Hoofdstuk 13 - De marteling

87 3 0
                                        

Als ik nou eerder was geweest, had hij het dan wel gered? Had ik het water niet op de wond moeten gieten, maar had hij het moeten drinken? Zoveel vragen spoken door mijn hoofd. Zijn dood was mijn schuld. Opeens voel ik een arm om mijn schouder heen en die arm trekt me naar zijn lichaam toe. 'Stil maar, niet huilen.' hoor ik een zachte stem. Mijn hoofd schiet omhoog en ik kijk naar rechts. Ty is niet dood, hij zit daar nu met een bezorgde blik op zijn gezicht. 'Ik.. ik... dacht dat je...' stamel ik. 'En je... je had een...' Ik kan mijn ogen niet geloven. Ty krijgt zijn bekende glimlach op zijn gezicht. 'Je dacht dat ik dood was, dat dacht ik een paar seconde geleden ook. En die wond,' hij schudt onbegrijpelijk zijn hoofd. 'is helemaal verdwenen.' Ik zit er nog steeds angstig te kijken, dit was onmogelijk. Hij ziet dat ik helemaal van streek ben en trekt me naar hem toe. Ik sluit hem in mijn armen en hij mij. Hij was bijna dood, geen haar op mijn hoofd die er nu nog aan denkt om hem los te laten. Uiteindelijk laat ik hem toch los. Hij pakt mijn handen vast. 'Het is een wonder. Heb je het water uit de Jen grotten gehaald?' vraagt hij. Ik kijk even weg, vervolgens kijk ik hem weer aan. 'Nou, dat water heb ik gebruikt om je leven te redden.' zeg ik dan. Verschrikt kijkt hij naar mij. 'Dus alles is voor niets geweest? Jeetje... dat moet wel rot voor je zijn.' zegt hij treurig. Ik kijk hem met vraagtekens aan. 'Als ik ook maar een paar seconde later was geweest, dan was je nu dood! Als ik het water niet mee had genomen was je ook dood! Ik ben blij dat ik het niet meer heb, want ik ben het water kwijt geraakt, maar jou niet. En jij bent belangrijker dan een beetje water.' zeg ik. Hij slikt even. 'Dat is echt lief van je.' zegt hij met een brok in zijn keel. Hij gaat naast me zitten tegen de muur. We staren beide voor ons uit. 'En wat nu? Ik ben nog zwak en jij kan geen krachten gebruiken.' peinst hij. Ik moet hem gelijk geven, ik was als een blok aan zijn been maar dat deed hem niet veel. Ik laat mijn hoofd op zijn schouder rusten, ik was uitgeput van de lange weg en de inspanning die ik heb moeten leveren. 'Als je even wilt slapen dan mag dat wel hoor.' zegt hij zachtjes. Ik schud mijn hoofd maar toch vallen mijn ogen langzaam dicht. Hij slaat zijn arm om mijn schouders heen en dan val ik in slaap. 

Als ik wakker word zit ik nog steeds hetzelfde als hoe ik voor het slapen zat. Ty heeft zijn hoofd op mijn hoofd gelegd en ligt volgens mij ook te slapen. Ik wil net mijn ogen weer dicht doen als de celdeur open gaat. Ty schrikt wakker en kijkt op. Een bewaker komt binnen lopen en kijkt naar ons, hij schudt lachend zijn hoofd. 'Gezellig hoor, maar ik mag het genoegen hebben om jullie uit elkaar te halen.' zegt hij sluw. Ty trekt me nog dichter tegen zich aan, alsof hij me niet meer wilt laten gaan. Maar wat hij niet verwacht had is dat er meerdere mensen naar binnen komen. Ik kijk geschrokken naar Ty en hij kijkt geruststellend naar mij. 'Rustig maar, we komen altijd bij elkaar terug. Ga met hen mee, anders doen ze je nog pijn.' fluistert hij. Hij slaat zijn arm terug, staat op en vervolgens helpt hij me over eind. Hij kijkt me doordringend aan met zijn vertrouwde blik en dan word ik ruw weggetrokken, de cel uit. De bewakers brengen me de kerkers uit, nog een trap op, de gangen door en uiteindelijk komen we in een kamer terecht. Een kleine afgelegen kamer. Ze duwen me op de stoel die in de kamer staat. Één van de mannen pakt een touw en bind mijn handen achter de stoel vast. Op een gegeven moment zit ik helemaal vast, maar ik raak niet in paniek. Ik denk de hele tijd aan de woorden van Ty. Ze lopen zwijgend de kamer uit als het getik van een paar hakken de kamer binnen komt. De deur slaat dicht, maar ik zit met mijn rug naar de deur dus ik kan niet zien wie het is, maar ik heb zo het vermoeden dat het Meldora is. En mijn vermoeden word bevestigt als Meldora opeens voor me staat. Ze speelt met een paarse bal. Zo'n energie bal die ik ook in de grotten zag. Maar deze bal was kleiner en zag er niet bepaalt veilig uit. 'Nou, vertel mij maar eens wat ik wil weten. Wat was jij van plan te gaan doen in de grotten?' vraagt ze en de paarse bal laat ze over gaan tussen haar linker- en rechterhand. 'Niets wat jou aangaat.' zeg ik. Dat antwoord bevalt haar niet en ze mikt de bal op iets boven mijn schouder. De bal raakt, zoals ze gepland had, net mijn linker schouder. Doordat het een energie bal is laat die een brandend gevoel achter. Ik slaak een gil en bijt daarna op mijn lip. Ik ruik de geur van brandend vlees. Ik kan er nu niet bij met mijn hand maar het doet echt heel erg pijn. Meldora maakt emotieloos een nieuwe bal. 'Wat was jij van plan te gaan doen in de grotten?' vraagt ze opnieuw. Ik zucht diep. 'Ik ging water halen om een diamant te maken om jou te kunnen bestrijden.' antwoord ik eerlijk. Ik hoor geschreeuw van buiten door het raam in de kamer. Meldora laat de bal verdwijnen en loopt naar het raam. Als ze voorzichtig naar beneden kijkt zie ik haar gezicht betrekken. Ze draait zich om en maakt weer een energie bal. Ze kijkt me geïrriteerd aan. 'Waarom is de KEB hier? Heb jij een zender of zo?' sist ze. Ik lach nu. Het zou nou niet lang meer kunnen duren voordat ze mij zouden komen halen. 'Nee ik heb geen zender, maar de KEB is hier wel om mij en Ty te komen halen. Het is nog lang niet voorbij Meldora.' snauw ik naar haar. Dat maakt haar nog bozer en ze laat de bal los, dit keer op mijn rechterarm. Weer voel ik een ondraaglijke pijn. Uit haar riem pakt ze een dolk. 'Je vriend Ty had ook niet zo veel te zeggen, ik hoop voor jou dat ze je op tijd kunnen bereiken.' zegt ze sluw en ze steekt de dolk in mijn been. Dit keer schreeuw ik nog harder, in de hoop dat de KEB me zou kunnen horen. Ze laat de dolk in mijn been zitten en loopt weg. Maar voor ze de deur sluit moet ze het nog even erger maken. Met haar vinger mikt ze op een uithoek van de kamer waar het opeens begint te roken. Dan besef ik dat ze de kamer in brand heeft gezet! 'Waarom doe je dit?!' roep ik benauwd. Ze begint te lachen. 'Als ik van jou af ben, kan ik Anesta makkelijk overnemen.' roept ze en ze loopt lachend de kamer uit. De deur wordt dicht geslagen en valt in het slot. Buiten klinken er nog steeds strijd kreten. Het vuur is inmiddels al groter geworden. Gelukkig waait de rook voorzichtig naar het raam. Ik hoor beneden geschrokken stemmen, dus gelukkig hebben ze de rook opgemerkt. Maar het vuur is inmiddels tot aan het raam. Ik zie achter het vuur één van de mensen van de KEB verschijnen. 'Amelia! Rustig, we komen er zo snel mogelijk aan!' roept hij geschrokken. Hij verdwijnt weer. Maar naar een paar minuten is er nog steeds niemand en het vuur grijpt heel snel om zich heen. De rook word steeds dikker en ik haal steeds moeilijker adem. Ik ga stikken, dat is het enige wat door mijn hoofd spookt, ik ga stikken door de rook. Ondertussen ben ik aan het hoesten. De hitte in de kamer is onverdraaglijk en doet mijn wonden nog meer pijn. Ik krijg bijna geen adem meer en heb weer het gevoel dat ik ga flauwvallen en inderdaad, ik krijg weer zwarte vlekken voor mijn ogen. Met nog één keer hoesten verlies ik mijn grip op het bewustzijn. 

Als ik wakker word zit ik niet meer in die kamer, ik leef nog. Ik hoest, ik had echt veel te veel rook binnen gekregen. Iemand veegt mijn haar uit mijn gezicht. Mijn benen doen pijn, mijn schouder doet pijn en eigenlijk had ik overal pijn. Ik neem de situatie in me op. Ik kijk even goed voor me uit naar het plafond. Ik voel dat ik met mijn hoofd op iemands been lig en als ik mijn hoofd kantel zie ik dat het Ty is. Hij kijkt me aan. 'Blijf rustig liggen.' sust hij. Ik kom nu helemaal bij en voel de stekende pijn in mijn bovenbeen. Dat is waar ook, Meldora had de dolk in mijn been gestoken. Ik besef dat ik geluk heb gehad, ik had in een brandende kamer gezeten en als de KEB me niet had ontdekt was ik dood geweest. Ik kantel mijn hoofd dit keer de andere kant op en zie dat mijn benen er slecht aan toe zijn. Maar ik zie ook dat we nog steeds in het kasteel van Meldora zijn. 'Ik wil hier weg.' fluister ik naar Ty. Hij luistert naar me en helpt me omhoog, maar mijn benen doen zo pijn dat ik er bijna niet op kan staan. 'We gaan terug naar het paleis.' zegt hij tegen de rest van de KEB. Ik zie dat ze opgelucht kijken als ze zien dat ik weer bij ben. Terwijl ik ondersteund word door Ty, lopen we de gangen door. De KEB heeft veel elven van Meldora uitgeschakeld en zorgt dat we veilig het kasteel uit komen. Als we buiten in een van de busjes van de KEB zitten, kijkt Ty bezorgt naar me. 'Je ogen staan zo dof, je voelt je echt beroerd, is het niet?' vraagt hij ongerust. Ik knik. 'Zullen we je anders even een slaap middel geven? Dan heb je er even geen last van.' Nogmaals knik ik. En een KEB lid spuit een vloeistof in mijn arm. Ik leg mijn hoofd op Ty's schouder en voel me langzaam weg zakken. 

The hawkVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu