Hoofdstuk 23

60 4 0
                                        

Ik open mijn ogen. Ik ruik een bekende muffe vieze lucht. Langzaam beginnen mijn ogen te wennen aan het donker. Er staan geen voorwerpen in de ruimte. Ik zie alleen naast mijn hoofd een dun reepje licht. Mijn kleren plakken aan mijn lijf, door de benauwde lucht. Mijn lippen zijn droog, maar ik kan er niets tegen doen doordat mijn lippen zijn afgeplakt. Plots voel ik iets duns langs mijn arm kriebelen. Ik probeer het weg te jagen met mijn hand, maar mijn armen zijn vastgebonden aan stalen klemmen die uit de houten vloer steken. Plots hoor ik een schel, bekend geluid: 'Piep!' Ik draai mijn hoofd en ik kijk recht in de kleine oogjes van een grote rat.

Hijgend wordt ik wakker. Tot mijn opluchting is deze kamer niet wit. En er piept niets naast mijn hoofd. De ruimte komt me bekend voor, maar ik weet niet waarvan. Ik lig in een groot bed met een lavendel kleurig bloemetjesdekbed. Mijn hoofd rust op een dik zacht kussen. De vloer is gemaakt van lichthouten planken en aan de linkerkant zitten 3 grote ramen die allemaal openstaan waardoor er lekker frisse lucht naar binnen waait. Verder hangt er tegenover het bed een mooi schilderij van galloperende paarden in een lavendelveld. In de kamer hangt zelfs een subtiele lavendelgeur. Plots gaat de eikenhouten deur krakend open.

Een vrouw loopt naar binnen. Een vrouw met lange glanzende rode krullen en twinkelende bruine ogen. Ze glimlacht lief naar me. Achter haar komt een man met kleine bruine krulletjes en blauwe ogen binnen. 'Oh mijn god! Ze is het echt, Samanta! Ze is het echt!' De vrouw met de rode krullen, die blijkbaar Samanta heet, veegt een traan uit haar ooghoek en loopt dan naar me toe. 'Hoe voel je je lieverd?' Aarzelend kijk ik haar aan. Ze ziet er wel vriendelijk uit, maar je weet het maar nooit. 'Ehm... het gaat wel goed.... denk ik.' Samanta glimlacht. 'Mooi zo! Lust je iets te eten of te drinken?' Nu voel ik pas hoe droog mijn keel is, en mijn maag rommelt ook. 'Ja, graag!' De laatste tijd kost het me nog amper moeite om in de taal van Jack te spreken. Ik vraag me nog steeds af waarom hij zomaar is weggegaan. En waar zou mijn lieve Angin Puyuh zijn? Ik zucht. Ik zal ze waarschijnlijk nooit meer terug zien.

Nu Samanta eten en drinken is gaan halen komt de krulletjesman naar me toe. 'Dag Penelope! We hebben je zo gemist!' Penelope? Gemist? Ze zien me vast aan voor een ander! 'Pardon, ik denk dat u de verkeerde voor u heeft. Ik heet Samira!' De man schud zijn hoofd. 'Nee, je heet Penelope!' Vriendelijk glimlacht hij naar me. Dan komt Samanta binnen met een dienblad met broodjes en een glas melk. 'Carl! Laat haar even bijkomen! Dit komt later wel!' Hij knikt. 'Ik ga boodschappen doen! Moet ik iets voor je meenemen?' Hij kijkt me aan. Iets voor mij meenemen. Ik begrijp er niets van. Dus schud ik maar mijn hoofd. Samanta gaat op haar hurken naast het bed zitten. 'Lieverd, er zijn een hoop dingen gebeurd, en we moeten je nog een hoop uitleggen. En jij ons ook. Wat is er gebeurd?'

SamiraWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu