Triggerwarning: Selfharm, depressie, dood. Sorry dit gaat een zielig verhaal worden. Ik heb dit ooit opgestart toen ik in een depressie raakte en ik wilde het toch ooit afronden! Ik ga in de toekomst weer leuke verhalen maken! Kan je niet tegen de benoemde dingen in de triggerwarning raad ik je aan om dit verhaal over te slaan.
POV Y/N:
Elke donderdag om drie uur zit hij daar. Matthy. De jongen bij de psycholoog. Altijd op dezelfde plek, vlak bij het raam, zijn voeten licht tikkend tegen de tegelvloer. Ik zie hem elke keer als ik er ook ben. In het begin was hij gewoon een deel van de achtergrond. Een andere patiënt, net als ik. Maar naarmate de weken voorbijgingen, begon ik hem op te merken. De manier waarop hij altijd een oversized hoodie droeg, zelfs als het warm was. Hoe hij soms een boek vast had, maar er nooit echt in las. Hoe hij altijd even opkeek als iemand de deur opendeed, maar nooit iemand echt aankeek. Vandaag is het niet anders. Ik kom binnen, hang me jas op, en daar zit hij weer. Matthy. Hij heeft zijn capuchon over zijn hoofd getrokken en zijn handen in de zakken van zijn hoodie verstopt. Ik probeer niet te staren, maar toch blijven mijn ogen hangen op zijn gezicht. Er zit iets in zijn blik—vermoeidheid misschien, of gewoon een diepe afwezigheid. Voor het eerst vang ik zijn blik. Slechts een fractie van een seconde, maar het is genoeg. Er is herkenning. Een moment van wederzijds begrip tussen twee vreemden die, om welke reden dan ook, elke week op dezelfde plek belanden. "Jij ook altijd op donderdag?" vraagt hij plotseling. Zijn stem is zachter dan ik had verwacht. ik knik. "Ja." Hij knikt terug, alsof dat iets bevestigt dat hij al wist. Dan kijkt hij weer weg, maar iets in de lucht is veranderd. De deur naar de praktijkkamer gaat open. "Matthy?" Hij staat op, steekt zijn handen nog dieper in zijn zakken en loopt langzaam naar binnen. Terwijl de deur achter hem sluit, vraag ik me af of hij volgende week weer op diezelfde plek zal zitten. En waarom het me eigenlijk uitmaakt.
Niet veel later word ik door mijn eigen psycholoog naar binnen geroepen, met iets van tegen zin sta ik op en loop achter haar aan. Laat mezelf in de stoel tegen over haar vallen wanneer we de voor mij bekende kamer in lopen. "Je lijkt niet echt in de stemming te zijn." Merkt ze op en ik haal wat onverschillig mijn schouders op. "Er zijn leukere plekken waar een mens zou kunnen zijn op dit moment." Er valt een stilte. "Je weet dat je het voor mij niet hoeft te doen toch?" Ik draai met mijn ogen, alsof dat mijn problemen zou oplossen om niet meer te komen wat is dat toch voor een stomme opmerking. "Ik weet het, maar dat lost niks op." Zeg ik dan met een zucht. Ik ga uiteindelijk met haar het gesprek aan en loop na een uur weer de deur uit.
Buiten kijk ik om me heen opzoek naar mijn fiets als ik Matthy in de verte zie zitten op het bankje naast de sloot, ik twijfel even of ik zijn kant op zou lopen of dat ik beter naar huis kan gaan. Ik zie hem op kijken en we maken even oogcontact, snel kijk ik weg en loop naar mijn fiets, wat heeft het eigenlijk voor meer waarde als ik met hem zou graag praten, denk ik bij mezelf, het is niet dat we elkaar kunnen helpen aangezien we beide hier op deze dodelijke saaie plek zijn beland.
Weken gaan voorbij zoals ze altijd gedaan hebben, tot dat ik op een donderdagmiddag binnen kom en Matthy niet zie zitten, ik vraag me af of hij te laat is of dat hij misschien niet kon vandaag. Ik probeer het naast me neer te leggen het is immers nog steeds niet mijn probleem en ik voel me nu ook niet goed genoeg om mezelf er druk over te maken. Er gaat nog een week voorbij en weer is hij er niet, dezelfde gedachten gaan door mijn hoofd heen. Ik probeer er niet te veel aan te denken tot ik een gesprek tussen de medewerkers van de balie opvang. "Ja we zagen het niet aankomen, hij leek altijd erg open over zijn problemen te praten maar waarschijnlijk lag het probleem veel dieper." "Ik heb gehoord dat ze hem net optijd hebben gevonden en dat hij in het ziekenhuis ligt." Ik trok een wenkbrauw op toen ik dit hoorde en probeerde er achter te komen over wie ze het hadden, ergens had ik wel mijn idee over wie het kon gaan maar wilde niet te snel een conclusie trekken tot dat ik het zeker wist.
Na een aantal weken was hij er weer, hij zag er slechter uit als eerst, mijn vaste plek was bezet in de wachtkamer dus besloot ik om naast hem te gaan zitten, hij keek op en knikte als soort van begroeting. "Hey." Zei ik zacht, ik wilde meer zeggen maar ik leek vergeten te zijn hoe ik moest praten. Ik zag hoe zijn handen trillend op zijn schoot lagen en als ik me niet vergis had hij een verband om zijn pols zitten, ik probeerde niet te staren maar het ging vanzelf. Hij trok de mouwen van zijn hoodie verder omlaag alsof hij voelde dat ik er naar keek. "Stom hé." Fluisterde hij zachtjes en even wist ik niet of hij het nu tegen mij had of tegen zichzelf. "Wat is er gebeurt." Vroeg ik, maar voor dat hij kon antwoorden werd hij opgehaald uit de wachtkamer.
Ik die bij mij afspraak vooral over andere dingen heb gepraat dan waar ik voor kwam stapte op de fiets richting huis, mijn gedachten afdwalend naar het verband om de polsen van Matthy, ik had zoiets wel eens eerder mee gemaakt bij een meisje op mijn middelbare school, ze werd altijd flink gepest, ik was de enige die haar wel eens hielp of een praatje met haar maakte, ooit heb ik er is naar gevraagd, ze vertelde dat ze dit soort dingen vaker deed en dat het haar hielp om de pijn die ze in haar geest voelde op haar lichaam kon laten zien. "Pijn van binnen zien mensen niet, dan doet het zo ook niks, maar als ze zien dat je pijn hebt dan hebben de meeste mensen er meer begrip voor." Eerst snapte ik niet wat ze bedoelde, maar door de jaren heen werd het me steeds duidelijker, zeker toen ik zelf in mijn depressie belanden snapte ik waarom ze het gedaan had. De gedachten zijn er altijd bij mij geweest om te willen weten wat het voor je zou doen, zouden er echt mensen zijn die je dan beter zouden kunnen helpen of wat dit alleen maar fabel? Maar ik heb het nooit durven doen.
Weken gingen voorbij die weer net zo normaal leken als eerst, behalve dat het met mij steeds een stukje beter ging, ik leerde weer van mezelf te houden en te accepteren dat ik ook mijn plek in de wereld waard ben, het maakte me niet uit wat een andere van me dacht is wat ik steeds tegen mezelf zei en dit hielp, niet altijd maar ik liet niet meer over me heen lopen, mijn grenzen leerde ik bewaken en duidelijk aan te geven als iemand hier over heen was gelopen. Daar in tegen zag ik Matthy alleen maar verslechtere. Ik voelde een soort van onmacht, ik wist dat ik niet kon helpen net zoals dat ik dat op de middelbare school nooit heb kunnen doen, want uiteindelijk was het meisje dat ik zo graag wilde helpen zo ver weg geraakt in haar gedachten dat ik er van was geschrokken toen we op school te horen kregen dat ze een einde had gemaakt aan haar leven. Iets wat ik tot de dag van vandaag nog steeds vreselijk vind en tranen van in mijn ogen kan krijgen als ik het er over heb.
Ergens dacht ik dat ik deze jongen misschien wel kon helpen, of ja niet ik maar iemand hier, ik vertelde die dag aan mijn psycholoog het verhaal van het meisje op school terwijl de tranen over mijn wangen rolde en ik de vraag kreeg waarom ik het nu pas vertelde. "Ik weet dat ik me er niet mee moet bemoeien maar de jongen die altijd bij mij in de wachtkamer zit, hij heeft meer hulp nodig dan dat jullie denken." Even werd ik raar aangekeken en snapte ze niet wat ik bedoelde. "De jongen die zijn polsen had willen doorsnijden." Het koste moeite om deze woorden uit mijn mond te krijgen. "Ken je hem?" Ik schudden mijn hoofd. "Alleen vanuit de wachtkamer, maar ik heb het dus eerder mee gemaakt zoals ik net al zei." De psycholoog pakte haar telefoon op een belde naar haar collega die hem onder zijn behandeling heeft. "Hou hem in de gaten en als het echt moet vraag ik haar of ze wil helpen." Even keek ik haar aan alsof ze iets heel raars had gezegd voor dat ze de hoor weer op het toestel legde. "Hij is alleen weetje, en zou iemand zo als jouw misschien wel heel goed kunnen gebruiken, alleen als je dat zelf ook wil en natuurlijk met 1 van ons erbij." Het voorstel klonk logische. "Oke ik wil het best doen als jullie denken dat dat hem helpt."
Een week later zat ik in een ander kamer als dat ik was gewent bij een andere psycholoog, niet voor mezelf maar voor hem. In de hoop iets voor hem te kunnen betekenen, toen hij binnenkwam keken we elkaar aan, hij glimlachte moeilijk en ik gaf hem een slappe hand, dit was dan ook het moment dat we beide wisten dat hier uit een mooie en lange vriendschap ging ontstaan.
Laat ook even een sterretje en een reactie achter als je deze verhalen leuk vind!
JE LEEST
Bankzitters Imagine.
RomanceDit boek zijn imagine stories over de Bankzitters!! Alle verhalen staan los van elkaar! Dit boek was eerst een imagine over meerdere dingen maar heb er uiteindelijk voor gekozen om dit alleen over de Bankzitters te doen. De andere verhalen komen i...
