De mannen roepen enthousiast naar elkaar. Bizons zijn bij de indianen van levensbelang. Bizons lopen altijd in grote kuddes, waardoor we ineens heel veel voedsel hebben. We doden ze natuurlijk niet allemaal, we laten het grootste deel leven. Ineens klimmen alle mannen op hun paarden en ze galloperen op de kudde af.
Ik ben heel blij dat de kudde er is, maar ik ben nog steeds een beetje boos dat de hengst nu weg is. Langzaam loop ik terug naar onze tipi. De zon schijnt fel op mijn hoofd en ik heb het gloeiend heet. Ik stop weer bij de bron en ik drink een beetje. Plots voel ik een zachte tik tegen mijn schouder. Dat zal mijn broer wel zijn. Lachend draai ik me om. Ik kijk recht in de grote ogen van de hengst.
Langzaam beweeg ik mijn hand naar voren. De hengst trekt zijn neus niet terug, dus leg ik mijn hand op zijn neus. Ik aai over de fluweelzachte vacht. Zacht kriebel ik hem over zijn hoofd. Het paard briest tevreden. Langzaam aai ik verder naar achter. Over zijn oren, hals en tenslotte over zijn rug. De hengst schrikt nergens van en staat rustig te genieten. Ik glimlach. Het lijkt wel een heel ander paard! Ik kam met mijn vingers door zijn manen waar allemaal klonten modder inzitten. Zonder verder na te denken pak ik zijn manen stevig vast en klim op zijn rug.
JE LEEST
Samira
AléatoireDe 16-jarige Samira woont in een indianenstam, en is daar erg gelukkig. Tijdens een rit op haar paard vind ze een blanke gewonde man. Vanaf dat moment veranderd alles.
