drieëntwintig

169 6 0
                                        

Het was al laat. Misschien al wel na middennacht toen we terugliepen naar de auto. We hadden een poosje op het strandje gelegen en waren moe. Sven bracht me thuis.

"Zie ik je morgen weer?" vroeg hij.

Ik haalde mijn schouders op. "Ligt eraan of dat je naar me toe komt of niet."

Hij glimlachte naar me. "Daar weet je het antwoord al op."

We zeiden gedag waarna ik mijn huis afsloot en naar bed ging. Ik had veel dingen om over na te denken. Het was een fijne avond met Sven maar ik wist niet helemaal zeker of ik hem moest vertrouwen. Ook wist ik niet of ik nog wel verliefd op hem was na alles wat hij had gedaan.

Ik viel uiteindelijk toch snel in slaap. Dit kwam vooral omdat ik vreselijk moe was.

De volgende ochtend werd ik wakker van mijn telefoon. Ik wreef de slaap uit mijn ogen en gaapte waarna ik mijn telefoon opnam.

"Ein-de- lijk," hoorde ik aan de andere kant van de lijn. "Je bent wakker."

"Goedemorgen," kreunde ik.

"Doe je deur open," zei Sven.

Ik stond met veel moeite op en liep naar beneden. Ik was helemaal vergeten dat ik nog in mijn pyjama stond. De deur haalde ik van slot en Sven stond met een grote mand in zijn hand naar me te kijken.

"Leuke pyjama," zei hij.

Ik keek naar onderen en kleurde rood.

"Kleed je snel om en kom dan mee," zei hij.

Ik zuchtte en sprintte weer naar boven om me snel om te kleden. Ik besloot om voor een bloemenjurkje te gaan aangezien het erg mooi weer was. Toen ik weer beneden was stond Sven in de keukenkastjes te zoeken.

"Heb je toevallig nog jam?" vroeg hij. "Dat ben ik vergeten."

"Lust ik toch niet," zei ik terwijl ik mijn haar in een knot knoopte.

"Maar ik wel," zeurde Sven.

Ik zuchtte. "Dan heb je pech."

Ik trok mijn sandalen aan en we vertrokken lopend. Nu had ik spijt dat ik sandalen aangedaan had. Mijn voeten deden echt vreselijk veel pijn en daarnaast had ik ook nog eens honger. Ik hoopte dat Sven veel lekkere dingen in die mand had zitten anders was dit lopen allemaal voor niets.

"We zijn er!" zei Sven na een poosje.

Hij spreidde het picknickkleed uit en legde alle spulletjes die hij had meegebracht neer.

"Eindelijk," zuchtte ik. "Ik heb honger."

"Je wilt niet weten hoelang ik op jou heb moeten wachten vanmorgen. Pas bij de vijftiende keer bellen nam je je telefoon op."

Ik greep naar een croissantje en liggend in het gras begon ik het croissantje op te eten.

"Het is mooi weer," zei Sven.

Ik knikte.

"Misschien kunnen we vanmiddag gaan zwemmen?" bedacht ik. "Hier dichtbij in het meertje waar we gisteren waren."

Sven knikte. "Goed idee."

Hij pakte zijn telefoon en even later zag ik hem een foto van me maken.

"Hé!" riep ik. "Waarom doe je dat?"

Ik probeerde zijn telefoon af te pakken want ik had er een hekel aan als mensen zomaar foto's van me maakten.

"Omdat ik je mooi vind," zei Sven terwijl hij wegrende met zijn telefoon in zijn hand.

Ik stond op en volgde hem maar natuurlijk was hij veel te snel voor mij.

"Oke, laat maar!" riep ik daarom.

We gingen weer zitten. Op het moment dat Sven even niet keek greep ik snel zijn telefoon en wist ik de foto te verwijderen.

"Nee," riep Sven. "Nu moet ik een nieuwe maken."

Ik zuchtte.

Even later, toen we op de terugweg naar huis waren, zag ik Sven weer een foto van me maken. Ik deed er niets tegen. Stiekem vond ik het wel heel lief dat hij een foto van me wilde.

Gevallen |Kramer|Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu