Hoofstuk 34.

355 19 2
                                        

De ambulance komt met hoge snelheid en sirene aan rijden. Liselotte wordt in de auto gelegd en Bram gaat met haar mee naar het ziekenhuis.

Fenna:
'Kom Evert en Daan we moeten naar het ziekenhuis' ze begint te rennen naar de plek waar de auto's staan. Fenna wilt achter het stuur kruipen als Evert haar tegen houdt; 'Fenna je kunt nu niet rijden, je bent te overstuur laat mij maar' 'Ja goed snel dan. Ik moet naar Lies!' Zegt Fenna.

Bram:
In de ambulance staar ik naar Lies. Mijn Lies ik wil haar niet kwijt. 'Gaat ze het redden?' Vraag ik aan de arts. Hij schudt met zijn hoofd op een manier dat hij het niet weet. Ik wordt steeds omgerustiger, ik voel dat er een traan over mijn wang rolt. 'Meneer we gaan onze uiterste best doen om uw collega te redden'

Bij het ziekenhuis aangekomen, wordt Liselotte snel naar binnen gereden en ren ik achter haar aan. Dan wordt ik tegen gehouden; 'Meneer u kunt hier even wachten' 'Maar maar' 'Als we nieuws hebben laten we het gelijk weten'

Fenna;
'Jongens schiet eens op man, ik moet echt naar Lies!' Zegt Fenna als ze de parkeerplaats van het ziekenhuis oplopen richting de ingang. 'Fenna blijf kalm hier schiet je niks mee op' zegt Daan. 'O nee, maar jou beste vriendin ligt niet in het ziekenhuis he Daan' 'Ho geen ruzie maken nu, we kunnen beter normaal blijven doen' zegt Evert

Dan gaat Daan's telefoon hij neemt op, na een tijde zegt hij; 'Er is een inbraak geweest, ik moet er van Carla naartoe.' Zegt Daan. Fenna loopt al door. 'Ik hou je wel op de hoogte over Liselotte' zegt Evert.

Evert holt achter Fenna aan, 'Fenna, je kunt nu toch niet zo bot tegen je vriendje' 'Welk vriendje?' 'Ja Daan is toch je man?' 'Huh nee Evert. We zijn goede vrienden maar meer niet' zegt Fenna. 'Kom we moeten hier heen'
Evert blijft nog even staan en krijgt een grote glimlach op zijn gezicht. Dan rent hij achter Fenna aan.

'En Bram is er nieuws?' Vraagt Fenna als ze bij Bram aankomen. 'Nog niet ze zijn al best lang met haar bezig' zegt Bram. Dan komen Carla en Menno aanlopen; 'En?' Vraagt Menno. 'Nog geen nieuws' zegt Bram

Er gaat een uur voorbij als ze nog niks gehoord hebben..
Bram staat alleen maar bij de deur te wachten, en Fenna loopt als een ijsbeer heen en weer. 'Fenna ga nou eens rustig zitten' zegt Menno. 'Nee dat kan ik niet' zegt Fenna. 'Kom Fenna, we gaan wel even koffie halen heel even afleiding' zegt Evert. 'Nee ik blijf hier' zegt Fenna. Dan trekt Evert Fenna mee aan de arm; 'Jij gaat nu gewoon even mee' zegt Evert.

'Evert waarom moest dit?' 'Ja moet even afleiding hebben' 'Ja dus?' 'Oke Fenna, ik wil gewoon dat het goed is tussen ons' 'Evert we hebben hier al over gepraat ik vergeef het je wel' 'Nee maar ik bedoel het deel van meer dan vriendschap' 'Evert kom op, er is geen 'Wij' het gaat gewoon niet tussen ons' 'We kunnen het toch proberen?' 'Nee sorry Evert' Fenna loopt met de koffie terug en Evert daarna ook.

Als ze op de afdeling terug komen waar Liselotte is staat er een dokter met de rest te praten. 'Wat is er aan de hand?' Vraagt Evert. 'Het goede nieuws is dat de kogel verwijdert is, maar het slechte nieuws is dat ze in shock geraakt is en nog niet bij kennis is geweest, en het is onduidelijk wanneer ze wakker wordt' zegt de dokter. 'Mag er iemand bij haar?' Vraagt Carla. 'Ja maar wel een per keer' zegt de dokter. 'Bram wil jij gaan?' Vraagt Carla. Bram knikt ja en loopt achter de dokter aan.

Fenna zakt in elkaar op de stoel en krijgt traanogen, Evert slaat een arm om haar heen. 'Fen het komt allemaal wel goed'

Bram:
Als ik in de kamer kom zie in Liselotte liggen, ze ligt aan allemaal slangetjes vast, ik hoor overal piepjes. Ik krijg tranen in mijn ogen. Ik pak een stoel en ik ga naast haar zitten, ik wrijf een plukje haar uit der gezicht. Dan pak ik haar  hand vast en geef haar een kusje.
Lies wordt alsjeblieft snel de oude!

AfscheidWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu