Ik denk niet dat ik wist
Wat ik had,
wie je voor me was,
hoe makkelijk je uit mijn vingers zou glippen
Tot de spiegel breekt
Ik wil met je dansen in gezichtsbedrog
Heel even geloven,
want we leven nog,
we zijn
Een reflectie in het water
Ik ken het gevoel van deze golven
Weet je niet,
zie je niet,
wat ik in zwijgen zal beloven
Dit licht is langzaam aan het doven
Ik zie je glimlachen aan de overkant
Veilig van het ongezegde,
de waarheid die zich in mijn botten heeft gehecht:
Jij ver weg
Veilig van de kilte die me neemt
Ik wil je vertellen hoe bang ik ben
Door de eenzaamheid omgeven,
Gekerfd van mijn leven,
Zweef ik
Smekend voor jouw hand
Ik neem het je niet kwalijk
Dat je verdwaalt,
niet meer naar me verhaalt,
me laat
Smeulen tot de nacht
Ik staar naar schaduwen van wolken
Vermoeid,
Verkleint,
klaar met hier zijn
Brandend in een belofte die ik nu haat
