Hoofdstuk 13; gewoon schieten

77 8 8
                                        


Ik keek hem verbluft aan, en mijn kaak verstrakte.

Dat kon hij toch niet menen?

Ik ga niet schieten.

Om me heen hoorde ik mensen mompelen.

"Schiet gewoon!" riep iemand. Steeds meer mensen scandeerden hem na, en na een paar seconden hoorde je overal.

"SCHIET! SCHIET! SCHIET! SCHIET!"

Ik keek rond. Overal zag ik kwade, moordlustige, opgewonden gezichten. Opeens werd ik bang. Deze menigte zou mij nog een kopje kleiner maken als ik niet zou schieten.

De jongen die me het pistool gegeven had zag mijn blik en grijnsde.

"Ik zou dat hoopje mens op de grond nu maar door z'n schedel knallen. Dan heb je 'm tenminste uit zijn lijden verlost."

Dat was de druppel. 

Ik haalde de trekker over en schoot. de menigte hield zijn adem in, wat gevolg werd door luide verblufte kreten toen het lichaam van de jongen naast me op de grond stortte.

Wat bezielde me?

Er knalde een vuist tegen mijn kaak. Ik kromp ineen van de pijn. Mijn benen werden onder mijn lichaam vandaan geschopt. Ik voelde schoppen in mijn maag, op mijn hoofd, tegen mijn rug. Kreunend zakte ik als een stapel mikadostokjes in elkaar. Er liep een straaltje bloed langs mijn kin.

"STOP!" 

Ik keek op. Jake stormde door de menigte, en stortte zich in een gevecht met mijn belagers. Ik dook nog verder in elkaar.

"Laat elkaar los."

De koude stem van Synne sneed door de ruimte. Langzaam stopte de jongens met vechten.

Ik staarde naar Synne. Emotieloos hield ze de jongens stuk voor stuk onder schot.

"Luce. Jurre. Rot op, en neem Daans lichaam mee."

Ze liepen gehoorzaam weg. Een van de jongens draaiden zich nog even om, met een blik vol haat. een blik die zei: Dit is nog niet voorbij.

De rillingen liepen over mijn rug.

Synnes ogen zochten de mijne. Ze gaf me een klein knikje, en keek toen naar de grond. Er klonk een schot. Ik wist wat dat betekende en keek de andere kant op.

De menigte wijkte langzaam uit elkaar. Ik had me nog niet verroerd.

"Hé." zei Jake zachtjes. Hij zakte op zijn knieën en pakte voorzichtig mijn kin vast.

"Gaat het?"

Mijn keel was droog. Ik probeerde te slikken, en te praten, maar het lukte niet. Ik kon me niet beseffen dat ik iemand hard vermoord. Ik kon alleen maar kijken naar zijn prachtige, grijsblauwe ogen die zich in de mijne boorden. Ze stonden zacht en bezorgd, en ze keken niet weg. Het maakte me rustig. 

"Ik.." schor probeerde ik wat te zeggen, maar verder kwam er niks meer uit. Jake legde even zijn hand op mijn slaap en trok me daarna overeind. Wankelend ging ik staan.

"Kom maar mee."

Hij sloeg zijn arm om me heen en hielp me met lopen. Ik weet niet of ik niet kon bewegen door mijn wonden vanbuiten, of vanbinnen. Ik wou er ook helemaal niet over nadenken. Ik wou gewoon..

Wat heb ik gedaan?

Ik wist het wel. Diep vanbinnen wist ik het antwoord.

Ik heb iemand vermoord.

The RewriterVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu