'Samira.....Samira...' Vaag hoor ik een stem mijn naam roepen. Ik sta in een lange donkere tunnel. Achter in de tunnel zie ik een lichtpuntje en ik probeer er naartoe te gaan, maar mijn voeten zitten vastgeplakt op de grond. Ik probeer nog een keer naar het licht toe te lopen maar dan wordt alles weer zwart...
Ik knipper met mijn ogen. Het felle wit doet pijn aan mijn ogen. Ben ik dood? 'Samira?' Ik draai mijn hoofd richting de stem. Jack kijkt me bezorgd aan. Nu pas hoor ik dat er ergens links van mijn hoofd een regelmatige pieptoon klinkt. Een vrouw in witte kleding komt ineens de ruimte binnengesnelt en loopt naar me toe. Ze vraagt iets aan me, maar ik versta er niets van. Hulpzoekend kijkt ze naar Jack. Hij zegt iets tegen haar en de vrouw knikt fronsend. Dan loopt ze weer de witte ruimte uit. Waar ben ik? Gebaar ik naar Jack. Hij kucht en veegt met zijn hand langs zijn hoofd. Ik denk na. Ziek! Hij bedoeld ziek! Ben ik ziek? Nu houd Jack zijn armen in een soort hoekige boog in de lucht met zijn vingertoppen tegen elkaar. Dat lijkt op iets dat ik ooit een keer heb gezien. Iets waarvan papa zei dat er gevaarlijke mensen woonden. Stom! Waarom kan ik nou niet op het woord komen?! Oh ja, huis! Zo noemde papa dat. Het dak van het huis had de vorm die Jack uitbeeldde. Ziek en huis. Ziek huis? Een huis kan toch niet ziek zijn? Of... een huis voor zieken. Ziekenhuis! Dat woord zei Jack net tegen de vrouw in de witte kleding. Tevreden sloot ik mijn ogen en ik viel in een diepe droomloze slaap.
JE LEEST
Samira
RandomDe 16-jarige Samira woont in een indianenstam, en is daar erg gelukkig. Tijdens een rit op haar paard vind ze een blanke gewonde man. Vanaf dat moment veranderd alles.
