Hoofdstuk 9

5.7K 533 99
                                        

[a/n Voor de Directioners onder ons: FOUR is geweldig en Louis' solo in No Control is life. Wat vinden jullie er van? Xx ]

Na een aantal minuten sta ik op en veeg ik mijn tranen weg. Nog steeds rijden er auto's non-stop langs me heen, en stopt er niemand. Niet dat ik dat erg vind, want ik heb geen behoefte aan mensen
die stoppen. Je weet maar nooit of die ene aardig uitziende man die aan de overkant van de straat zit eigenlijk een huurmoordenaar is. Dus nee dank je, voor mij geen stoppende auto's.
Ik vis mijn mobiel uit mijn jaszak en kijk of ik berichten heb. Die heb ik niet. Ik wil mijn mobiel weer in mijn zak proppen, als mijn ringtone afgaat. "Cato <3" staat er. Ik druk op opnemen en hou de telefoon bij mijn oor. "Hallo?" zeg ik met een schorre stem.
"Hey, Luna, met Cato. Ik wilde vragen waarom je belde maar ik denk dat ik het al weet." Bij het horen van Cato's stem word ik al iets rustiger.
"Kan ik misschien langskomen?" vraag ik zachtjes.
"Natuurlijk, zal ik je komen ophalen? Je klinkt niet helemaal gezond, heb je wel een jas aan?"
"Als je zou kunnen komen zou ik dat super fijn vinden." Zei ik. "En ja, ik heb een jas aan. Alleen de stoep is ijskoud."
"De stoep? Meis, waar zit jij?" ik hoor een deur dichtgaan, wat betekent dat Cato buiten staat. Het feit dat Cato er over een paar minuten is, maakt me bijna weer aan het huilen. Ik bof zo met zulke lieve vriendinnen.
"B-bij het park." Zeg ik.
"Oh god, lieverd, bij de weg? Wat is er in vredesnaam gebeurd dat je daar bent gekomen?"
"Mijn ouders en Rosa en gewoon alles."
"Ach meis. Als we bij mij thuis zijn maak ik een lekker kopje thee, en dan gaan we er over praten, 'ké? Ik ben er bijna. Waar ben je precies?"
Ik kijk om me heen. "Tegenover me zit het Kruidvat en het oude postkantoor."
"Oké. Ik moet nu ophangen, want anders word ik aangereden omdat ik bel en fiets tegelijk, 'ké?"
Ik sniffel even. "Oké."
"Nou, ik ben er in een minuutje, tot zo lieverd."
"Tot zo." Zeg ik schor. Ik druk op het rode knopje en stop mijn mobiel weg. Ik sla mijn armen om mezelf heen, in een poging om het wat warmer te krijgen. Kippenvel komt opzetten, en al gauw zit ik helemaal te bibberen. Telkens als mijn mobiel af gaat zijn het mijn ouders, dus na een tijdje zet ik het af. Want hallo, eerst gaan ze zeggen dat ik net zo perfect moet zijn als Rosa, en dan gaan ze me lopen stalken? Dacht het niet. Daar trap ik dus echt niet in hoor. En dan zal je zien, dan kom ik naar huis en dan krijg ik de wind van voren. Dus beter blijf ik een tijdje weg, dan kunnen ze beseffen wat ze hebben gezegd.
Ik kijk naar links en zie de twee jongens van daarnet weer. Ik scan ze met zijn ogen. Het is dat ze niet op elkaar lijken, anders had ik gedacht dat ze broers waren. De jongen met het blonde haar zorgt dat zijn blinde vriend niets overkomt. Een kleine glimlach komt op mijn lippen. De wereld is nog niet zo slecht als je denkt, afgezien van het feit dat mensen nog steeds hun medemens vermoorden, in een recordtijd alle regenwouden neerhalen en dieren tot uitsterven brengen. Ja, dat is slecht, en ja natuurlijk is de mensheid eigenlijk super slecht. Maar deze kleine dingetjes maken het leven zo veel mooier. Ik wens dat er meer mensen zijn die net zo veel om iemand geven als die twee jongens daar.
Ik schud de depressieve gedachte uit mijn hoofd en kijk om me heen, om te kijken of ik Cato ergens spot. Ze komt net de hoek om fietsen. Met piepende remmen staat ze voor me stil. Haar wangen zijn rood van de koude wind, en haar ogen glimmen bezorgd. "Hey, Luun. Gaat alles goed?" ze kijkt me bezorgd aan, terwijl ze het standaard van haar zwarte oma-fiets naar beneden klapt. Ze knielt naast me neer en veegt wat haar van mijn voorhoofd. Ik knik en probeer de brok in mijn keel weg te slikken.
"Ach meis.." mompelt Cato terwijl ze me overeind trekt en me in haar armen sluit.
Ik begin te huilen. "Het is gewoon zo kut, m-mijn ouders d-d-doen alsof R-R-Rosa perfect is e-e-en ik kan er g-gewoon niet meer tegen!"
"Dat snap ik, meis, dat snap ik." Cato houdt me iets van haar af en veegt mijn tranen weg met haar duim. "Kom, we gaan even naar mijn huis, daar is het lekker warm. Wil je achterop?" ze gebaart naar haar fiets.
Ik knik terwijl ik de steeds opkomende tranen weg veeg. Cato stapt op haar fiets, en ik spring achterop. "Hopelijk werkt het verkeer mee." Moppert Cato. "De laatste tijd lijkt het alsof niemand meer normaal kan fietsen!"
Gelukkig gaat alles goed, en komen we veilig aan bij Cato's huis. Als Cato de deur open doet, worden we verwelkomt door een aangename warmte. "Mijn ouders zijn vanavond niet thuis, dus we hebben het huis voor ons alleen." Zegt Cato. Cato's ouders zijn heel vaak weg, op zakenreis of zo iets vaags. Vroeger had Cato altijd een hulp in huis, om eten voor haar te maken en zo, maar toen ze dertien werd hebben haar ouders dat afgeschaft. Ze vonden dat onnodig en geldverspilling. Dus sinds dien moet Cato zelf haar eten maken, zelf de lichten uit doen als ze gaat slapen.. Etcetera. Alleen de verwarming hoeft ze niet te regelen, want daar hebben haar ouders zo'n automatisch systeem van. Of zoiets.
Cato sluit de deur achter ons, en helpt me met mijn jas ophangen. Mijn handen zijn ijskoud van het koude weer en ik heb het gevoel dat ze er elk moment af kunnen vallen. "Thee?" vraagt Cato terwijl we samen naar de woonkamer lopen. Ik knik. "Graag." Zeg ik schor. Cato zingt zachtjes een liedje terwijl ze kokend water uit zo'n speciale kraan haalt. "Engelse thee?" vraagt ze.
Ik knik weer. "Ja, graag." Mijn lichaam is langzaam opgewarmd en ik leun wat meer tegen de kussens van de bank aan. Cato's huis maakt me altijd een beetje ongemakkelijk. Alles is zo strak opgeruimd dat ik me altijd af vraag wat ik wel en wat niet moet doen. Iedereen kent denk ik wel zo'n huis.
Cato is ondertussen mijn kant op gelopen en zet de thee voor me neer. Voorzichtig gaat ze naast me in kleermakerszit zitten. "Vertel." Ze strijkt haar korte blonde haar achter haar oor en glimlacht meelevend naar me.
Ik verplaats mijn blik naar mijn handen. "Ik had ruzie met mijn ouders, over weet-ik-veel-wat, en tja. Ik was mezelf, en ik weet dat ik irritant en kinderachtig kan zijn als ik boos ben maar.." ik haal mijn schouders op.
"Maar wat?" moedigt Cato me met een zachte stem aan. Ze heeft haar hand op mijn knie gelegd.
Ik haal diep adem en probeer niet weer in tranen uit te barsten. Het voelt zo kinderachtig dat ik moet huilen, maar het gebeurd gewoon. Ik kan er gewoon niets aan doen, maar tranen rollen weer over mijn wangen. Man, wat voel ik me machteloos als ik verder vertel. "Ze zeiden dat ik meer op Rosa moet lijken en dat ze teleurgesteld in me zijn en gewoon.. Het is zó oneerlijk!"
Cato aait over mijn hoofd, terwijl mijn schouders schokken van het huilen. Ze zegt niets, en dat vind ik super fijn. Heel veel mensen zeggen "ik snap wat je bedoelt." Maar dat doen ze niet! Van de duizend mensen hebben er waarschijnlijk maar twee of drie een vervelend pleegzusje die perfect is als je het aan hun ouders vraagt, en dat ook duidelijk laten merken. Gelukkig is Cato niet zo iemand, maar knuffelt ze me gewoon en zwijgt. Na een tijdje veegt ze mijn tranen weer weg. Ik snik nog een beetje na, terwijl ze zegt: "Weet je Luna, ik denk dat een gezonde portie films, ijs, warme chocolade melk met marshmallows en een warme deken je wel goed doen, wat denk je daar van?"
Ik knik met een glimlach. "Ik denk het ook."
"Mooi. Ik was van plan om macaroni te maken, heb je al gegeten?"
Ik schud mijn hoofd.
Cato kijkt met een mix van verbaasd- en bezorgdheid aan. "Oh lieve schat, hoe lang heb je in dat park gezeten?"
Ik kijk naar de enorme klok, die boven de deur naar de gang hangt. "Ik denk een uurtje?"
"Oh liefje, had me eerder gebeld! Ik zou meteen komen!" Cato kijkt me verdrietig aan.
Mijn hart verwarmd als ik me realiseer wat een goede vriendin Cato is, en hoe erg ik bof met haar. Ik zend haar een kleine glimlach. "Ik heb je ook gebeld, maar je nam niet op."
"Niet..? Maar.. oh.. Ja, ik zag dat je had gebeld maar ik wist niet dat.. " Cato kijkt beschaamd naar de grond. "Ik was.. nevermind, het spijt me."
"Geeft niet, Caat." Verzeker ik haar. "Ik ben al echt super dankbaar dat ik hier kan blijven."
"Natuurlijk mag je blijven." Zegt Cato terwijl ze me weer een korte knuffel geeft. Dan kijkt ze van de keuken naar mij. Ze trekt haar wenkbrauwen op en lacht als ze zegt: "Hé, wat dacht je van pesto-pasta?"

Ja, ik heb inderdaad de beste vriendinnen op de wereld.

[ a/n Luna, me too :) Nee serieus, ik praat nooit over mijn vriendinnen, en ik weet niet eens of jullie dit nog lezen maar Gwendolyn, Fleur, Marloes, Swaantje, Kati, Yi Fu en Lianne: jullie zijn de beste vriendinnen in de wereld, en ik ben super blij dat ik jullie ken 😚💖

EEEEEKKK MORGEN BEN IK JARIG YES YES YES]

Walkie TalkieVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu