POV Robbie:
"Hoe bedoel je, je kan niet betalen?" Mijn stem is kalm, maar de scherpe rand ervan laat mijn geduld zien. Ik kijk neer op de man die trillend op zijn knieën zit, zijn blik smeekt om genade. "Ik dacht dat we een duidelijke deal hadden gemaakt. Voor het einde van de maand zou jij ervoor zorgen dat ik mijn geld had. Of heb ik dat verkeerd begrepen?" Mijn hand glijdt langzaam naar mijn zij, waar mijn holster stevig tegen mijn heup rust. Het is een beweging die niet te missen valt. Achter me staan mijn mannen, stil en onbewogen, als standbeelden van dreiging. De ruimte vult zich met een ongemakkelijke spanning die bijna tastbaar is. "De zaken liepen deze maand niet goed," stamelt hij, zijn stem gebroken van de zenuwen. Hij veegt met een trillende hand het zweet van zijn voorhoofd. "Geef me alsjeblieft nog wat tijd. Twee weken... misschien drie. Alsjeblieft, ik smeek je!" Ik zucht diep en richt mijn blik op de kale muren van zijn armoedige kantoor. Aan de muur hangen vergeelde foto's van betere tijden—familieportretten, een diploma dat ooit trots moet zijn geweest. Ik buig mijn hoofd iets en laat een klein, spottend lachje horen. "Tijd is tijd," zeg ik langzaam, alsof ik hem een les probeer te leren. "En jij bent een hoop van mijn tijd aan het verspillen. Dat is iets wat ik moeilijk kan vergeven." "Alsjeblieft!" roept hij opnieuw, en hij kruipt iets dichter naar me toe, zijn handen gevouwen alsof hij bidt. "Geef me nog twee weken! Ik zweer dat ik het dan voor elkaar heb. Alles wat je wilt, ik regel het. Maar spaar me. Mijn gezin—" "Je gezin?" Mijn toon wordt ijskoud, en ik kijk hem scherp aan. De lucht in de kamer lijkt stil te staan. "Maak geen fouten, vriend. Je gezin is niet mijn verantwoordelijkheid. Jouw falen is dat wel. Begrijp je dat?" Hij knikt snel, alsof zijn leven ervan afhangt—wat het misschien ook doet. Zijn lippen beven, maar hij zegt niets meer. Ik buig iets naar hem toe, mijn schaduw valt over hem heen. "Het is dat ik vandaag in een goede bui ben," zeg ik langzaam. "Twee weken. Geen dag meer. Maar begrijp dit goed: als mijn geld er dan niet is, dan ben je me meer verschuldigd dan alleen een stapel bankbiljetten. Begrijp je wat ik bedoel?" Zijn ogen worden groot, en hij knikt furieus. "Ja, ja! Alles wat je wilt! Ik zweer het!" Ik richt me op, klop een denkbeeldige kreukel uit mijn jasje en draai me zonder verder een woord om. Mijn mannen volgen me in stilte terwijl ik het kantoortje uitloop. Buiten, in de frisse avondlucht, haal ik diep adem en steek een sigaret op. "Dat duurt geen twee weken," mompelt een van mijn mannen naast me. "Ik weet het," zeg ik, terwijl ik de rook langzaam uitblaas. "Maar een beetje hoop breken ze altijd nog harder."
De dagen kruipen voorbij, en zoals altijd is geduld niet mijn sterkste kant. Elke dag laat ik iemand van mijn personeel de man schaduwen. Waar gaat al dat geld heen? Wat probeert hij verborgen te houden? Het zijn vragen die ik vroeg of laat beantwoord wil zien. Als hij opnieuw faalt, wil ik meer in handen hebben dan alleen een dreigement. Misschien heeft hij iets anders te bieden... iets waardevollers dan geld. "Het lijkt erop dat hij een dochter heeft," meldt een van mijn mannen enkele dagen later terwijl hij voor me staat. Zijn blik is strak, professioneel, zoals altijd. "Ze is ongeveer twee jaar jonger dan u, baas." Ik leun achterover in mijn stoel, laat de woorden even bezinken en draai nonchalant mijn glas whisky in mijn hand. "Een dochter, zeg je?" Mijn stem is rustig, maar in mijn hoofd gaan de radertjes al draaien. "Hoe heet ze?" "Y/N, baas," antwoordt hij. " Ze studeert aan de universiteit en werkt in een café na haar colleges. Ze lijkt het meest stabiele element in zijn leven. Geen criminele activiteiten, geen schulden... voor zover we weten." "Interessant," mompel ik. Mijn blik dwaalt af naar de skyline buiten mijn raam. Het is donker buiten, met alleen het schijnsel van de stad dat de nacht verlicht. "Heeft ze enig idee van wie haar vader geld heeft geleend?" "Dat lijkt niet zo, baas. Ze leidt een redelijk normaal leven. Al lijkt ze niets te weten van de problemen waarin hij zit." Ik glimlach, een koud, berekend gebaar dat niets met vriendelijkheid te maken heeft. "Kijk eens aan... Een dochter. Dat geeft deze situatie een interessante draai." Mijn man blijft stil, maar ik zie aan zijn blik dat hij wacht op verdere instructies. "Blijf haar in de gaten houden," zeg ik uiteindelijk. "Houd me op de hoogte van haar bewegingen, haar contacten. Als haar vader zich niet aan de deadline houdt, wil ik weten of ze een betere... investering is." "Begrepen, baas." Hij knikt, draait zich om en verdwijnt zonder verdere woorden uit mijn kantoor. De dagen die volgen, laat ik het onderzoek doorgaan. Af en toe krijg ik een update—foto's van haar bij het café waar ze werkt, een verslag van haar collegeschema, de namen van vrienden met wie ze regelmatig tijd doorbrengt. Ze lijkt inderdaad alles te zijn wat haar vader niet is: verantwoordelijk, ambitieus, en volledig onwetend van de wereld waar hij zich in heeft gestort. Op de dag dat de deadline nadert, sta ik voor het grote raam van mijn kantoor en kijk uit over de stad. Mijn gedachten zijn scherp. Als haar vader faalt—wat ik verwacht dat hij zal doen—weet ik al hoe ik deze situatie in mijn voordeel ga draaien.
JE LEEST
Bankzitters Imagine.
RomanceDit boek zijn imagine stories over de Bankzitters!! Alle verhalen staan los van elkaar! Dit boek was eerst een imagine over meerdere dingen maar heb er uiteindelijk voor gekozen om dit alleen over de Bankzitters te doen. De andere verhalen komen i...
