Ik was er niet echt met mijn hoofd bij. In het halfdonker keek ik naar mijn eigen schaduw op de grond, die er als een ineengedeukt blikje frisdrank bijzat. In de gang liep er af en toe een jongen of een meisje voorbij; dan keken ze even sluiks mijn richting op en liepen vervolgens met nerveuze tred verder zonder nog een blik op mij te werpen. Niet dat ik daar behoefte aan had. Iedereen moest mij gewoon met rust laten. Het laatste wat ik wilde was een gesprek.
'Femke.'
Mijn naam werd zacht doch kordaat uitgesproken. Ik herkende de stem meteen. Met tegenzin keek ik op, terwijl ik al wist waaraan ik me kon verwachten.
'We hebben je overal gezocht.'
'Oh, zien jullie dan niet gewoon op jullie scherm waar ik ben?'
De vrouw legde ostentatief een hand op haar borst, terwijl ze met opgetrokken wenkbrauwen aankeek. 'Ik begrijp niet wat je bedoelt.'
'Laat maar.'
De vrouw bukte zich, zodat haar griezelige ogen recht in de mijne keken. Wederom voelde ik niets van menselijkheid. Ik had er absoluut geen moeite mee gehad om Larsson te geloven: er stond niet anders dan een gesofesticeerd staaltje elektronica voor mij. Aan de technologie viel toch nog wat te sleutelen, naar mijn mening. Je kon de smeerolie nog ruiken.
'Weet je hoe laat het is?' vroeg de geoliede machine.
Ik wierp een blik op mijn pols. Het was ondertussen al acht uur in de avond. De testen rond creativiteit waren inmiddels al een uurtje geleden begonnen. Ik stond geprogrammeerd om kwart voor acht.
'Je bent al een kwartier te laat, jongedame.' Het was de eerste keer dat ik dit vrouwmens zo streng hoorde praten. Ik vond het alleszins beter dan die zeemzoete stem van steeds. 'Je brengt heel de planning in de war.'
Ik haalde mijn schouders op. 'Mijn excuses.'
'Als je nog wilt deelnemen, dan moet je nu meteen met mij meekomen.'
Ik bleef onbewogen voor me uitstaren. Op dat moment had ik lak aan alles wat ze zei. Die testen konden me gestolen worden. Mijn lichaam en geest waren te zeer bezoedeld door alles wat ik die dag gezien en gehoord had. Ik zag gewoon het nut niet meer in van alles.
'Femke,' herhaalde ze.
'Laat me gerust.'
'Je mag al blij zijn dat we je nog een tweede kans geven. Voor hetzelfde geld hadden we je hier ook gewoon kunnen laten zitten en waren je kansen om naar de maan te gaan voorgoed verspeeld.'
'Wat kan het jullie nu schelen of ik naar de maan ga of niet? Alsof jullie inzitten met ons! Wij hebben al die valse façades van jullie wel door. Ik ben al die hypocrisie hier zo beu als die vuile Alimenticums die we iedere dag moeten nemen!'
Stond ik nu te schreeuwen tegen een robot? Zij waren waarschijnlijk niet de echte boosdoeners; zij deden enkel wat hen werd voorgeprogrammeerd. Ook zij waren slechts een pion in een veel groter bordspel. Ik kon alleen niet echt uitmaken wat wij dan waren. De kanskaarten?
Waarschijnlijk was de vrouwelijke machine nog niet gesofisticeerd genoeg om mij van een antwoord te voorzien, aangezien ze er nogal onwetend bij stond. Straks bracht ik haar systeem nog op hol.
Nadat ik terug op adem was gekomen, zag ik alles terug wat helderder in mijn hoofd. Ik denk dat die plotse uitbarsting me goed had gedaan. Gewoon even alle remmen los. Misschien was dat wel wat ik al de hele tijd nodig had.
'Dus ik mag melden dat je uit de race stapt?'
Die woorden brachten me toch van mijn stuk, waardoor ik even moeilijk moest slikken. Ik mocht het niet zover laten komen. Ik kon dit Mona en Nel niet aandoen; ik moest bij hen zijn als ze naar de maan zouden vertrekken. Bovendien had ik niet al die moeite gedaan om nu op het laatste nippertje alles in het water te laten vallen. Geen Elias die daaraan iets zou veranderen.
JE LEEST
Maanvlucht
Khoa học viễn tưởngIn het jaar 2090 is de mensheid de wanhoop nabij; ontelbare aardbevingen, verwoestende stormen en ondraaglijke hittegolven hadden al het leven van ettelijke miljarden levende wezens genomen en de menselijke populatie blijft slinken samen met de hoop...
