Hoofdstuk 19: Het Avontuur van het Bad

2 0 0
                                    

De dageraad kroop over het land, en met de eerste stralen der zon werd Robin ontwaken uit een nacht vol ongemak en jeuk. Zijn lichaam voelde rauw, gekweld door de schrale aanraking van zijn eigen handen, die vruchteloos de brandende jeuk hadden willen stillen. Hij lag daar, half begraven in de mest, met een geur die zelfs de hardste krijger zou doen bezwijken. Zijn trots was gekneusd, en zijn lichaam was een slagveld van schaamte en vuil. Voor de stal wachtte Marian, gehuld in het bleke licht van de ochtend. Haar gezicht droeg een mengeling van spot en tedere bezorgdheid. Toen Robin zich strompelend uit de mesthoop hees, kreunde hij zachtjes en keek haar aan, hopend op genade.

"Robin," sprak Marian met een stem als zijde en staal tegelijk, "wat in 's hemelsnaam heb jij uitgehaald?" Haar ogen dwaalden over hem heen, van zijn gehavende gezicht tot zijn met mest doordrenkte kledij. Haar neus rimpelde lichtelijk, als kon zij de lucht met haar blik bannen.

"Geslapen," mompelde Robin, zijn blik ontwijkend.

Marian sloeg haar armen over elkaar en kantelde haar hoofd, alsof zij nadacht over welke straf passend was. "In een mesthoop? Robin, hoe denk jij ooit mij tot jouw bruid te maken, terwijl je ruikt alsof je een maand lang tussen de varkens hebt geleefd?"

Robin, getergd in zijn trots, rechtte zijn rug en sprak: "Het was niet mijn keuze. De stal was mij ontzegd, en de mest leek... warm."

Een korte lach ontsnapte Marian, al trachtte zij haar gezicht ernstig te houden. "Warm, zeg je? Robin, dat was geen hoop. Dat was een bed van verderf, en jij hebt jezelf daarin gelegd alsof het zijde was."

Robin keek weg, het schaamrood op zijn wangen zichtbaar zelfs door de laag vuil. "Ik ben een man van het bos, Marian. Modder en mest deren mij niet."

Marian deed een stap naar voren, haar ogen fonkelend van vastberadenheid. "Dat mag zo wezen, maar dit is geen kwestie van het bos, Robin. Dit is een kwestie van fatsoen. En ruikbaarheid."

Robin trok zijn mond open om te protesteren, maar Marian verhief haar hand en sprak met kracht: "Genade heb ik, mijn lief, maar geduld niet. Jij zult heden een bad nemen, of ik weiger jouw aanzoek."

Robin, woedend in stilte, balde zijn vuisten. "Een bad? Marian, ik ben een vrij man. Niemand zal mij dwingen in water te stappen."

Marian glimlachte toen, een glimlach scherp genoeg om een zwaard te snijden. "Een vrij man, zeg je? Dan ben je vrij om mijn hand te verliezen, Robin van Locksley. Geen bad, geen huwelijk. Zo eenvoudig is het."

Deze woorden troffen Robin harder dan hij had verwacht. Zijn gezicht vertrok, maar hij wist dat verzet vruchteloos was. Met een zucht, diep en zwaar, gaf hij eindelijk toe. "Zo zij het dan," mompelde hij. "Maar vertel het niemand, Marian. Als dit bekend wordt..."

"Je geheim is veilig bij mij," antwoordde zij, haar stem zijdezacht. "En geloof mij, Robin, na dit bad zal je mij danken. Althans, als je dan nog leeft om te spreken."

En zo werd Robin, tegen zijn wil maar met een groeiend inzicht, naar het kasteel geleid.

Het Zwarte WaterWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu