Deel 16.

6 0 0
                                    

We zijn een dag verder, geen geluid, geen contact, geen licht, geen zicht. Nog steeds een donker en nat gat. Nog steeds een dikke buik, hij heeft nog niet toegeslagen, tot nu toe waren we veilig. Zolang ik doe wat hij zegt zal ons niks gebeuren, maar hoe lang hou ik dat nog vol? Hoe ver wil hij met me gaan en wat wil hij nog van me? Waar is hij nog toe in staat? En als ik niet doe wat hij zegt, ben ik mijn leven dan zeker? Deze gedachten maken me angstig en in een ruk sta ik op. Ik loop de trap op en bonk op de deur. 'Tristan, doe open! Ik wil eruit!' roep ik en ik hoor voetstappen naar de deur toe komen. Met een ruk gaat hij open en hij staat in de deuropening. 'Ik ben nog niet klaar met jou' zegt hij en hij loopt de trap af waardoor ik ook de trap af loop. Hij haalt een spuitje uit zijn zak en steekt hem in mijn arm. Direct verzwakken mijn spieren en ik val om, maar Tristan vangt me op. Hij legt me voorzichtig op de grond neer en verlaat de kamer.
De telefoon gaat. Mijn moeder pakt hem op en zet hem op de luidspreker. Mijn vader staat inmiddels bij haar met een arm om haar heen. 'Met Mirjam Wieringa'
'Mevrouw Wieringa, u spreekt met Hugo van der Bosch van de politie, ik ben gisteren bij u langs geweest. Is uw dochter al terecht?'
'Nee, ze is nog niet thuis gekomen en er is nog steeds geen contact geweest'
'Dan gaan wij een zoekactie starten, heeft ze haar telefoon mee?'
'Ja, volgens mij wel'
'Heeft u haar nummer voor mij?' mijn moeder geeft mijn telefoonnummer, de agent bedankt haar en hij hangt op. Zodra er meer nieuws is, worden mijn ouders op de hoogte gebracht. Mijn ouders wachten af, meer kunnen ze niet doen. De politie start een zoekactie en al snel hebben ze mijn telefoon getraceerd. Mijn ouders worden direct ingelicht en ze gaan zonder te twijfelen naar de plek waar het signaal vandaan komt.

In verkeerde handen.Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu