19. Lars, Katie

392 27 8
                                        

Lars : Ik druk het warme hoofd van Aya tegen me aan. Ze praat niet, beweegt niet, en ze huilt ook niet meer. Het lijkt wel of de Aya die ik ken samen met Candy weg is. Mark bladert door het schrift heen. God mag weten hoe het met Katie is. Ik voel me ongemakkelijk in de kleine hut, maar ik kan Aya niet zo achter laten. Ik kan me niet voorstellen hoe afschuwelijk ze zich nu niet voelt. Ja, ik heb ook wel slechtte dingen gedaan bij Candy, die ik mezelf nooit kan vergeven. Maar Aya heeft het gruwelijker dan mij. Ik moet er gewoon even voor haar zijn. Mark doet het schrift dicht en kijkt naar mij en Aya. Ze is in slaap gevallen. ''Mark, wat was er net gebeurt? Daarbuiten?'' vraag ik. Mark bijt peinzend op zijn lip, maar vertelt het toch. ''Ik wist haar in te halen, en probeerde haar te troosten. Ze begon opeens heel raar te doen, en probeerde me te zoenen. Ik heb me losgerukt en ben hier heen gerend'' zegt hij. Hij kijkt raar uit zijn ogen, en mijn maag voelt raar. Katie heeft Mark gezoend? Ik zucht en ga met mijn handen door mijn haar. ''Gaat het?'' vraagt Mark. ''Ja hoor, ik ben gewoon... sprakeloos, laten we dat maar zeggen'' zeg ik, met een nep glimlach op mijn gezicht. Mark knikt, en glimlacht flauw naar me. Me maag begint steeds vreemder aan te voelen, en ik word plotseling misselijk. Zo voorzichtig mogelijk duw ik Aya van me af, en kruip ik naar buiten. ''Wat ga je doen?"' vraagt Mark. ''Frisse neus halen'' zeg ik zacht, maar hard genoeg voor hem om het te horen. Ik loop een stukje het bos in, terwijl mijn maag nu te keer gaat.

Ja, om nachtmerries te voorkomen zeg ik maar : Hij gaat lopen spugen in het bos..... graag gedaan.

Katie : Mijn hoofd doet pijn, en ik kan mijn hart voelen bonken. ''Idioot'' sis ik tegen mezelf. Woedend ben ik, op mezelf, op alles. Ik loop mijn huis in, gelijk door naar mijn kamer. De muren zijn appel groen, en op de grond ligt een zacht tapijt. Mijn bed is van hout gemaakt, met zachte dekens. Ik zak er op neer, en duw mijn gezicht in mijn kussen. Ik voel de tranen weer branden. Die nare tranen... ze rollen over mijn wangen, maken mijn kussen doorweekt. Ik probeer het snikken in te houden, zodat mijn moeder niet komt. Ik praat niet met ze, en helemaal niet over mijn problemen. Van woede sla ik met mijn vuist hard op mijn bed. Ik voel de drang om te gillen, te schreeuwen dat Sletje terug moet komen. Kijk waar we nu doorheen moeten, door haar!? Ik kijk op van mijn kussen, naar mijn raam. Ik haat mezelf.

Candy, dat ene meisje.Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu