Hoofdstuk 18: Het Bad en de Belofte

1 0 0
                                    

De ochtendzon kroop verder het vertrek binnen, alsof ze Robin wilde dwingen zijn keuze onder ogen te zien. Maar de boogschutter, koppig als altijd, bleef roerloos staan, zijn blik vastberaden en zijn kaken stijf op elkaar geklemd. Marian, haar armen over elkaar geslagen, stond tegenover hem, haar ogen priemend als dolken.

"Robin," sprak ze kalm, maar met een toon die nauwelijks een discussie toeliet. "Ik heb u lief, maar ik zal geen man huwen die ruikt alsof hij uit een beerput is gekropen. Het is het bad of niets."

Robin snoof, rechtte zijn rug en stak zijn kin eigenwijs omhoog. "Mijn geur is die van vrijheid en avontuur, Marian. Als dat niet genoeg is voor u, dan weet ik niet wat wel."

Ze staarde hem aan, haar ogen flikkerend van irritatie en amusement. "Dan zult gij vannacht niet in dit huis slapen," besloot ze zonder aarzeling. "De stal zal uw bed zijn, en misschien leert gij daar wat nederigheid."

Robin deed een stap naar voren, zijn armen wijd gespreid. "De stal? Marian, dit is toch zeker geen serieuze straf? Ik ben Robin Hood! Een man die leeft in bossen, die voor de armen strijdt en geen luxueuze baden nodig heeft om zijn waardigheid te behouden!"

Marian stapte op hem af, tot haar gezicht vlak bij het zijne was. "Robin van Loxley," zei ze zacht, maar dwingend. "Zelfs de bomen zouden hun takken afwenden bij uw geur. Ga. Naar. De. Stal."

Een korte stilte volgde, waarin Robin zich mentaal verzette, maar wist dat hij deze strijd verloren had. Hij greep naar zijn boog en pijlenkoker, die in een hoek van de kamer stonden, en liep met grote stappen naar de deur. Voordat hij de drempel over stapte, draaide hij zich nog om.

"Dit is geen overwinning, Marian," mompelde hij met een dramatisch gebaar naar zichzelf. "Ik neem afstand uit respect, maar ik buig niet."

"En ik buig niet voor koppige mannen die weigeren in bad te gaan," kaatste Marian terug, terwijl ze haar schort recht trok.

Robin liep naar de stal, zijn hoofd opgeheven alsof hij wilde laten zien dat het hem niets deed. Maar toen hij eenmaal de houten deuren opendeed en de geur van hooi en paarden hem tegemoet kwam, kon hij niet anders dan diep zuchten. Hij had zijn vrijheid behouden, maar tegen welke prijs?

Terwijl hij zich in het hooi nestelde, hoorde hij vanuit Marian's kamer het zachte geluid van haar lach. Het klonk als een triomf, maar ook vol warmte. Robin kon niet anders dan glimlachen. Marian won deze slag, maar de oorlog was nog niet voorbij.

De nacht was koud, stil en vooral ongelukkig voor Robin. Terwijl hij zich in de mesthoop probeerde te nestelen, begon een intense, allesoverheersende jeuk zich te verspreiden. Eerst was het slechts een prikkelende sensatie, maar al snel veranderde het in een ondraaglijke kwelling.

Hij gromde en bewoog zich onrustig in het warme, stinkende bed van mest, terwijl zijn handen instinctief naar beneden gleden. "Oh, verdomme, wat is dit nu weer?" bromde hij.

Met zijn vingers begon hij te krabben, in de hoop de jeuk te verlichten. Maar elke beweging maakte het erger. De mest die zich aan zijn huid had vastgekleefd, leek eerder olie op het vuur te gooien dan verlichting te bieden. Zijn snikkel was inmiddels vuurrood, en de jeuk verspreidde zich over zijn dijen en onderbuik.

"Wat in de naam van alle heiligen..." Hij krabde, harder en wilder, terwijl hij half in paniek probeerde de ondraaglijke sensatie kwijt te raken. Maar hoe meer hij krabde, hoe meer het leek alsof de jeuk hem volledig overnam.

De uren kropen voorbij, en Robin wist geen rust te vinden. De koude nachtelijke lucht sneed door zijn dunne kleding, maar de hitte van zijn jeukende huid leek alles te overstemmen. Hij mompelde vloeken, draaide zich om, krabde opnieuw en gaf uiteindelijk een gefrustreerde schreeuw die verloren ging in de nacht. De paarden in de stal werden opnieuw onrustig door zijn geluiden, alsof ze zijn ellende op een afstand konden voelen. Maar Robin kon zich niet meer druk maken om de dieren of de mesthoop waar hij op lag.

De ochtendzon begon langzaam op te komen, en Robin was nog geen moment in slaap gevallen. Zijn handen waren rood en vuil van het krabben, zijn huid was rauw, en zijn humeur was op een dieptepunt. "Nooit meer," mompelde hij tegen zichzelf, terwijl hij uitgeput overeind kwam.

Hijkeek naar zijn handen, naar zijn gehavende lichaam, en naar de mesthoop waarhij de nacht had doorgebracht. Een diepe zucht ontsnapte hem. "Marian hadgelijk. Een bad was misschien toch niet zo'n slecht idee geweest."

Het Zwarte WaterWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu