca op een toon die me niet beviel. 'Lekker geslapen?'
Hoe haalde dat wicht het in haar hoofd om zo tegen mij te praten? Ik wilde haar alle scheldwoorden toewerpen die ik ooit in mijn leven had gehoord, maar ik siste enkel iets onverstaanbaars terug. Omdat ik wist dat schelden niets zou oplossen, maar vooral omdat ik te zwak was om iets uit te spreken zonder in huilen uit te barsten. Ik wist niet eens of ik kwaad was, of gewoon verdrietig.
Zet Elias uit je hoofd.
In feite viel er hen niets te verwijten. Er is nooit iets tussen mij en Elias geweest, behalve enkele vreemde signalen van hem die ik achteraf gezien volledig verkeerd had geïnterpreteerd. Hoe kon ik zo stom zijn? Hoe kon ik ooit denken dat hij interesse in mij had?
Misschien was het beter zo. Er was hoe dan ook geen toekomst voor ons, dus misschien moest ik hier net dankbaar om zijn; nu hoefde ik het hem zelf niet meer duidelijk te maken. Toch deed het meer pijn dan ik wilde.
Nadat ik me had aangekleed en Francesca zo hard mogelijk probeerde te negeren, liep ik naar Masani toe. Terwijl ik door de kamer liep, moest ik ook het bed van Elias kruisen. Ik keek strak vooruit en liep rechtstreeks op mijn doel af, maar voelde een ongemakkelijk gevoel door mijn lichaam zinderen hoe dichter ik bij hem in de buurt kwam. Vanuit mijn ooghoek zag ik hoe hij zijn mond opende en de eerste lettergreep van mijn naam zacht uitsprak terwijl hij van zijn bed opstond, maar ik deed alsof ik hem niet gehoord of gezien had.
'Waarom is iedereen hier zo bedrijvig?' vroeg ik toen ik Masani had bereikt.
'Heb je het niet gehoord dan?'
Ik schudde mijn hoofd.
'Een of andere jongen uit dit kamp heeft een bijeenkomst geregeld waarbij iedere Tribunus aanwezig moet zijn, ' verklaarde Masani. 'Naar het schijnt is het erg belangrijk. Binnen een kwartiertje moet iedereen in zaal C zijn.'
'Die jongen, heet die toevallig Larsson?'
Masani dacht even na. 'Ja, ik geloof dat hij zo heette. Hoe weet je dat?'
'Ik heb gisteren toevallig ook al een toespraak van hem gehoord. Ik wilde het jullie nog vertellen, maar ik ...'
Masani bukte zich om zijn teennagels te knippen, wat goed uitkwam gezien hij maar met een half oor leek te luisteren en ik me bijgevolg niet nader hoefde te verklaren. Die Larsson leek het wel echt te menen, had ik de indruk. Om eerlijk te zijn had ik geen zin om naar toespraken te luisteren van een zelfverklaarde rebel, maar ik was toch benieuwd wat hij te zeggen had.
JE LEEST
Maanvlucht
Ciencia FicciónIn het jaar 2090 is de mensheid de wanhoop nabij; ontelbare aardbevingen, verwoestende stormen en ondraaglijke hittegolven hadden al het leven van ettelijke miljarden levende wezens genomen en de menselijke populatie blijft slinken samen met de hoop...
