Het ochtendgloren brak aan over Sherwood, en een kille sluier van licht streek neder over het woud. De lucht was zwaar met de geur van vochtig mos en verrotte bladeren, terwijl een groep mannen zich voorzichtig voortbewoog door de dichte paden. Aan het hoofd der schare liep de Sheriff van Nottingham, zijn scherpe ogen gleden zoekend over het ruwe terrein.
"Mijn heer," sprak een van zijn wachters met zachte stem, "zijt gij zeker dat zij zich hier verschuilt?"
De Sheriff keek over zijn schouder, en een sluwe glimlach speelde om zijn lippen. "Meer dan zeker, Edwin," sprak hij, zijn stem zacht, maar met een ondertoon van venijn. "Onze bronnen zijn onberispelijk."
In waarheid had de Sheriff slechts geruchten opgevangen. Een spion, verborgen onder de marktlui te Nottingham, had gefluister gehoord van een vrouw die zich 's nachts door het woud had bewogen en schuilhield bij Robin Hood en zijn bende. De beschrijving liet geen twijfel: Lady Marian was hier. De mannen drongen dieper het woud in, waar de bomen hoger rezen en het dichte bladerdak het zonlicht haast geheel verbande. Plots brak een geluid door de stilte—het kraken van een twijg, verpletterd onder een voet. De wachters hielden stil, de spanning te voelen in de lucht als een gespannen boog. De Sheriff hief zijn hand op, een bevel om zich uit te spreiden en het terrein te doorzoeken. Met behoedzame stappen bewogen zij voort, totdat zij een open plek bereikten. Daar waren de sporen van bewoning zichtbaar: de koude as van een gedoofd vuur, een doek die aan een tak hing, en een omgevallen beker in het vochtige gras.
De Sheriff knielde neer, zijn vingers gleden door de as, en een geniepige glimlach krulde om zijn mond. "Zij waren hier," sprak hij met een stem laag en triomfantelijk. "En zij zijn niet ver."
Verborgen in de schaduwen van struikgewas aan de rand der open plek, lag Lady Marian, haar adem vluchtig en haar hart bonzend als een trommel in haar borst. Haar armen en wangen waren geschaafd, haar klederen gescheurd, maar haar geest was ongebroken. Zij had Robin en de zijnen niet kunnen waarschuwen; de wachters hadden haar te snel verrast.
In de verte klonken de echo's van haar oom, Koning Jan, gevangen in haar geheugen. Zijn woorden galmden in haar geest als een vloek: "Gij zult huwen met de Sheriff, Marian, of gij het wilt of niet. Er is geen ontsnapping."
Marian wist dat zij niet mocht aarzelen. Met een snelle beweging schoot zij omhoog, haar spieren brandend van de inspanning, en zette zich tot een wilde vlucht. Takken schraapten langs haar armen en gezicht terwijl zij zich een weg baande door het dichte woud, de stemmen der wachters nu luid achter haar.
"Daar! Daar vlucht zij!"
De Sheriff draaide zich om, zijn ogen glinsterend van ziedend genoegen. "Grijpt haar!" riep hij met een stem die galmde door de stilte.
Marian rende als een hinde door het struikgewas, maar het leek alsof het woud zelf zich tegen haar keerde. Haar voeten bleven haken in verraderlijke wortels, en met een harde klap viel zij voorover op de grond. Voordat zij zich kon oprichten, voelde zij een ruwe hand zich om haar arm sluiten, die haar met brute kracht omhoog rukte.
Haar adem stokte, maar zij wierp haar gevangennemer een vurige blik toe. Het was de Sheriff zelf, zijn triomfantelijke grijns even scherp als de dolk aan zijn zij. "Het spel is ten einde, Lady Marian," sprak hij met een stem vol giftige zoetheid. "Gij zijt van mij."

JE LEEST
Het Zwarte Water
Historical FictionIn de schaduw van Sherwood Forest woedt meer dan alleen strijd tegen de Sheriff van Nottingham. Hier, te midden van ruisende bladeren en heimelijke ontmoetingen, verbergen Robin Hood en Lady Marian geheimen die branden als het kampvuur in de nacht...