Hoofdstuk 27

8 2 0
                                        

Vannacht hebben we met zen allen in de auto geslapen, wat best krap was. Ik open het portier om uit te stappen en bekijk ondertussen de omgeving. We staan ergens op een parking met niets in de nabije omgeving. Niet buiten 5 andere autos, die vandaag hetzelfde plan hebben. Wandelen. Het tweede ding dat opduikt in het niets is een 348 meter hoge monoliet. De aboriginals, of eerste menselijke bewoners van Australië die nog altijd traditioneel wonen en dergelijke, noemen deze grote rots 'Uluru' maar de mensen hebben de naam veranderd naar Ayers Rock. Toch is de naam Uluru even bekend als Ayers Rock. Vandaag hebben we een lange wandeling voor de boeg en ik kijk er naar uit. De wandeling gaat me hopelijk helpen om Luke even uit mijn hoofd te zetten en me gewoon te kunnen concentreren op de natuur, de omgeving, mijn vriendinnen en de beestjes hier. "Mama, ben je wakker?" Ik duw even tegen haar en ze mompelt iets. "Ja." Zegt ze uiteindelijk toch nog. "Ik ga niet mee vandaag, gaan jullie maar alleen. Ik ga zorgen dat we vanavond iets kunnen eten." Ze klopt even op haar buik ter verduidelijking en ik lach even. Ik ken mama en ik weet dat ze vandaag met Charles gaat bellen, liefst zo lang mogelijk. "Doe hem de groetjes." Laat ik haar weten dat ik het door heb. Ze bloost even en draait haar hoofd van me weg.

"Gaan we vertrekken?" Lucy kijkt me vragend aan en zet haar rugzak op haar rug. "Hebben we water?" Vraag ik voor de zekerheid. "Oeps, nee dat ben ik vergeten." Anna loopt snel terug naar de auto om een fles te gaan halen. "Kunnen we nu dan wel vertrekken?" Vraag ik lachend. Ze knikken uitbundig en eindelijk kunnen we vertrekken. "Ja! We kunnen vertrekken nu. Seg, Cami. Waar wou je ons nog mee naartoe nemen?" Anna kijkt me aan terwijl ze wacht op een antwoord. "Ik zou graag naar Rainbow beach gaan, de Whitsunday eilanden en vooral het Great Barrier Reef. Luke zei me dat dat prachtig is." Ze knikken beiden instemmend. Er zijn een paar paadjes en er staat een groot bord bij het begin van de paadjes. We kiezen de mooiste route uit en beginnen te wandelen. "Mijn voeten doen pijn." Grinnikt Anna al na de eerste 10 meter die we wandelen. "Niet zagen." Zeggen Lucy en ik bot in koor tegen haar waardoor Anna nog harder begint te grinniken. De wandeling is tot nu toe al prachtig. De omgeving is adembenemend en perfect om tot rust te komen. We wandelen tussen de rode rotsen en komen nu uit op een punt met allemaal reuzen keien. Als kind zou ik gedacht hebben dat ik in de keuken van een reus rondliep. Vroeger dacht ik constant zo van die dingen. Ik had een enorme fantasie en beeldde me altijd in hoe het zou zijn om een mier te zijn of sneeuwwitje tussen allemaal kleine kabouters. Gelukkig is mijn fantasie met de jaren verdwenen en kan ik er nu alleen maar om lachen.

"Kunnen we hier even stoppen?" Puft Anna. Anna is de persoon die van ons 3 het minst sportief is. Lucy knikt bevestigend en we gaan op een bankje zitten. "Ik ga ons water daar even bij vullen." Wijs ik naar een tank water. De tank ziet er redelijk oud uit, maar door al de mensen die hier komen denk ik dat ze hem wel vaak vullen. Ik draai aan de dop van het kraantje en hou mijn drinkfles eronder. 1 druppel komt eruit. Maar eentje. "Kan je onze ook bij vullen?" Roept Lucy naar me en ik schud met mijn hoofd. "Wat lief van je." Zegt ze sarcastisch terug. "De ton is leeg vrees ik." Zeg ik uiteindelijk nadat ik het kraantje nog verder heb proberen open draaien. "Dat kan niet, kom geef die fles aan mij ik zal het oplossen." Anna grist de fles uit mijn hand en draait aan de dop. "Je hebt hem leeg laten lopen." Stelt ze vast en ik begin hard te lachen. "Waarom lach je zo? Ik weet dat je dat gedaan hebt. Je kon nooit tegen je ongelijk, waarom zou je er nu dan wel tegen kunnen. Je hebt het gewoon laten leeg lopen omdat je wist dat ik er wel iets uit ging krijgen." Snauwt ze me af. "Het is echt leeg, ik heb zelf ook niets." Zeg ik terug en ik neem mijn fles weer uit haar handen. "Dat is jammer jongens, gaan we weer verder?" Lucy zet haar recht van de bank en ritst haar rugzak dicht. Ze begint te wandelen. Met mijn hand hou ik haar tegen. "Ik weet niet wat jij wil, maar ik wil voor het donker terug bij de auto zijn." Ze trekt zich van me los en begint verder te wandelen. "Je gaat de verkeerde richting uit." Roep ik haar na.

"Dat was echt dom van je." Zegt Anna lachend tegen Lucy. Lucy begint rood te worden. "Ik wist wel dat dat niet de richting was hoor. Ik wou gewoon checken of jullie het ook wisten. En je wist het, goed zo." Verdedigt ze haar. "Trek je er niets van aan, we pesten je gewoon." Troost ik haar. Ze trekt een pruillip zoals Luke altijd trekt. "Doe dat niet." Zeg ik paniekerig en ik versnel mijn pas. "Sorry, dat was niet de bedoeling ik was helemaal niet aan Luke aan het denken." Zegt ze bijna buiten adem. "Het doet gewoon nog altijd heel veel pijn dat hij het niet gewoon tegen me zei. Ik zag hem heel graag en ik wou enorm graag met hem over een toekomst samen dromen." Ik moet me inhouden om niet in tranen uit te barsten, maar dat mag ik niet doen. Want als ik begin te wenen verpest ik Lucy en Anna hun vakantie. "Ik weet het liefje. Dat doet altijd pijn en dat zul je later nog veel mee maken. Niemand wenst het iemand toe om diens hard te laten breken. Want dat is gewoon zwaar kl*te. Sorry dat ik dat woord gebruik, maar zo is het." Ze slaat een arm om me heen en zwijgend wandelen we met z'n drietjes verder.

Een nieuw begin || L.H.Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu